Treinteam en Zorgteam steunen onderhandelaars

DEN HAAG, 11 JUNI. Deze week kwam tussen informateurs, onderhandelaars en fracties van PvdA, VVD en D66 een drietakt consensus-motor op gang. De drie onderhandelaars - Kok, Bolkestein en Van Mierlo - stuurden reeksen onderwerpen waarover geen overeenstemming bestaat, door naar commissies van specialisten uit de verschillende fracties. Analoog aan het A-team, dat adviseert over de hobbels, barrières en struikelblokken in sociaal-economische hoek, werden bijvoorbeeld ook op terrein van volksgezondheid en infrastructuur specialisten-teams geformeerd. De woordvoerder van de informateurs, Van der Voet, wendt tijdens zijn dagelijkse briefings verwarring voor om aan te geven dat hij al die adviserende commissies uit de Kamer niet meer uit elkaar kan houden. “Dat zal het Zorgteam wel oplossen”, zegt hij in zo'n geval, of: “Daar buigt het Treinteam zich over.” PvdA-fractievoorzitter Kok noemt de voorzitters van al die teams met milde spot de “blokhoofden”.

Vooralsnog lijkt de toegepaste methode echter bijzonder effectief: de onderhandelaars geraken door het werk van de assistenten-teams uit gebleken impasses en de fracties worden onderwerpsgewijs gecommitteerd aan de bereikte resultaten. Er ontstaat bovendien een sfeer van schijn-openheid, ondanks de afgekondigde 'radiostilte': veel van wat binnenskamers tussen onderhandelaars en informateurs besproken wordt raakt immers bekend in lagere regionen. Toch is de openheid schijn omdat alleen aan de onderhandelingstafel het totaalbeeld bekend is. De werkmethode lijkt erop gericht om aan het slot een concept-regeerakkoord voor te leggen aan de fracties dat niet meer dan een hamerstuk zal zijn: op alle moeilijke punten zijn de fractiespecialisten immers al akkoord. Het post-lubberiaanse tijdperk roept op deze wijze meteen de vraag op of het wel terecht is dat de veel gesmade no-nonsense consensus-democratie van de jaren tachtig louter wordt toegeschreven aan de invloed van de langst zittende premier in de Nederlandse geschiedenis.

Ook aan de onderhandelingstafel was een hiermee verwante kwestie de afgelopen week kortstondig onderwerp van gesprek: de politieke plaatsbepaling van het nieuwe kabinet. Dat is volgens de informateurs het belangrijkste thema van de besprekingen. Wat wordt de catch all-frase die de burger meteen duidelijk maakt waar een ministersploeg bestaande uit liberalen, democraten en sociaal-democraten eigenlijk voor staat. Zoals met meer onderwerpen gebeurt, is ook dit thema terzijde gelegd om later opnieuw aan de orde te komen.

Vreemd genoeg worden de rituele waarschuwingen van de onderhandelaars over een eventueel mislukken van 'paars' steeds ongeloofwaardiger. Tegelijkertijd kunnen immers andere signalen worden waargenomen die erop duiden dat alles onafwendbaar en, inderdaad, binnen afzienbare termijn aanstoomt op een kabinet zonder CDA. Maandag zette Bolkestein bijvoorbeeld onverwacht Kok op de stoel van de premier, bovendien eiste hij voor zijn eigen partij vijf ministers op. Dat is een even groot aantal als de PvdA volgens hem moet krijgen, terwijl D66 op vier ministersposten zou uitkomen. Spreken over 'poppetjes' in een te vroege fase van kabinetsbesprekingen wordt door sommigen uitgelegd als dé manier om de zaak op te blazen. Maar dat gebeurde niet. Van Mierlo en Kok mompelden iets over “prematuur”, maar verder was de kous af. Toeschouwers bekruipt langzaam het gevoel dat deze formatie zelfs niet kán mislukken.

Wellicht veroorzaakte dat gevoel zoveel onrust bij het CDA dat deze week voor het eerst sinds de verkiezingen van 3 mei weer een teken van leven in christen-democratische hoek kon worden waargenomen. Premier Lubbers sarde woensdag vanuit Leiden dat zo'n paarse coalitie toch wel binnen drie weken in elkaar te timmeren moet zijn. En donderdagochtend doorbrak warempel fractievoorzitter Brinkman zijn uit bescheidenheid zelf opgelegde zwijgplicht: hij wilde wel eens zien waar de resultaten bleven van al dat gepalaver aan de overzijde. De onderhandelingen betitelde hij als “ontspannend en nietszeggend”. “Goh, het lijkt wel of hij erbij is geweest”, repliceerde Van Mierlo gistermiddag. De democraat voegde eraan toe dat hij niet van plan is Brinkman tegemoet te komen: “Het lijkt me een gepaste nieuwsgierigheid, maar we kunnen hem helaas niet helpen.”

Gisteren hebben de onderhandelaars voor de derde of vierde keer aangekondigd dat “volgende week cruciaal” is voor het al dan niet welslagen van de paarse-coalitieonderhandelingen. In ieder geval weet het CPB maandagmiddag welke gevolgen alle ombuigingsvoorstellen zullen hebben op de inkomenspositie en koopkracht van de burgers. Als dat moeilijkheden oplevert, wordt de beloofde duidelijkheid waarschijnlijk weer een weekje doorgeschoven.