'Met de poppetjes kan ik niet schuiven, de spanning kan ik wel overbrengen'

De media staan al weken bol van voetbal, de komende maand zijn alle ogen gericht op de televisie. Martijn Lindenberg is een van de zes Europese regisseurs die zijn gevraagd de WK-wedstrijden in beeld te brengen. “Je moet wel van voetbal houden.”

Het wereldkampioenschap is een 'media-event' met een glansrol voor de televisie. Zonder camera's minder spanning in Buenos Aires, minder enthousiasme in Rabat maar ook minder teleurstelling in Dublin of Amsterdam. Honderden miljoenen mensen trekt het voetbal, op hoogtepunten zelfs meer dan een miljard. De regisseurs van het beeld zijn zich daarvan bewust. Het parool dat in technische kringen de ronde doet luidt dan ook: geen poespas, geen frivoliteiten. Het gaat om het spel, om de wedstrijd, om de spanning. Het gaat niet om de televisie, die maar al te vaak zichzelf een hoofdrol geeft door beelden te tonen vanuit rijdende camera's, vliegende camera's of hangende camera's. Veel aandacht voor zichzelf trekt het medium ook door eindeloos gebruik van 'super-slomo's' die tergend langzaam spelherhaling tonen, door langdurige close-ups van bezwete hoofden en dat allemaal soms dusdanig lang dat een doelpunt gemist wordt.

“Dat gebeurde laatst, in de Engelse Cupfinal. Ongelooflijk.” Martijn Lindenberg schudt zijn hoofd. Dat was dus een regisseur die zijn vak niet verstaat. Lindenberg doet dat wel. De plaatsvervangend-chef en uitvoerend producent van het NOS-programma Studio Sport is samen met vijf andere Europeanen door de Europese omroeporganisatie EBU gevraagd de WK-wedstrijden in beeld te brengen. De EBU, een samenwerkingsverband van de Europese publieke omroepen, kreeg van de organisatie van het WK de voorkeur boven Amerikaanse concurrenten. “Dat is niet zo vreemd, nee”, zegt Lindenberg. “De enorme ervaring die wij natuurlijk met deze sport hebben, heeft de doorslag gegeven. Je moet ons niet vragen de Super Bowl in beeld te brengen.”

Het contract betekent niet dat containers vol apparatuur dezer dagen naar Amerika vertrekken. Camera's, microfoons, regiewagens en herhalingsmachines worden allemaal gehuurd, net als het grootste deel van het personeel. De EBU heeft 50 'work-permits' gekregen van de Amerikanen. Daarmee kunnen de zes regisseurs (naast Lindenberg nog twee Britten, een Zweed, een Italiaan en een Duitser) acht van de voor hen belangrijkste 'functies' meenemen uit Europa. Lindenberg neemt vijf cameramensen mee voor de belangrijkste 'posities' (zie grafiek) en nog een aantal technici. Voor de rest moet hij het doen met Amerikanen. De beste zet hij aan twee camera's die de buitenspelposities moeten registreren. “Het zal wel oefenen worden en kijken wie het beste de regels begrijpt. Als ze er geen bal van begrijpen moet ik er twee Nederlanders aan zetten.”

Er zal ook worden geoefend door de grote regisseurs zelf. Begin juni komen de zes bij elkaar in Dallas en om de beurt zullen ze een gedeelte van een 'college-game' in beeld gaan brengen, om enige uniformiteit te brengen in de 'coverage'. Lindenberg gruwt van de oefenwedstrijd, omdat het tempo over het algemeen veel lager ligt en omdat hij eigenlijk ook helemaal geen zin heeft in 'oefeningen'. “Als je zes mensen kiest op hun kwaliteiten, dan moet je accepteren dat ze die kwaliteiten willen laten zien. Niemand van ons wil in een keurslijf werken.”Niettemin zullen afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld over wat wel en wat niet in beeld zal worden gebracht aan 'vervelende gebeurtenissen'. Wat te doen bijvoorbeeld als door een bommelding het stadion moet worden ontruimd? Bij elk groot evenement wordt voor dit soort calamiteiten een draaiboek gemaakt. Lindenberg wil er niet veel over kwijt. “Een standaard-afspraak is dat geen spandoeken in beeld worden gebracht die de regisseur niet kan 'lezen'. Dat is logisch natuurlijk. Het is heel vervelend als je een volk beledigt zonder dat je het weet.”

De eindverantwoordelijkheid voor wat aan vervelende gebeurtenissen eventueel niet in beeld wordt gebracht, ligt bij de voorzitter van het organisatiecomite. In samenspraak met de hoofdproducent beslist hij of een beeld op 'zwart' gaat. Lindenberg gaat er niet vanuit dat dit ooit zal gebeuren. Hij verwacht dat de regisseurs een grote mate van vrijheid behouden. Hij zelf zal bijvoorbeeld niet aarzelen supportersrellen op de tribune in beeld te brengen. “Van censuur is over het algemeen geen sprake. Als dat wel zo is, pak ik het eerste vliegtuig naar huis.”

Curieus in dit verband is de rol van de Amerikaanse omroepmaatschappijen ABC en ESPN, die de wedstrijden in de VS op het scherm zullen brengen. Voor de Amerikanen geldt een reeks uitzonderingen. Terwijl alle andere landen bijvoorbeeld reclame alleen vooraf, in de pauze en na de wedstrijd mogen uitzenden, mogen de Amerikanen ook tijdens de wedstrijd een naam in beeld brengen, zij het dat het spel dan wel stil moet liggen. Verder mogen de Amerikanen zes extra camera's op de tribunes plaatsen en de beelden daarvan vermengen met de plaatjes die de 'EBU-camera's' voor de rest van de wereld registreren. De achtergronden daarvan zijn duister, hoewel Lindenberg begrijpt dat ze ervaring willen opdoen met voetbalwedstrijden. Hij is nieuwsgierig hoe het Amerikaanse 'plaatje' er uit ziet. “Wie weet zitten er wel een paar talenten bij die het voetbal goed begrijpen.”

In de regiewagen van Lindenberg komt alleen een Canadees een keer de kunst afkijken. Lindenberg heeft er vrede mee. “Je moet een soort ontspannenheid hebben anders gaat het fout. Aan de andere kant moet je er ook weer niet te uitgeblust naar toe gaan om even een paar wedstrijdjes te doen. En je moet van voetbal houden. Als je betrokken bent en attent blijft, kan je die twee kerels die al enige tijd met elkaar overhoop liggen precies op het moment dat het mis gaat in de huiskamer brengen. Met de poppetjes kan ik niet schuiven, de spanning kan ik wel overbrengen.”

Lindenberg had de wedstrijden aan de Amerikaanse westkust aangeboden gekregen, inclusief de finale, maar zag daarvan af. Hij zit liever in Orlando, dicht bij de ploeg van de NOS die vanuit de stad in Florida waar het Nederlands elftal twee wedstrijden speelt een dagelijks WK-journaal gaat maken. “Zo kan ik een oogje in het zeil houden.” De organisatie van het WK had er geen bezwaar tegen dat hij belangrijke wedstrijden van zijn 'home-team' zou regisseren. Nog scherper dan anders zal hij er op letten dat hij Nederlanders niet vaker in beeld brengt dan, in dit geval, de Saoedi-Arabiers of de Belgen. “Wat ik natuurlijk mis is een leading-commentator. Tussen regisseur en commentator is een enorme wisselwerking. De regisseur reageert op opmerkingen van de commentator en omgekeerd brengt de regisseur soms iets nadrukkelijk in beeld om de commentator ergens op te wijzen.

Bij de WK zal ik het toch grotendeels alleen moeten doen en dat betekent dat ik nog meer op mijn qui vive zal moeten zijn.''