Kunstenaars benaderen de heilige Elvis met eerbied

Elvis Lives!' is tot 9 juli te zien in Galerie Torch, Lauriersgracht 94 in Amsterdam. Geopend van donderdag t/m zaterdag 14.00-18.00 uur. Het bijbehorend avondje in Paradiso begint vanavond om 21.00 uur.

AMSTERDAM, 11 JUNI. Of Elvis nog onder ons stervelingen voortleeft, zoals zijn meer verstokte fans geloven, staat nog te bezien. Maar ook onder hen die neigen tot de overtuiging, dat de geheel aan vervetting en dokterspillen ten prooi gevallen afgod van rock and roll in 1977 daadwerkelijk het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld, blijkt de herinnering springlevend: het enthousiasme spettert af van de meeste, op bestelling vervaardigde kunstvoorwerpen op de groepstentoonstelling Elvis Lives! in de Amsterdamse galerie Torch.

“Toen we gedachte kregen een kunsttentoonstelling te organiseren ter herdenking van Elvis' eerste plaatopnamen in 1954, bleek er eigenlijk maar weinig kunst over Elvis te bestaan”, zegt Marcus Müller, samen met Yvon de Witte organisator. Dat euvel is, althans in Nederland, na de opening van Elvis Lives! vandaag drastisch verholpen met tientallen ikonen en anti-ikonen: Niels Nielsen verwerkte Elvis tot asbak, David Flipse tot een blad postzegels, Frans Franciscus tot een masaï-krijger met doorboord oor (“Elvis the Lelvis”), Henk Schiffmacher tot een heilige met een hart van rode edelstenen, Gerard Druiven tot een vadsige tuinkabouter, Hans Verhagen tot een serviesje en Mitsi Groenendijk tot twee bikini's.

Wat zeldzamer zijn de werken waarbij de kunstenaar tot een bespiegeling over Elvis is gekomen, meestal geïnspireerd door het lichamelijk verval van de jonge god der rock and roll. Zeer geslaagd in dit opzicht is Paul de Reus' Elvis looking at his own distorted image - een manshoog houten beeld van de jonge Elvis, die met afgrijzen in een lachspiegel zijn toekomst ziet. Harry Heijink plaatst het idool eveneens voor een spiegel, in een klein kastje, te klein voor de toeschouwer om over Elvis' schouder mee te kijken naar zijn zelfbeeld. Slechts een enkeling kan het af zonder een min of meer naturalistische afbeelding van de zanger in diens verschillende levensfasen: bij Ruud Lanfermeyer staren ons nog slechts de holle ogen van de 'King of sentiment' aan, Wink van Kempens Love me tender bestaat uit een vergulde G-snaar met een zweepje.

Wie het grote aantal werken op Elvis lives! neemt als een goede gelegenheid tot bestandsopname van de hedendaagse iconografie, komt tot de conclusie dat eerbied jegens het idool en scepsis tegenover onsterfelijkheid anno 1994 de overhand hebben. Slechts Paul Smit heeft de toch in principe voor de hand liggende gelegenheid tot iconoclasme aangegrepen, met een zelfportret waarop hij op Elvis' graf bij de villa Graceland onderpist. Ofschoon de aanhoudende berichten over Elvis voortleven mede de aanleiding waren tot de tentoonstelling, lijkt bijna geen der exposanten aan deze mogelijkheid serieuze aandacht te besteden. De prachtige uitzondering is Peter Pontiac: beeld van een straat waar bij nadere beschouwing alle passanten iets van Elvis blijken te hebben.

Dat is vanmiddag wellicht ook de situatie in Amsterdam, als alle zichzelf respecterende 'Elvis look-alikes' zich over straat begeven om de opening bij te wonen door Peter Muller, hoofdredacteur van het blad De Nieuwe, waarin over menige verschijning van de herleefde Elvis in Nederland is bericht. 's Avonds is er dan nog een musical tribute in Paradiso. Dragers van een Elvis Las Vegas Jumpsuit, met of zonder uitpuilende vetrollen - de uitmonstering waarin Elvis zijn carrière heeft afgesloten - hebben hier gratis toegang.