Schaakleed

De armen pathetisch zwaaiend boven zijn hoofd, het gezicht vertrokken in een gekwelde grimas, schijnbaar vastbesloten om zich voor het aanstormende verkeer te werpen, zo beende Ivan Sokolov het hotel uit, toen hij in de tweede ronde van het kampioenschap van Nederland van Jeroen Bosch had verloren. Er was een Joegoslavische kennis van hem aanwezig. “Moet je niet achter je vriend aan?“ vroegen we. “Dat is heel gevaarlijk op zo'n moment“, zei de Joegoslaaf. Een bestuurslid van de KNSB waagde het toch, en met zijn allen keken we van achter de ramen van de perskamer hoe dit dappere bestuurslid druk gebarend de Bosnische grootmeester er van probeerde te weerhouden om zich op de rails te leggen. Een uur later was Sokolov tot bedaren gekomen en in staat om nuchter de schade op te meten. “Daar gaan mijn Elo-punten en mijn uitnodigingen“, zei hij somber. Ik zag een lichtpuntje. “Gelukkig dat dit toernooi voor de eerstkomende lijst nog niet meegerekend wordt, pas in januari volgend jaar wordt het in de wereldranglijst verwerkt. Je hebt een half jaar om het weer goed te maken.“ Maar dat zag ik verkeerd. “Gelukkig? Het zou veel beter zijn als het meteen werd meegerekend, nu blijft het als een zwaard van Damocles een half jaar boven mijn hoofd hangen en pas op 1 januari 1995 valt de klap die ik al die tijd aan zal zien komen“, steunde Sokolov. “Maar tegenwoordig publiceren ze iedere maand een tussenstand, de klap wordt niet echt uitgesteld tot volgend jaar, je weet meteen waar je aan toe bent.“ Sokolov had er geen oren naar: “Dat is nog veel erger. Die tussenstanden hebben geen officiële status, ze zijn er alleen maar om te zorgen dat iedereen in die tussentijd al kan zien hoe stom je bent.“

Is schaken nog wel leuk als het tot zoveel zielepijn kan leiden? Misschien koketteren de schakers een beetje met hun leed. Ze rennen van het ene toernooi naar het andere, ook als er nauwelijks geld te verdienen is. Zo erg is het leed blijkbaar toch niet.

Paul van der Sterren, de kampioen van vorig jaar, speelde vorige week vrijdag in een toernooi in München een zware partij tegen Gelfand. De volgende ochtend stond hij om vijf uur op, nam het vliegtuig naar Amsterdam, vond nog tijd om thuis goed de opening voor te bereiden die hij tegen Cifuentes wilde spelen, en keurig op tijd en, naar hij zelf zei, fris als een hoentje verscheen hij om 1 uur 's middags aan het bord om de eerste ronde vanm het Nederlands kampioenschap te spelen. Misschien had hij het niet moeten doen, het was wel erg zwaar om zo van het ene toernooi in het andere te vallen. Er zijn hem een paar akelige dingen overkomen in deze eerste week van het kampioenschap en hij zal zijn titel niet prolongeren, maar hij houdt nu eenmaal van schaken en hij nam al zijn tegenslag laconiek op, alsof hij het heel gewoon vond dat hij slaapwandelend zomaar stukken weggaf.

Ik schrijf dit verslag na de ronde van donderdag, waarin Jeroen Piket zijn medekoploper Roberto Cifuentes Parada van zich af sloeg. De ronde van gisteren kan ik niet meer meenemen, maar het is duidelijk dat Piket, nu op de interim-ranglist achttiende van de wereld, favoriet is om hier zijn vierde kampioenschap van Nederland te behalen. Na vijf partijen heeft Van der Wiel zich op een onopvallende manier een half punt achter hem genesteld, maar hij had een veel lichter programma. Piket heeft al drie zware concurrenten verslagen, Sosonko, Van Wely en Cifuentes.

Wit Piket-zwart Van Wely

1. d2-d4 Pg8-f6 2. c2-c4 g7-g6 3. Pb1-c3 Lf8-g7 4. e2-e4 d7-d6 5. Pg1-f3 0-0 6. h2-h3 e7-e5 7. d4-d5 a7-a5 8. Lc1-e3 Pb8-a6 9. g2-g4 Pa6-c5 10. Pf3-d2 Pf6-e8 11. Dd1-e2 In een Hoogovens-toernooi, een paar jaar geleden, speelde hij tegen John Nunn 11. Dc2, maar dit is beter. 11...f7-f5 12. g4xf5 g6xf5 13. 0-0-0 f5-f4 Hierna krijgt wit duidelijk voordeel. Veel flexibeler was 13...Pf6. 14. Le3xc5 d6xc5 15. h3-h4 Nu kan wit zonder moeite zijn strategische plan uitvoeren: ruil van de lopers van de witte velden, waarna zwart met een slechte loper blijft zitten. 15...Ta8-a6 16. Lf1-h3 Lc8xh3 17. Th1xh3 Ta6-g6 18. h4-h5 Tg6-g2 19. Pd2-f3 Dd8-d7 20. Th3-h1 Lg7-f6 21. De2-f1 Tg2-g7 22. h5-h6 Tg7-g6 23. Th1-h5 Zwart is strategisch overspeeld. Na 23...De7 24. Dh3 heeft wit alle troeven in handen. Zwart besluit daarom zijn e-pion op te geven, om tegenspel te zoeken, maar dat is onvoldoende.23...Dd7-g4 24. Df1-h1 Dg4-g2 25. Dh1xg2 Tg6xg2 26. Pf3xe5 Lf6xe5 27. Th5xe5 Pe8-d6 28. Te5-e7 Tf8-f7 29. Te7-e6 Pd6xc4 30. e4-e5 Tg2-g5 31. Td1-e1 Kg8-f8 32. b2-b3 Pc4-b6

diagram 1:

Tot zover heeft wit het heel mooi gedaan, maar nu was hij in tijdnood gekomen. 33. Te6xb6 Dit kwaliteitsoffer lijkt overweldigend, maar in feite brengt het de overwinning in gevaar. Na het nuchtere 33. d6 was het snel gedaan geweest met zwart. 33...c7xb6 34. e5-e6 Tf7-f5 35. d5-d6 Tf5-d5 Dit is kansloos. Na 35...Te5 is het nog heel moeilijk om een geforceerde winst voor wit aan te tonen. 36. Pc3xd5 Tg5xd5 37. d6-d7 Kf8-e7 38. a2-a4 Dreigt vooral 39. Td1, met afwikkeling naar een simpel gewonnen pionneneindspel. 38...Td5-g5 39. Te1-d1 Tg5-g8 40. Kc1-c2 Zwart gaf op. Hij moet werkeloos toezien hoe de witte koning binnendringt.

diagram 2:

Nu het fragment waardoor Sokolov bijna de hand aan zichzelf had geslagen. Wit Sokolov-zwart Bosch. Wit had steeds een tikje beter gestaan, maar zwart verdedigde zich uitstekend en heeft nu een gelijke stelling bereikt. Na 25. Pe3 zou 25...Pg4 26. Pxg4 Lxg4 vrijwel zeker tot remise leiden. 25. Pf4 Ld7 is ook niets bijzonders voor wit. Wit heeft geen voordeel, maar zwart dreigt ook niets, want 25...Pxf3+ 26. Txf3 Dxf3 gaat natuurlijk niet wegens 27. Dxg7 mat. Na lang piekeren hoe hij van niets iets kon maken, vond Sokolov de enige verliezende zet. 25. Dc3-d4?? Df7xf3 Nu had wit zich met pionverlies moeten verzoenen. Na 26. Pf4 Ld7 27. Tdf1 zou hij door de ongelijke lopers nog kleine remisekansen hebben gehad. Maar hij kon zich nog niet bij de tegenvaller neerleggen en speelde 26. Pd5xc7? waarna volgde 26...Df3xf2+ 27. Dd4xf2 Tf8xf2 28. Kg1xf2 Pe5-g4+ 29. Kf2-g1 Te8-e2 30. Lb2-d4 Te2-g2+ 31. Kg1-h1 Tg2xh2+ 32. Kh1-g1 Th2-g2+ 33. Kg1-h1 Tg2-h2+ 34. Kh1-g1 Th2xa2 Zelfs met twee pionnen achter zou wit nog tegenstand kunnen bieden, maar inmiddels geheel de kluts kwijt speelde hij 35. Ld4xb6? waarna zwart met 35...Pg4-e5 ondekbaar mat dreigde: 36...Pf3+ en 37...Th2. Wit gaf op.