Hoe lichter de zoef hoe beter

Als hij de kans krijgt kan de vrije trap van Ronald Koeman een van de attracties van het wereldkampioenschap worden. Verleden maand in de Europa-Cupfinale van Barcelona tegen AC AC Milan kreeg de aanvoerder van het Nederlands elftal niet de gelegenheid te vuren. “Dat is een uitzondering”, zegt Koeman. “Normaal krijg ik in elke wedstrijd wel een of twee kansen.”

Vrije trap op schootsafstand van het vijandelijke doel. Ronald Koeman zet zich in beweging en begeeft zich in draf naar de plek des onheils. Hij bestudeert de positie en degelijkheid van de muur en kijkt waar de keeper staat. Dan beslist hij hoe hij de vrije trap zal gaan nemen. Met zorg legt hij de bal neer. Hij doet dat altijd zelf, want het contact met de bal is belangrijk en hij weet dan ook meteen zeker dat er geen kuiltje of polletje in de weg ligt. Hij trekt vervolgens zijn kousen op, neemt een aanloop en vuurt. Boem!

Het lijkt een vast ritueel. “Dat ophalen van de kousen hoort er niet speciaal bij”, zegt Koeman. “Dat doe ik misschien wel honderd keer per wedstrijd. Let maar eens op. Het is een soort tik van me.”

Koeman praat zelf niet over een vrije trap, maar over een vrije bal. Hij is de specialist. Hij weet precies hoe het hoort. De bal moet goed in het midden worden geraakt en met de binnenkant van de wreef worden getrapt. Dat geeft, aldus de verdediger, het beste resultaat. Hij is al eens vergeleken met bokser Mike Tyson wegens de kracht van zijn schot en met biljarter Raymond Ceulemans wegens de precisie.

Ronald Koeman is trots op zijn dodelijke wapen. “Als je er in een wedstrijd voetballend niet doorkomt, kan je met zo'n vrije bal toch een opening creeren.” Dit seizoen scoorde hij voor Barcelona liefst elf keer met een vrije trap.

Hij heeft er in zijn carriere veel ballen ingeknald. Van alle afstanden, van alle posities, laag, hoog, door het midden, in de hoeken. Koeman geniet zelf het meeste van vrije trappen die er in de hoek waar de keeper staat opgesteld ingaan. “De bal mag er daar eigenlijk niet in. Toch gebeurt het. Dat vind ik het mooiste.” Hij scoorde dit seizoen op die manier in de Champions League tegen Spartak Moskou en, voor het tweede achtereenvolgende jaar, in de competitie tegen Real Madrid. Doelman Buyo maakte nog een mooie duik, maar graaide jammerlijk mis.

Zijn bekendste vrije trappen zijn die in de Europa-Cupfinale van '92 tegen Sampdoria en die in de WK-kwalificatie tegen Engeland in Rotterdam. “Eigenlijk neem ik 'm bijna nooit zo”, zegt Koeman over de laatstgenoemde voltreffer. Het schot was veel minder hard dan normaal, een stiftbal in plaats van een droge knal. “De muur stond niet op de goede afstand en ik zag de keeper bij de verste paal staan.” Bij zijn belangrijkste doelpunt tot nu toe, dat tegen Sampdoria, had Koeman het geluk dat de Italiaanse muur verkeerd uitliep en er een gat ontstond. De schoen waarmee hij toen scoorde staat als een waardevol pronkstuk in een glazen kastje temidden van alle trofeeen in het museum van Barcelona.

Misschien dat een keeper meer kans heeft om een schot van Koeman tegen te houden als er geen medespelers voor zijn neus staan. Een muur belemmert vaak het zicht van de doelman. En door de hoge snelheid van Koemans vrije trappen, zo bleek uit een onderzoek van een Catalaans sportinstituut, heeft de doelman bij een vrije schop op ongeveer achttien meter van het doel slechts 0,88 seconden om te reageren.

“Van mij mag de muur blijven staan”, zegt Koeman. “Ik ben er zo aan gewend geraakt. Zo'n muur irriteert me niet.” Uitlopende spelers kunnen vervelend zijn, maar van Real Madrid is bijvoorbeeld bekend dat Chendo bij een vrije trap altijd naar voren loopt en omhoogspringt. Toch scoorde Koeman meermalen tegen de aartsrivaal. “Je houdt rekening met wat de muur doet.”

Zijn vrije trappen hebben een snelheid van meer dan honderd kilometer per uur. Geen wonder dat keepers en spelers zenuwachtig worden wanneer Koeman in de buurt van hun strafschopgebied mag aanleggen. Maar het is een misverstand te veronderstellen dat altijd geldt: hoe harder een vrije trap hoe beter hij is. Hij moet af en toe juist niet te hard zijn, weet Koeman. Want dan kan de bal ineens omhoog vliegen of vreemd gaan stuiteren. “Het heeft zeker niet alleen met kracht te maken.”

Dat werd hem ooit bij PSV door Willy van der Kuylen duidelijk gemaakt. De hulptrainer beschikte in zijn tijd als profvoetballer zelf over een fluwelen trap. Hij scoorde veelvuldig met vrije trappen en afstandsschoten. Van der Kuylen is nog steeds topscorer aller tijden in de eredivisie met 311 doelpunten. Koeman zegt zich de aanvaller niet specifiek te herinneren als een specialist van vrije trappen, maar meer “als een speler die met twee benen kon trappen. Kappen en schieten, dat was Van der Kuylen”.

Van der Kuylen geniet van de trap van Koeman. Zo zie je er tegenwoordig nog maar weinig, meent hij. “Het is vooral een kwestie van de bal op het juiste moment goed raken. Je moet niet te wild zijn. En dat is Koeman niet. Hij blijft tot het laatste moment heel rustig. Hij maakt ook een hele korte beweging met zijn been. Veel spelers hebben een hele lange zwaai. Dat geeft de keeper meer tijd om te reageren.” Van der Kuylen ziet overeenkomsten tussen zijn trap en die van Koeman. “We schieten allebei strak, een streep. De Fransman Platini trapte bijvoorbeeld veel meer met een curve.”

Koeman deed twee jaar lang bij PSV samen met Van der Kuylen schietoefeningen. In Barcelona bouwde hij die nog verder uit. Gemiddeld drie keer per week blijft de verdediger op de training na om te schieten. Meestal duurt zo'n sessie een half uur tot drie kwartier. Het liefst doet hij dat op het bijveld, want daar staat een muurtje met poppen. Volgens zijn anderhalf jaar oudere broer Erwin Koeman is het voor de ontwikkeling van de trap van Ronald ideaal geweest dat hij de afgelopen vijf jaar in Spanje heeft gevoetbald. “Het is daar bijna altijd mooi weer. Dan kan je de tijd nemen om te oefenen, lekker in je korte broekje buiten op een perfect veld. Wij staan hier vaak in regen en modder te ploeteren.”

Door veel te trainen is het schot van Ronald Koeman met de jaren beter geworden. “Maar ik heb altijd al een goede trap gehad. Dat kan niet anders. Iemand die geen goede trap heeft en elke dag traint, krijgt toch geen goede trap.” Hij blijkt 'm bij zijn geboorte te hebben meegekregen. Vader Martin Koeman, tegenwoordig directeur bij FC Groningen, had als voetballer ook een ferme trap in de benen. Als hij met het toenmalige GVAV moest spelen stonden zijn zoons Ronald en Erwin op het bijveld van het Oosterparkstadion te knallen.

Erwin Koeman scoort ook regelmatig met vrije trappen en afstandsschoten. Zijn reputatie haalt het echter bij lange na niet bij die van zijn broer. “Ronald heeft een perfecte trap”, constateert zijn broer. “Hij durft ook meer risico te nemen dan ik. Hij trapt vol. Waar hij een bal in de verste hoek probeert te schieten zal ik waarschijnlijk voor de korte hoek kiezen. Hij heeft zo veel vertrouwen. Dat straalt er gewoon vanaf.”

Zenuwen kent Ronald niet als hij moet aanleggen. “De stand is natuurlijk belangrijk. Het is nogal een verschil of het 3-0 of 0-0 staat. Daar denk ik dan best wel aan. Maar niemand zal het je aanrekenen als je die bal er niet inschiet. Dat ligt met een strafschop anders. Die moet erin.”

Ronald Koeman maakte dit seizoen in de halve finale van het Europa-Cuptoernooi tegen FC Porto een fantastisch doelpunt met een afstandsschot. Dat had, zo werd gemeten, een recordsnelheid van 122 kilometer per uur. Zo veel scoort hij bij Barcelona niet op die manier. “Daarom vond ik het ook extra leuk”, bekent Koeman. “De mensen in Barcelona hebben weer eens kunnen zien dat ik zo ook succes kan hebben. Omdat ik daar vrij verdedigend speel ben ik meestal niet in de gelegenheid om op doel te schieten.” In zijn tijd bij PSV scoorde Koeman wel vaak met schoten van afstand. Hij maakte in Eindhoven in een seizoen zelfs eens 21 competitiedoelpunten.

Het geheim zit 'm zeker niet in zijn schoenmaat. Koeman heeft een hele gewone voet, maat 8 oftewel 42. Zijn voetbalschoenen moeten krap zitten. Ze mogen zelfs best een beetje pijn doen. Dan voelt hij zich het lekkerst. “Ik wil geen ruimte voorin bij mijn tenen hebben.”

Sinds de oefeninterland tegen Ierland in april speelt Koeman op de revolutionaire 'schubbenschoenen' van Adidas, de Predator. Ze bevallen hem zo goed dat hij er ook in de Verenigde Staten op zal lopen. Volgens testen kan een speler met de nieuwe schoen harder schieten. Daar hoeft Koeman het niet voor te doen. Hij vindt echter dat hij met de nieuwe schoen de bal makkelijker om een muur kan laten draaien. Adidas is blij met de trouw van een vedette als Koeman. Bij het sportmerk stellen ze bovendien vast dat de Oranje-aanvoerder zuinig is op zijn schoenen. “Nee, ik poets ze niet zelf”, vertelt Koeman. Hij verslijt drie a vier paar schoenen per seizoen.

Van der Kuylen kan aan het geluid van de bal horen of hij goed is geschoten. Hoe lichter de zoef hoe beter. Ronald Koeman is zich daar niet van bewust. “Ik weet wel al op het moment dat ik schiet of de bal goed is of niet.”