'Totaal gebrek aan opvang' voor gewonde VN'ers

Beroepsmilitairen die tijdens een VN-missie gewond zijn geraakt proberen via hun advocaat opheldering te krijgen van Defensie over hun militaire en financiële status.

ERMELO, 11 JUNI. Vorig jaar september ging de telefoon in huize Weerensteyn: of John naar Joegoslavië wilde? Hij had tien dagen de tijd zich voor te bereiden. Een beetje weinig inderdaad, maar er was een crisissituatie gerezen.

Veel keus had John Weerensteyn niet. Op het weigeren van een VN-uitzending staat onherroepelijk ontslag. En wat moet een 39-jarige beroepssergeant eerste klas van de geneeskundige troepen na vijftien jaar dienst nog in de 'burgermaatschappij'?

Twee weken later reed de auto waarin Weerensteyn zat in Kroatië op een mijn. Weerensteyn herinnert zich een geweldige explosie die hem uit het voertuig slingerde. Toen hij bijkwam lag hij naast een andere onderofficier, van wie de borstkas niet meer bewoog. Weerensteyn zelf had alleen nog gevoel in zijn armen. Bij hem werd een dwarslaesie geconstateerd.

“Over mijn medische behandeling niets dan lof”, zegt Weerensteyn. “Maar het duurde even voordat daarmee werd begonnen. Het ziekenhuis in Zagreb bleek niet toegerust voor de operatie, terwijl daar wel op was gerekend. Hoe eerder een dwarslaesie wordt behandeld, des te minder erg de gevolgen. Maar de luchtmacht bleek niet in staat mij binnen 24 uur terug naar Nederland te vliegen.Ik moest wachten”

In Nederland ging hij meteen naar het militair hospitaal in Utrecht en daar besloten de doktoren alsnog zijn rug te opereren. “Gelukkig maar”, zegt Weerensteyn. “Het ging allemaal perfect eigenlijk. De doktoren waren goed, de ene generaal na de andere kwam aan mijn bed met opbeurende mededelingen. 'We zijn je wat verschuldigd en laten je niet verloren gaan', kreeg ik te horen.”

Maar bij Defensie trad vanaf het moment dat Weerensteyn op het vliegveld Soesterberg in een ambulance werd geschoven, een ambtelijke machine in werking. Weerensteyns speciale VN-toelage (2.500 gulden per maand) werd stopgezet, een strop voor de familie. Er was op zes maanden toelage gerekend, Weerensteyn kreeg drie weken. Verder werden enkele forse onkosten als gevolg van het 'ongeluk', waaronder een nieuwe bril, maar niet vergoed. Pressie van de vakbond zorgde er uiteindelijk voor dat het geld werd overgemaakt. Formulieren met een verzoek snel voorzieningen aan te brengen in zijn woning werden van Arnhem naar Utrecht teruggestuurd voordat ze drie maanden later in behandeling werden ondernomen.

Het vervelendste voor Weerensteyn is de eigen bijdrage van 25.000 gulden die de gemeente Ede van hem verlangt voor definitieve aanpassingen in zijn huis, zoals een slaapkamer op de begane grond met een badkamer. “Geheel conform de regels doen gemeenten, bij wie het aanpassen van woningen voor gehandicapten sinds kort rust, een inkomenstoets. Ik vind dat Defensie voor het verschil moet opdraaien. Net als voor de aangepaste auto die ik wil.”

Maar Defensie heeft zo zijn regels. De Tweede Kamer stemde twee jaar geleden in met een brief van Ter Beek over de regelingen voor gewonde VN-militairen, waarin de minister het “complex” aan regelingen als “toereikend” omschreef. Hij zou ze ook met “enige souplesse” hanteren.

De angel bij de toepassing van de wetten is dat nagenoeg alles afhankelijk is van de “medische eindsituatie” van betrokkene. Die wordt vastgesteld aan de hand van het medisch keuringsregelement. “Het kan lang duren voordat een militair uitsluitsel krijgt en dat is natuurlijk heel vervelend”, zegt mevr. F. Zuydwegt, bij Defensie verantwoordelijk voor het veteranenbeleid. “Maar het gebeurt zorgvuldig. Vroeger was er voor iedere militair een uniforme regeling, tegenwoordig krijgt iedereen een regeling op maat. Het probleem is trouwens niet alleen wanneer en met welk inkomen een militair uit dienst gaat, maar soms ook hoe een militair in dienst kan worden gehandhaafd.”

In dienst blijven wil bijvoorbeeld sergeant R. Deelen van de Aan- en Afvoertroepen, die vorig jaar op weg van Busovaca naar Methovic bij een aanval op zijn konvoooi door ongeregelde moslimtroepen twee kogels in zijn arm kreeg en met een verbrijzeld bot meteen terug naar Nederland moest. Zijn gevecht in de dienst te blijven gaat gepaard met een constant komen en gaan van militaire instanties die elkaar tegenspreken: MDD, DZPM, DPKL, ISMA. “Wat bij de één kan, wordt door de andere weer ongedaan gemaakt.” Deelen wil maatschappelijk werker worden in de krijgsmacht. Hij moet voldoen aan de eisen en maar verwacht enige verzachtende omstandigheden. Deelen wil zekerheid. “Er is bij Defensie geen centrale opvang van gewonden van VN-missies, in feite toch oorlogsgewonden. Ze worden overgelaten aan de verschillende koninkrijkjes.” Deelen zegt regelmatig te worden opgebeld door de dienstplichtigen die bij dezelfde aanval gewond raakten en die eveneens het spoor bijster zijn.

“Er is inderdaad een schemergebied tussen instanties die zich bezighouden met actieven en de afdelingen die zich buigen over de post-actieven”, zegt Zuydwegt. “De verschillende stadia: in dienst, uit dienst, lopen in elkaar over. Instanties die zich bezig houden met post-actieven komen al in actie als de militair nog gewoon in dienst is. Het traject is lang en diffuus. Een bijkomend probleem voor de militair die in dienst wil blijven is dat de hele organisatie krimpend is.”

Voor advocaat mr. A.D. Kok is zo'n verklaring niet genoeg. Hij kan zich kwaad maken over het “totale gebrek aan opvang” bij Defensie van militairen die bij VN-operaties gewond raken. “Ze vallen hier in een ambtelijk zwart gat. Helemaal bizar is het om militairen zelf voor de schade te laten opdraaien als ze gehandicapt raken, terwijl je ze nota bene min of meer dwingt naar een risicovol gebied te gaan.” Kok overweegt naar de rechter te stappen met een schadeclaim.

Defensie is daarvan niet onder de indruk. “Iedere militair die zijn handicap in en door de dienst heeft opgedaan en wordt afgekeurd, krijgt een invaliditeitspensioen”, zegt J. de Leeuw, directeur arbeidsbeleid van het ministerie van defensie. “In dat pensioen zit een smartegeldcomponent. Afhankelijk van de mate van invaliditeit krijgt de militair 20 tot 40 procent extra. En het pensioen wordt niet gekort op extra inkomsten.” Ook vervoersvoorzieningen zijn afhankelijk van de “medische eindsituatie”. Die kan er toe leiden dat een zwaar gehandicapte een aangepaste auto krijgt, maar het kan ook een OV-jaarkaart worden of een kilometervergoeding.

“Wees eens wat ruimhartiger als je vindt dat VN-operaties belangrijk zijn”, zegt Kok, zelf een ex-militair. “Stuur om te beginnen een gewonde militair eens een bloemetje en een paar duizend gulden en regel de schade die ze ondervinden afdoende. Defensie geeft miljoenen guldens uit aan werving voor een beroepsleger maar probeert aan de andere kant gewonden zo goedkoop mogelijk af te danken. Dat is geen reclame.” Defensie bestrijdt dat ze voor een prikkie van de gewonden afwillen. “Het uitgangspunt is niet geld, maar doelmatigheid”, aldus De Leeuw.