Hollands Dagboek: Edwin Rottenberg

Edwin Rottenberg (1920, getrouwd, twee kinderen, waarvan er een Felix heet, en twee kleinkinderen) was in de Tweede Wereldoorlog met 17 andere Nederlanders van de koninklijke marine als codeur gedetacheerd op Britse oorlogsschepen. Op 6 juni 1944 maakte hij aan boord van de Vivacious, een torpedojager uit 1916, voor de kust van Normandië de invasie mee. Voor de herdenking van D-Day voer hij met marine-veteranen aan boord van de Abraham van der Hulst mee.

Donderdag 2 juni 1994

Was ik nog maar acht!

Want toen kwam het feestelijkste moment van de dag op donderdagmorgen vroeg als de ochtend-editie van het Algemeen Handelsblad in de bus plofte. Daar stond niet alleen een kruiswoordpuzzel in maar vooral een overzicht en een voortbeschouwing van de sportwedstrijden in het komende weekeinde. Wat voelde ik me gelukkig!

In dat jaar, 1928, werden de Olympische Spelen in Amsterdam gehouden, niet ver van ons huis. Dank zij een familielid met een perskaart kon ik sommige wedstrijden bijwonen. Ik heb gezien hoe Duitsland, dat voor de Spelen in Antwerpen en Parijs niet was uitgenodigd, voor het eerst na de oorlog van 1914 weer mee mocht doen en met voetballen verloor van Uruguay. De aanvoerder van de Germanen, ene Kalb, gaf de scheidsrechter een klap en werd van het veld gestuurd.

Voor het eerst maakte ik kennis met chauvinistische, luidruchtige Duitse supporters, grote zware mannen met zwarte zeilpetten op harde en omvangrijke koppen.

Voor een eigenwijs en nieuwsgierig jongetje was de krant een prachtige informatiebron, aardrijkskunde en geschiedenis tegelijk.

Uitvoerige berichten over de vele Nederlandse koopvaardijschepen op weg naar verre havens werden afgewisseld door herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog, die grote indruk op mij maakten.

Ik was een beetje jaloers op mijn ouders, die zulke spannende gebeurtenissen hadden meegemaakt.

Mijn moeder zei altijd: “Gelukkig komt er nooit meer zo iets vreselijks als een oorlog. Want nu heb je de Volkenbond, er zijn ontwapeningsconferenties en Briand en Stresemann zijn vrienden van elkaar!”

De benoeming van Hitler tot rijkskanselier ging aan de aandacht van de publieke opinie in Nederland grotendeels voorbij; dit belangrijke feit werd overschaduwd door de muiterij op de kruiser “De Zeven Provinciën” in de Nederlands-Indische wateren.

Het was een uit de hand gelopen protest van marine-personeel tegen aanzienlijke traktementsverlagingen, waarbij het optreden van de officieren niet slagvaardig was en het schip door de bemanning werd overgenomen. Terwijl de kruiser al op weg was naar de thuishaven Soerabaja werd een als waarschuwing bedoelde vliegtuigbom geworpen die niet naast maar op het schip belandde en een aantal opvarenden doodde of verwondde.

Deze voor het altijd zo rustige Nederland sensationele gebeurtenissen verduisterden het zicht op het buurland, waar de duivel zich gereed maakte uit zijn hol te komen.

In 1934 was het 20 jaar geleden dat de wereldoorlog begon en in Oost-Pruisen werd met veel ketelmuziek de Duitse overwinning van Tannenberg herdacht; oudstrijders uit 1870 en zelfs uit 1866 waren daarbij aanwezig!

Vandaag 50 jaar geleden kwam mijn schip van een konvooivaart terug in Sheerness. in de baai lagen talloze troepenschepen boordevol landmacht klaar om uit te varen. De invasie was aanstaande, verloven werden ingetrokken en niemand mocht van boord.

Vrijdag

Vijftig jaar geleden maakte ik met een aantal mede-opvarenden een zeiltochtje in de sloep. Aan boord gebeurde er weinig en een order om uit te varen kwam niet. De wind stak op.

Zaterdag

Aan de achterkant van het Rotterdamse Centraal Station wacht een minibusje van de marine, dat ons naar Hoek van Holland zal brengen. Ik maak kennis met de andere veteranen die bijna allemaal uit Rotterdam en omgeving komen. Het zijn de voormalige leden van de bemanningen van de kanonneerboten Flores en Soemba: Homburg, Dijkmans, Eerhart en Brak, de vliegtuigmaker Kummeling van het roemruchte 320 squadron, bootsman Bertus Ras die tijdens D-Day met zijn sleepboot caissons naar de Mulberry haven bracht en de oudste van ons: de oud-gezagvoerder ter koopvaardij Dick Ouwehand, geboren in 1906 en op 6 juni 1944 stuurman van de Mecklenburg. Het busje is bomvol, want een aantal journalisten vult het gezelschap aan. Het blijkt dat dit vehikel meegaat met de veerboot en ons daarna van Harwich naar Portsmouth zal transporteren.

We schurken tegen elkaar op de smalle skai-bankjes en zijn blij in de Hoek in te kunnen schepen.

Na de overtocht is het nog ongeveer 5 uur rijden tot Portsmouth. De veteranen zijn blijkbaar behalve op hun presentie tijdens D-Day vooral geselecteerd op hun geringe lengte; de veel jongere en dus langere journalisten zijn na de reis behoorlijk gekreukeld. Het is donker als we inschepen op de Abraham van der Hulst en de ontvangst in de longroom maakt veel goed. We worden ondergebracht in de ruime verblijven met prachtige vaste kooien, veel kasten en goed sanitair.

In 1944 voeren wij op 4 juni uit met de troepenschepen en landingsvaartuigen toen plotseling ter hoogte van Dover de ankerkettingen ratelden: de invasie was een dag uitgesteld wegens slecht weer. Kassian voor de invasietroepen, die op elkaar gepakt op de deinende schepen van zeeziekte last zouden kunnen hebben.

Zondag

'Overal' om 7 uur en daarna ontbijt in de ruime en gezellige longroom met attente hofmeesters. De haven van Portsmouth ligt vol met de schepen van het internationale eskader dat aan de herdenking meedoet. Om half twaalf vertrekken we. Het is helder weer. Op kaden en stranden staat het zwart van het volk, dat naar alle schepen zwaait.

We varen in twee linies en worden weldra ingehaald door de Brittannia, het Britse koninklijke jacht met de staatshoofden en royalty. We lunchen met de traditionele zondagse blauwe hap, een heerlijke Marine-rijsttafel, die oude herinneringen doet herleven.

Om 4 uur 's middags ceremoniële herdenking.

De commandant, kapitein luitenant-ter-zee Wilms en oud-gezagvoerder Ouwehand zullen samen een krans in zee werpen, de andere veteranen zullen om hen heen staan en de bemanning paradeert.

Een straffe westenwind doet het schip deinen. Daarom staan die oud-marinemensen van ver boven de zeventig er wat onzeker bij en ze vormen een brekelijk en pathetisch koor terwijl ze elkaar en vriend Ouwehand ondersteunen; dan komt de Brittannia opstomen met prins Bernhard en de krans wordt geworpen.

De bloemen drijven op de golven, een ontroerende aanblik die mij doet denken aan vijftig jaar geleden toen we op 6 juni in stormachtige omstandigheden schipbreukelingen oppikten en dode lichamen zagen drijven.

Ik wil de gevallenen van vroegere gewapende conflicten mede herdenken: de strijders van de Parijse commune op de barricaden van Belleville, de burgers van Aarschot en Dinant, doodgeschoten door de keizerlijke legers in augustus 1914 bij de infame Duitse overval op België. Ik herdacht de leden van de internationale brigades in de sneeuw van Guadalajara en voor Madrid, de bemanning van de Jan van Galen, net uit Indië terug en opstomend naar Rotterdam in de meidagen van '40, de burgers van Leningrad tijdens 3 vreselijke oorlogswinters, de laatste verdedigers van het ghetto van Warschau, april 1943 en die van Boedapest ruim 13 jaar later...

Vijftig jaar geleden, op 5 juni 1944 voeren wij uit. De Commandant van MS Vivacious waarschuwde ons dat het geen makkie zou worden. Wij zouden langs Le Havre varen en daar stonden zware jongens opgesteld die voor de nodige keet zouden kunnen zorgen. Ik had vlinders in mijn buik.

Maar het bleek erg mee te vallen op zee: er was geen mof te zien, niet op het water en niet in de lucht en vanaf het land hielden ze zich koest.

Terug naar de Abraham van der Hulst. We waren 's avonds uitgenodigd bij de 'echte' mannen in hun café en we hadden daar een bijzonder plezierige avond. De ruim halve eeuw leeftijdsverschil bleek geen enkele barrière te zijn. We vertelden onze sterke verhalen van barre vroegere tijden en vernamen hoe de huidige marinejongens hun tijd doorbrengen, wat hun verwachtingen zijn. Pas na één uur 's nachts zocht ik mijn kooi op.

Maandag 6 juni

Wij liggen voor anker voor de baai van Arromanches, het is heiig en we zien ver van ons de schepen van het internationale eskader. We krijgen een rondleiding aangeboden. Het hoofd van de wapenkundige dienst, de nog jonge luitenant-ter-zee eerste klasse Fok Bolderhey heeft de gave de generatie van griffel en lei de meest ingewikkelde communicatiesystemen eenvoudig en helder uit te leggen, bovendien is hij een talentvol bespeler van de dwarsfluit.

We zijn diep onder de indruk van de technische mogelijkheden van dit mooiste oorlogsschip ter wereld, een Nederlandse ontwerp op de werf De Schelde uitgevoerd.

De Abraham van der Hulst, vernoemd naar een Zeeuwse zeeheld uit de 17de eeuw, is een M-fregat (M = multiple purpose) waarvan er nog een aantal zullen worden gebouwd. In het vierkante moduul dat in het ontwerp telkens wordt herhaald zijn alle wapen- en verbindingssystemen opgenomen.

We kunnen trots zijn op dit prachtige ontwerp van Nederlandse scheepsbouwers. Het is werkelijk een plezier op dit schip te verblijven. Er is ruimte aan dek en binnen en de materiaalverwerking is een lust voor het oog.

Wij kunnen onze euforie kwijt tijdens de lunch, die ons in zijn hut door commandant Wilms wordt aangeboden en complimenteren hem niet alleen met zijn schip maar ook met de uitstekende sfeer aan boord.

Vijftig jaar geleden: de Vivacious diende met andere torpedobootjagers als schild voor het slagschip Warspite (1916) dat met zijn 9 kanons in 3 torens 40 cm. granaten spuwde over landdoelen.

Een inferno!

Op de televisie volgen we de verschillende herdenkingen waarbij vooral de treffende rede van de Franse president de aandacht trekt.

Laat in de middag nemen we afscheid van de bemanning van de Abraham van der Hulst. Met de grootste zorg worden we begeleid bij onze overstap op een motorsloep van de Franse marine die ons in Cherbourg aan wal zet. In hetzelfde minibusje als tijdens de heenreis kunnen we de paradijselijke omstandigheden van de afgelopen dagen overdenken. Het wordt een nachtelijke rit naar Nederland, door een slapend Noord-Frankrijk. We komen nogal geblutst terug in de schoot van onze families en hebben minstens een dag nodig om te herstellen.

“En daar de Heren Staten hun vlag betrouwen zal ik mijn leven wagen.” Was dat niet het devies van Michiel de Ruijter?

We hebben waarschijnlijk de laatste viering van D-Day kunnen meemaken want als de overlevenden van 6 juni 1944 er niet meer zijn wordt het een beetje schimmig om te blijven herdenken.