'In goed overleg'

Alleen- of tweeverdienende ouders met kinderen (op komst) komen er niet onderuit om te praten over de baan van de vrouw: stoppen, een paar jaar of langer pauze, werken in een (te) lage versnelling of gewoon alle remmen los, alsof er geen handenbinders zijn.

De incorrecte opening van dit artikel verraadt een ingeslepen vooroordeel, want waarom wij, zullen vrouwen vragen. En hij? Allebei! Wij, omdat wij de biologische oven bezitten waarin het nageslacht moet rijzen? Genoeg meningsverschil dus voor lange discussies of gepieker door alleenstaande ouders.

Vaak komen tweeverdieners dan, ogenschijnlijk, tot een goede beslissing. In goed overleg. Hoewel. Zij onderbreekt even haar carrière voor de eerste kleine. Een paar jaar later begint de oven weer te gloeien. En dan? Zo komt ze natuurlijk niet meer op gang. Bij het horen van de eerste snerpende tonen op die onvermijdelijke kinderblokfluit, zal ze beseffen dat de tijd dringt. Te laat?

Na vijf jaar kent men je bijna niet meer bij het bedrijf waar je voor het laatst werkte. Intussen, in goed overleg, gaat hij door en ontwikkelt zich verder en staat zij stil, beroepshalve althans. Mogelijk liggen de rollen anders: hij deformeert in de race naar de top en zij leeft en groeit. Betaald werken is niet de enige zaligmakende bezigheid.

In de discussie over stoppen of doorgaan hoort persoonlijke financiële planning een belangrijke rol te spelen. Denk eens aan de gevolgen van overlijden, arbeidsongeschiktheid, ontslag, minder inkomen van een eigen baas en echtscheiding. Na zo'n 'voorval' vallen als regel de inkomsten (sterk) terug en zal de vrouw willen werken om dit verschil te compenseren. Ze zal opvoeden en betaald werken moeten combineren.

Vanuit dit beperkte uitgangspunt, moeten moeders blijven werken of pauzes gebruiken voor verdieping en verbreding van kennis en vaardigheden. Dat lukt alleen wanneer er voldoende opvang en verzorging van kinderen beschikbaar is en de vader ook een deel van de zorg op zich neemt. Ideale opzet: van 0 tot 12 jaar, 24 uur per dag en zeven dagen per week, want sommige ouders werken op onregelmatige tijden. De ouders bepalen zelf hoe ze daar gebruik van maken. Daarnaast zijn er nog zwangerschaps- en bevallingsverlof en onbetaald ouderschapsverlof, voorzieningen van beperkte duur.

Vanaf de jaren tachtig subsidieert vooral de overheid die opvang. Het kan ook anders, meent in 1986 Nico Bot, toen van het opbouwwerk in Amsterdam Zuid-Oost. Hij ziet meer heil in het betrekken van bedrijven bij de opvang, toen een onbekend fenomeen, en richt daarvoor de stichting UK, Uitbreiding Kinderopvang, op. De gesubsidieerde instellingen verdenken deze eerste particuliere stichting in Amsterdam ervan commercieel te zijn, een niet met kinderopvang te rijmen activiteit. In tegendeel, stellen de commerciëlen, ouders en bedrijven hebben veel invloed op kwaliteit en aanbod.

Toch neemt sinds 1989 het aantal bedrijfsmatige dagverblijven toe. Bot is onlangs overgestapt naar de SUK, de landelijke Stichting Uitvoering Kinderopvangregelingen, waarin zowel het FNV als de VNO zitten. De stichting beheert fondsen en voert de betreffende CAO-regelingen uit.

De sociologe Anoesjka Dinjens is de nieuwe directeur van UK, uitgegroeid tot een in Amsterdam en omgeving werkzaam bedrijf met 150 personeelsleden, circa duizend kinderen in de leeftijd van vooral 0 tot 4 jaar en tien dagverblijven in eigen beheer. Wie heeft er belang bij meer bedrijfskinderopvang, behalve de moeder èn vader, en kinderen natuurlijk? Mevrouw Dinjens: “Het bedrijfsleven. Doordat vrouwen blijven doorwerken bespaart men op opleidings- en sollicitatiekosten en wordt de continuïteit van de organisatie minder verstoord.” Wat kunnen ouders doen? “Zij kunnen bij werkgevers van zowel moeders als vaders deze opvang propageren en hen stimuleren om het in de arbeidsvoorwaarden op te nemen.” Wordt opvang niet enigszins conjuctuurgevoelig wanneer de financiering vooral afhangt van het bedrijfsleven? “Ja, maar bedrijven moeten, mede uit eigen belang, er naar streven het los van elkaar te zien.”

En tot slot. Wat is ideale opvang? “Het kind staat centraal. Voor een kind lijkt het ideaal wanneer vader en moeder het elk een dag per week verzorgen en de overige drie dagen een dagverblijf de zorg overneemt. Het kind leert daar omgaan met anderen, krijgt aandacht en geniet van het verblijf in de groep. De gedeelde zorg van ouders en dagverblijf is essentieel. Een kind is geen caravan die je een poosje in de stalling zet wanneer het in de weg staat.” (Stichting UK: 020 - 6206411)