Politici lokken zwevende Oostenrijkers

SALZBURG/WENEN, 11 JUNI. Een etmaal voordat Oostenrijk in een referendum gaat beslissen over de toetreding tot de Europese Unie, trekken politici alle registers open om de naar schatting 29 procent nog zwevende Oostenrijkers aan hun kant te krijgen. De regeringspartijen ÖVP en SPÖ voeren samen met de nieuwe partij Liberales Forum een eensgezinde Wir sind Europaer campagne. De Groenen waarschuwen steeds opnieuw voor vervuiling van het milieu door toename van het vrachtverkeer en het verdwijnen van de ecologische landbouw en Jörg Haider van de rechtse FPÖ drijft voort op de stroom van alle mogelijke angstgevoelens die het afstaan van soevereiniteit aan de EU tot nu toe bij de Oostenrijkers heeft opgeroepen.

Minister van buitenlandse zaken Alois Mock van de christen-democratische regeringspartij ÖVP wierp gisteren de viering van zijn 60ste verjaardag in de strijd. De verjaardag van monsieur l'Europe, zoals hij door bondspresident Klestil werd genoemd, liep uit op een grote zeg-ja-tegen- Europa-manifestatie. Mock werd gefeliciteerd door een duizendtal gasten met spandoeken waarop 'Mock onze held' en 'Met Dr. Mock naar Europa' stond. Mock deed eerder al zijn voordeel met zijn opname in een ziekenhuis te Innsbruck wegens rugklachten. Zijn optreden tijdens de Pressestunde met op de achtergrond artsen in witte jassen heeft volgens opinieonderzoek een groot aantal twijfelaars het EU-kamp binnengelokt.

Oppositieleider Jörg Haider (FPO) op zijn beurt haalde woensdag tijdens een televisiedebat over de toetreding, dat door bijna een miljoen Oostenrijkers werd gevolgd, een flesje Spaanse aardbeienyoghurt tevoorschijn met de mededeling dat het schildluis bevatte. Als de Oostenrijkers voortaan schildluis op hun bord wilden, moesten ze voor de toetreding stemmen. In veel kranten - het merendeel is voor toetreding - werd daarop bericht dat de uit schildluis gemaakte rode kleurstof sinds jaar en dag voor van alles gebruikt wordt en dat de Spaanse yoghurt al sinds het ingaan van de EER (Europese Economische ruimte) in Oostenrijk is toegestaan en met de toetreding tot de EU dus niets van doen heeft.

Volgens professor Koja, een rechtsgeleerde aan de universiteit van Innsbruck, heeft Jörg Haider zich tijdens zijn anti-EU campagne als politicus volstrekt ongeloofwaardig gemaakt. Maar de campagne van de Oostenrijkse regering was volgens Koja weer te zakelijk en had wel wat emotioneler gekund. “Het hart van de Oostenrijkers is door de regeringscampagne niet geraakt. Er zijn alleen economische argumenten voor de toetreding genoemd. Er is niet gezegd dat de Oostenrijkers een Europees volk zijn en dat we een gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur hebben.”

De regering heeft het inmiddels wel aangedurfd om naast de economische argumenten nu ook het aspect van de veiligheid van Oostenrijk binnen de EU naar voren te brengen. Gisteren zei minister van defensie Werner Fasslabend dat Oostenrijk via de EU invloed kan uitoefenen op conflicthaarden in de Balkan en daarmee ook beter voor de eigen veiligheid kan zorgen. Maar hij zei ook dat Oostenrijk zijn neutraliteit niet zou opgeven. Volgens professor Koja hoeden politici zich er wel voor het einde van de Oostenrijkse neutraliteit te propageren. De Oostenrijkers zijn volgens hem van de in 1955 door de Sovjet-Unie afgedwongen neutraliteit “gaan houden” en beschouwen het als onderdeel van hun nationale identiteit die voor 1955 altijd heeft ontbroken. Het is daarom politiek gewaagd om de Europese veiligheid als argument voor de toetreding te lanceren. Koja zelf vindt de neutraliteit sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie achterhaald. “De twee blokken zijn er niet meer, dus de functie van de neutraliteit is verdwenen.”

Volgens de directeur-generaal van de afdeling Europese samenwerking bij het ministerie van buitenlandse zaken, W. Wolte, gaan de Oostenrijkse neutraliteit en de Europese veiligheid voorlopig samen omdat de EU nog geen militair verbond is. “Als we tot de Europese familie gaan behoren, is dat voor ons een zekerheidsfactor zonder dat het onze neutraliteit schaadt. Of we onze neutraliteit over vijf of tien jaar dan alsnog moeten verlaten, is afhankelijk van de wijze waarop de Europese veiligheidspolitiek zich ontwikkelt.”

De ambassadeur van de EU in Wenen, Corrado Pirzio Biroli, meent dat te zijnertijd over de opgave van de neutraliteit in Oostenrijk per volksreferendum moet worden besloten. Maar voorlopig vindt hij het niet nodig van de neutraliteit een probleem te maken. “Pas als de EU een beter veiligheidssysteem te bieden heeft dan Oostenrijk zelf, is het tijd om van de opgave van de neutraliteit een punt te maken.”

Uit de laatste opiniepeilingen is een groeiend enthousiasme voor de toetreding gebleken. 57 procent van de Oostenrijkers is voor, 29 procent weet het nog niet en slechts 28 procent is tegen. De stemming in café Lenau, waar de jonge liberalen van het Liberale Forum - een nieuwe partij die zich het best laat vergelijken met D66 - bijeen zijn, is uitstekend. Hierbinnen hoort Oostenrijk al een beetje bij de EU. “Ik voel mij in de eerste plaats Europeaan en in de tweede plaats Oostenrijker”, zegt Peter Wilfinger, lid van de jonge liberalen. Hij vindt dat de economische aspecten van de toetreding in de campagnes voor het referendum te veel op de voorgrond gestaan hebben. “Voor mij is de veiligheid het belangrijkste. Het grondpricipe van de EU is dat oorlogen voorkomen moeten worden.”

“Oostenrijk moet toetreden tot de EU omdat we in Europa voor moeilijke tijden staan en we juist daarom solidariteit nodig hebben”, zegt Martina Gredler, kandidaat-parlementslid voor het Liberale Forum. “Die neutraliteit is van een vorige generatie.” Als de Oostenrijkers niet tot de EU toetreden, wordt dat hun ondergang, zegt Gredler. “Het alternatief is dat we alleen overblijven, terwijl om ons heen Polen, Tsjechië, Slovenië en Hongarije toetreden. Iedereen heeft toch aan Albanië kunnen zien waar zelf-isolatie toe kan leiden?”