Little Italy of Big Italy?

Herhalen, herhalen en herhalen is de formule waarmee Arrigo Sacchi als clubcoach succes oogstte. Als bondscoach van Italie heeft hij het moeilijker: Experimenteren, experimenteren en experimenteren.

Op zaterdag 18 juni tussen vier en zes uur 's middags zullen er stadiongeluiden door de verlaten straten van Little Italy in New York spoelen. Die geluiden komen vanuit de openstaande ramen van de huizen en vanuit de cafe's en bars. Want Italie speelt in het Giants Stadium de eerste groepswedstrijd op het wereldkampioenschap, tegen Ierland.

De Azzurri kunnen in de de Verenigde Staten rekenen op de massale steun van de italo-amerikanen die een rotsvast vertrouwen hebben in de kansen van hun Italie. Iedere zondag ziet men beelden uit de sterkste competitie van de wereld, de Serie A.

En als dat de sterkste competitie is, dan moet Italie, Big Italy, ook wereldkampioen kunnen worden.

Dat vertrouwen leeft in het moederland heel wat minder sterk. Het gejuich dat de komst van Arrigo Sacchi (opvolger van bondscoach Azeglio Vicini) in oktober 1991 begeleidde, heeft plaatsgemaakt voor wantrouwen.

Sacchi was de vernieuwer, de man die van Milan een avant-garde elftal had gemaakt. Sacchi, de man van de aanvallende systemen, de man die 'pressing' predikte en spektakel en realisme liet verbroederen op het veld. De door hem gepredikte revolutionaire speelwijze die Milan kampioenschappen, Europacups en mondiale titels had opgeleverd, kon het Italiaanse elftal weer naar de vierde wereldtitel loodsen. Daar was men aanvankelijk van overtuigd.

Na een sabbat-jaar, dat lag tussen zijn afscheid van Milan en de aanstelling als bondscoach, pakte Arrigo Sacchi met het hem kenmerkende enthousiasme zijn nieuwe taak op. Hij sneed de oude selectie aan stukken en sloeg aan het experimenteren. De filosofie stond in zijn hoofd gebeiteld. Van het meest dierbare bezit van de Italianen, La Squadra Azzurra, ging hij een ge-oliede voetbalmachine maken. Zonder de inbreng van buitenlandse sterren die hem in Milaan hadden geholpen om een mentaliteitsverandering door te voeren, maar met de beschikking over alle Italiaanse topvoetballers.

De ijver van Sacchi botste regelmatig met de clubbelangen. Gelukkig bezit de Commissario Tecnico in bondsvoorzitter Antonio Mattarese zijn grootste pleitbezorger. Die stond toe dat het nationale elftal meerdere keren per jaar voor stages van vier of vijf dagen bij elkaar kon komen. Dat was een vereiste, want alleen zo kon Sacchi zijn methodes en stramienen erin stampen. Herhalen, herhalen, herhalen: daar ligt het geheim van zijn succes. Als clubtrainer was dat geen probleem. Bij Parma en later bij Milan had hij dagelijks gelegenheid om zijn op het zone-systeem gebaseerde wedstrijdtaktiek te trainen.

Ondanks de vele trainingsstages had Sacchi veel minder greep op zijn uitverkorenen dan bij een clubelftal. Na vier dagen scholing keerden de internationals voor vele weken terug naar hun club, waar het merendeel weer met heel andere opdrachten te maken kreeg. Daardoor kon de Sacchiaanse filosofie maar moeilijk vat krijgen op het denken van de voetballers. Sacchi experimenteerde. Hij testte een onwaarschijnlijk groot aantal voetballers en goochelde met opstellingen en dat maakte naast verbazing of verbijstering, ook kritiek los. Vooralsnog werd zijn werk gedekt door het voordeel van de twijfel, al groeide die twijfel.

In de eerste tien wedstrijden onder het nieuwe bewind debuteerden zeventien spelers, onder wie de 32-jarige Milan-verdediger Mauro Tassotti. Naast de huidige vaste krachten als Lazio-spits Giuseppe Signori, de Milan-spelers Costacurta en Albertini en Juventus-middenvelder Dino Baggio, probeerde Sacchi het ook met onder anderen Carrera, Galia, Venturin, Baiano, Porrini en Zoratto: spelers die de test niet doorstonden.

Italie verloor zelden, maar ook in de kwalificatiewedstrijden weigerde het elftal gestalte te krijgen. Er waren zwakke beurten, zoals de benauwde 2-2 op Sardinie tegen Zwitserland, de kleine 2-1 zege op Malta en de 1-0 nederlaag (de eerste onder Sacchi) 'uit' tegen Zwitserland. Er waren ook opmonterende uitslagen, zoals de 3-2 winst in Eindhoven op Nederland en de 3-1 overwinning in Oporto tegen Portugal. In de laatstgenoemde wedstrijd was de hand van Arrigo Sacchi duidelijk zichtbaar. De collectieve kracht gaf de zekerheid van waaruit de individuele kwaliteiten opbloeiden. De pressing, het vastzetten van de tegenstander en het jagen op de bal, zag er modern uit en leverde resultaat op.

In de keuze van zijn spelers zoekt Sacchi het altijd in spelers waarvan hij vermoedt dat die zijn denkbeelden kunnen verwezenlijken. Het wekt daarom geen bevreemding dat een groot aantal van de voor het wereldkampioenschap geselecteerde Italianen ooit het pad van Sacchi hebben gekruist.

De Azzurri zullen een denkbeeldig rood-zwart streepje in hun truitjes dragen. Zo is de defensie voor doelman Pagliuca (Sampdoria) vrijwel geheel opgetrokken uit Milan-verdedigers: Tassotti, Costacurta, Maldini en natuurlijk Baresi, de onbetwiste leider van de groep. Als centrale middenvelders maken Albertini (Milan) en Dino Baggio (Juventus) de meeste kans en aan de zijkanten zijn de opties Donadoni (Milan) of Berti (Inter) op rechts en Signori (Lazio en topscorer van de Serie A) of Evani (Sampdoria, ex-Milan) op links.

In de voorhoede kiest Sacchi bij gebrek aan een type Van Basten voor een aanspeelpunt, die Casiraghi (Juventus) kan heten, of Massaro (Milan). De enige speler met grote vrijheid is Roberto Baggio (Juventus) die een alternatief heeft in Zola (Parma). Baggio, de Europees voetballer van het jaar, is de enige die min of meer zijn eigen gang kan gaan in het strakke rollenspel van het Italiaanse elftal.

De nederlagen tegen Frankrijk (februari, 1-0 in Napels) en Duitsland (maart, 3-1 in Stuttgart) hebben de sluimerende twijfel opgewekt tot een collectief wantrouwen in de mogelijkheden van het Italiaanse elftal op het wereldkampioenschap en een vrijwel even collectief protest tegen de door de verliesbeurten als utopisch beschouwde denkbeelden van de coach. Italie is verdeeld in een pro-Sacchi-groep en een anti-Sacchi-groep, waarvan de laatste steeds groter lijkt te worden. De golven van kritiek houdt Sacchi zoveel mogelijk buiten zijn deur. Een verloren wedstrijd is vaak leerzamer dan een gewonnen wedstrijd en bovendien, wist Sacchi, kon zijn werk in de vijf weken voor het wereldkampioenschap pas echt beginnen. In de voorbereidende periode moesten de stramienen van pressing, diagonale lijnen en gestaffeld verdedigen geoptimaliseerd worden. De aanzwellende kritiek kan als een extra motivatie gebruikt worden, ongevraagd een middel om, net als tijdens het uiteindelijk succesvolle wereldkampioenschap in 1982, de rijen te sluiten.

De sfeer in Little Italy na afloop van Italie-Ierland hoeft nog geen duidelijke indicatie te zijn voor de werkelijke kracht en kansen van Italie. De ervaring leert dat op een zwaar toernooi als het wereldkampioenschap een langzame start te prefereren is boven een flitsende opening. En WK-ervaring heeft Italie (drie keer winnaar, vier keer finalist en slechts twee keer afwezig in de eindronde) meer dan voldoende. Dat historisch gegeven en het vertrouwen van de spelers in de ideeen van Arrigo Sacchi maken Italie tot iets meer dan een outsider voor de wereldtitel.

Little Italy of Big Italy? Het antwoord ligt voorlopig nog verborgen in het trainingskamp Sportitalia waar Arrigo Sacchi met maniakale gedrevenheid zijn spectaculair realisme vorm probeert te geven.