Rolduc 2

Het artikel van Jacques Herraets, Intriges op een seminarie, (Zaterdags Bijvoegsel 4 juni) laat zich lezen als een detectivestory: de dader krijgt zijn verdiende loon - verbanning naar een parochie in het Zwarte Woud - terwijl de hoofdpersoon als een held terug keert in de krant. Nou ja, held? Held op sokken naar mijn mening.

De held, de geïnterviewde Van Opstal, komt in een van de laatste alinea's tot een voor hem zelf wel heel pijnlijke conclusie: “Ik heb er genoeg van steeds als een zondebok te worden afgeschilderd, ook al weet ik dat ik me vijf jaar lang heb gekoesterd in de gunst van de conrector en daar vaak van genoten heb”.

Deze man, die er op het seminarie een lichamelijke homoseksuele relatie op na houdt (die hij - de zoon - achteraf als een vorm van incest bestempelt), waarbij de zoon ook de moeder hielp (sic!), wordt tijdens een stage in een parochie ook maar even verliefd op de eerste de beste vrouwelijke parochiaan, moeder van drie kinderen! Deze vrouw moet dus, gezien haar kindertal, aanmerkelijk ouder zijn geweest.

Een nieuwe Moeke wellicht? De vrouw raakt, voor zijn priesterwijding, van hem in verwachting.

Maar never mind, Van Opstal laat zich, zij het onder geuite bezwaren, toch maar tot priester wijden. Na enkele dagen volgt in de eigen parochie de eerste plechtige H.Mis, zo is dat gebruikelijk.

Zijn getrouwde vriendin bevindt zich onder de gelovigen in de kerk. Op de terugweg per auto, “ze is die avond met mij teruggereden en heeft op mij ingepraat. Ik moest een beslissing nemen..... Toen heb ik voor haar gekozen”. Die keuze had mijnheer Van Opstal reeds jaren eerder moeten maken (keuzes maak je namelijk zelf), toen hij zich 'koesterde' in de wederzijdse homoseksuele liefde van de conrector.

Het is wel van de hak op de tak: van homoseksueel, celibatair - want dat veronderstelt het priesterschap - weer naar heteroseksueel. Mijnheer Van Opstal mag dat allemaal op zijn 27ste of daaromtrent ontdekken, maar om dan om dispensatie te vragen om van die celibataire verplichting af te komen vind ik grof.

Als deze wellicht oversekste jongeman technicus of accountant was geworden, hetero-, homo- of biseksueel, had iedereen daar vrede mee kunnen hebben. Maar om nu achteraf de schuld uitsluitend aan het bisdom te geven, lijkt mij getuigen van een slap karakter. Je mag van alles uitvreten in je leven, als je er maar zelf de verantwoording voor neemt.

Vroeger werden jongetjes van 12 jaar, die van niets wisten, naar het seminarie gestuurd. 12 of 21, het lijkt niet veel uit te maken in dit geval.

En als de heer Van Opstal op 21-jarige leeftijd de merites van het celibataire leven nog niet overzag, geen kwaad woord daarover. Maar nogmaals: zich eerst vijf jaar door 'moeder' laten helpen (zou zijn eigen moeder zich niet in haar graf omdraaien?) en dat wederzijds, en dan pas de andere kant van de medaille ontdekken, in dit geval een getrouwde vrouw met drie kinderen, het mag allemaal. Maar om dan de verantwoordelijkheid hiervoor uitsluitend bij anderen - de leiding van het bisdom - te leggen, lijkt mij hypocriet. Ik zou me maar eens gaan verdiepen in het Oedipuscomplex.

Het ware voor de heer Van Opstal beter geweest bij zijn gezin te blijven als tweede vader in plaats van als aanklager op te treden in een verloren zaak, waarbij hij zich verschuilt achter de zwarte rokken van de conrector (waaronder hij zich eerder 'koesterde'). Wat is roeping? “Zoiets als verliefdheid”, zegt Van Opstal. Zijn roeping was dus duidelijk.