Schuberts Winterreise in nieuwe bewerkingen

Concert: Mitsuko Shirai (sopraan), Hartmut Höll (piano), Peter Härtling (recitant) en Tabea Zimmermann (altviool). Klangforum Wien o.l.v. Hans Zender met Hans Peter Blochwitz (tenor). Programma's: Winterreise, Schubert; Eine Winterreise, Härtling en Schuberts Winterreise, Zender. Gehoord: 9/6, Concertgebouw, Amsterdam en 10/6, Beurs van Berlage, Amsterdam.

De liederencyclus Winterreise van Schubert behoort tot het onaantastbare repertoire. Zo onaantastbaar, dat uitvoeringen vaak het karakter van een ritueel hebben. De noten klinken wel, maar het valt niet mee ze telkens weer als nieuw te horen. In de afgelopen jaren hebben musici geprobeerd dichter bij Schubert te komen door de uitvoeringspraktijk uit zijn tijd zo goed mogelijk te benaderen. Dirigent en componist Hans Zender deed het omgekeerde. Hij schreef een interpretatie van de Winterreise voor klein orkest en tenor waarin hij Schubert laat spreken in de klanktaal van de twiintigste eeuw.

Hoe onthutsend effectief deze benadering kan zijn, bleek tijdens de uitvoering van Zenders bewerking in de Amsterdamse Beurs van Berlage door het Klangforum Wien, geleid door de componist. Als een Klangfarbenmelodie verdeelde Zender de pianopartijen van Schubert over wisselende combinaties van instrumenten. De monochrome pianobegeleiding, soms letterlijk geciteerd, soms inventief geparafraseerd, veranderde in een caleidoscoop van kleuren en stemmingen. De bevroren tranen uit het derde lied drupten in de sneeuw als getokkelde tonen, onder de Lindenbaum klonken twee melancholieke melodica's en de eenzaamheid in lied twaalf klonk als zachte klappen op twee holle boomstammen. Uit al deze vondsten sprak een grote toewijding aan het origineel.

Wat Zenders bewerkingen gemeen hebben met Schuberts liederen is de hechte vervlechting van tekst en muziek. Geen dichtregel zonder klinkend equivalent. De publicist Peter Härtling doorbrak die eenheid in zijn bewerking van de Winterreise voor recitant, altviool en piano. Hij liet de zangpartij van de meeste liederen spelen door een altviool en las sommige voor. Volgens Härtling mogen we niet wennen aan een zo bijzondere reis, maar zijn opzet leidde tot een vervreemding van het geijkte klankbeeld die anders dan bij Zender geen diepere betekenissen blootlegde.

Schubert schreef zijn cyclus voor een mannenstem. Omdat het drama van de Winterreise universeel menselijk is, vindt Härtling dat ook vrouwen de liederen moeten kunnen zingen. De overexpressieve uitvoering door sopraan Mitsuko Shirai smoorde echter te vaak in een exuberante wanhoop die niet strookte met Schuberts onthechte eenzaamheid.