Jemen

Met de regelmaat van de klok vermelden de media - ook NRC Handelsblad - dat een van de hoofdoorzaken van de (burger)oorlog in Jemen de door het Noorden begeerde olie-vondsten in Zuid-Jemen zouden zijn.

Wat is echter werkelijk het geval? In het begin van de jaren tachtig werd de eerste commerciële olie gevonden in Noord-Jemen, in het Alif-gebied niet ver van de grens met Zuid-Jemen, en wel door de Amerikaanse maatschappij Hunt International. De produktie en export van deze olie is nu enige jaren aan de gang, en is tot dusver de enige produktie in het land. Aan de Zuid-Jemenitische kant van de grens werd terzelfdertijd naar olie gezocht onder technische leiding van de Sovjet-Unie, zonder veel succes behoudens goede olie-indicaties in boringen.

Met de instorting van de Sovjet-Unie en de hereniging van Jemen werd de exploratie in het voormalige Zuid-Jemen met kracht en moderne methodes ter hand genomen door (meest) westerse oliemaatschappijen. Diverse vondsten werden gedaan, voor het merendeel klein tot middelgroot, en van beperkte economische betekenis. Er zijn wel plannen voor exploitatie en evacuatie via een pijplijn, maar voorlopig lijken de reserves niet van dezelfde klasse als Alif. Het is dan ook absurd om te stellen dat 'de olie van Zuid-Jemen van vitaal belang is voor het Noorden om uit de economische problemen te komen', zoals steeds weer valt te lezen of te beluisteren.