Het straatvoetballertje uit de Majubastraat

Bondscoach Dick Advocaat groeide op in de Majubastraat in de Haagse arbeiderswijk Transvaalkwartier. Hij heeft drie oudere broers en een jongere zus. Zijn leven stond altijd in het teken van voetbal.

Jaap Advocaat (53 jaar) is hoofd betalingsverkeer bij een bank.

Chris Advocaat (51) is onderhoudsmonteur.

Jan Advocaat (49) is vrachtwagenchauffeur.

En hun jongste broer, Dirk Nicolaas Advocaat (46), is bondscoach van het Nederlandse voetbalelftal.

Echt verrast zijn ze niet dat Dick het zo ver heeft geschopt in de voetballerij. “Nee”, zegt broer Jan, “je zag vroeger al hoe fanatiek hij was. Mijn vader zei ook dat Dick de grootste van de familie zou worden. Hij was toen pas tien jaar.” Jaap: “Hij had en heeft alles voor het voetbal over.”

Alle vier broers voetbalden. Dat was bijna vanzelfsprekend. Hun vader Jan was een fervent voetballer die bij Ter Laak en ATVV speelde. Beide Haagse clubs bestaan niet meer. Jan Advocaat was een ouderwetse rechtsbinnen en haalde zelfs het Haagse Elftal. Zijn zonen schopten hun eerste bal op het schoolplein pal tegenover hun huis in de Majubastraat. Tegenwoordig staat daar een sporthal. Soms hing vader uit het raam van nummer 41 op de tweede etage om zijn kinderen te zien voetballen en ze aanwijzingen toe te roepen. “Gebruik dat linkerbeen.”

Jan Advocaat werkte hard om zijn gezin te onderhouden. Hij was kantoorbediende op het ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening. Daar stookte hij als bijverdienste ook de kachels op. Moeder Willemina - 'Mientje' - werkte in het ziekenhuis. De familie Advocaat had het niet breed. Vaak moesten Chris, Jan jr. en Dick de te klein geworden kleren en schoenen van hun oudste broer afdragen. Daarom noemde Dick zijn oudste broer Jaap altijd “het verwende pikkie”.

Vader Jan overleed in 1963 op 58-jarige leeftijd aan een longziekte. Dick was toen 17 jaar. Hij was lang kapot van de dood van zijn vader. “Hij heeft helaas niets kunnen meemaken van mijn carriere als profvoetballer en trainer”, zegt hij nu. Af en toe praat de bondscoach nog weleens in zichzelf tegen zijn vader. Dan vraagt hij om zijn steun.

Dick Advocaat is een gevoelsmens. Zelfs als hij met het Nederlands elftal op reis is belt hij zijn 85-jarige moeder dagelijks op. “Al zit hij ergens op de poolcirkel”, aldus broer Jaap. Tijdens het trainingskamp voor het WK in Noordwijk kreeg Dick op een ochtend geen contact met zijn moeder en belde bezorgd Jaap op. Die stuurde zus Anneke naar haar huis aan de Dierenselaan. Moeder bleek nog te slapen. Persvoorlichter Ger Stolk kon daarna Dick, die inmiddels op het veld stond, geruststellen.

Dick Advocaat hing erg aan thuis. Daarom verbaasde het zijn broers dat hij naar Amerika vertrok om daar drie jaar voor Chicago Sting te gaan voetballen. “Hij was bij wijze van spreken nog niet verder geweest dan Lunteren”, aldus Jaap. Naar Lunteren ging Dick ooit met drie vrienden, onder wie de huidige PSV-trainer Aad de Mos en ex-profvoetballer Harry Vos, op vakantie. Maar Dick kreeg echter last van heimwee en keerde al na een dag met de trein terug naar zijn Den Haag. Ook in zijn periode in Chicago had hij het soms moeilijk. Feyenoord-trainer Willem van Hanegem zag een keer een traan over de wang van Advocaat biggelen toen ze in een lege ontbijtzaal via de jukebox de plaat 'You needed me' hoorden.

ADO was de club in de Residentie. Het stadion lag op loopafstand van het huis van de Advocaten. De Schalk Burgerstraat door, de brug over en je was er. Dick was al van jongsaf bijna dagelijks in het Zuiderpark te vinden. Hij bezocht de trainingen van de profs en schopten de ballen die over en naast het doel vlogen terug. Bij de thuiswedstrijden van het eerste elftal stond hij met zijn neus tegen het hek in het speciale vak voor de ADO-jeugd, ook wel de kippenren genoemd, achter een van de doelen. Als ADO uit moest spelen stond Dick bij de bus om de spelers uit te wuiven. “Dag meneer Schuurman, dag meneer Clavan.” Hij keek hoog op tegen de Haagse stervoetballers. Respect bleef hij ook later tonen. Hij heeft Rinus Michels, met wie hij bij KNVB jaren nauw samenwerkte, altijd 'meneer Michels' genoemd.

De dag dat zijn oudste broer Jaap in het eerste elftal van het grote ADO mocht debuteren was een van de mooiste uit het leven van de jonge Dick Advocaat. Hij was apetrots. Zelf kon hij, als tienjarige, niet bij de wedstrijd tegen Sparta zijn. Rotterdam was te ver weg. Dick zat met zijn oor tegen de radio. Zo hoorde hij dat zijn broer ADO op een 1-0 voorsprong zette. Uiteindelijk verloor de Haagse club met 4-1, maar dat kon de pret niet drukken. Bij thuiskomst van Jaap Advocaat ontfermde Dick zich over diens tas en viste er een tube met vet voor de benen uit. Dat rook naar menthol. Dick en zijn boezemvriend Harry Vos smeerden zich ermee in en stapten trots in korte broek door de buurt. Nu nog vindt de bondscoach het vet een lekkere geur hebben. “Dat is voetbal voor mij.”

Toen Jaap debuteerde was Dick zelf ook een paar maanden lid van ADO. Daarmee was zijn droom uitgekomen. Hij had eerst nog een jaartje bij een andere Haagse club, Celeritas, gezeten omdat hij te jong was voor ADO. In het Zuiderpark moest hij voor de ballotagecommissie verschijnen en kreeg drie weken later eindelijk bericht dat hij bij rood-groen was aangenomen. Hij kwam in de onderlinge competitie van de ADO-jeugd bij De Buffels terecht en wist zich op te werken tot de beste pupillen, De Leeuwen, die altijd in het grote stadion voorwedstrijden mochten spelen.

Op 17-jarige leeftijd kreeg Advocaat, ook een verdienstelijk catcher bij het honkbal, een jeugdcontract voor ongeveer 150 gulden per maand. Hij werd gekozen in het UEFA-elftal van bondscoach George Kessler. Twee jaar later maakte hij zijn debuut in de hoofdmacht van ADO. Advocaat zal nooit het moment vergeten dat hij door trainer Ernst Happel van het het tweede elftal naar het eerste werd overgeheveld. Happel kwam binnen, sprak hem op zijn bekende wijze aan, 'Diekkie', en knikte alleen met zijn hoofd naar het kleedlokaal van de A-selectie.

Zeven jaar speelde hij voor ADO 1, met zijn overleden vriend Aad Mansveld als legendarische aanvoerder. Advocaat werkte er in die tijd een paar maanden bij de boekhouding van de KLM, daarna langdurig bij het im- en exportbedrijf van groente en fruit Overwater en ook nog even bij het bedrijf van de vermaarde rechtsback van ADO Theo van der Burch. Op zijn 25ste werd Advocaat voor het eerst fullprof. Roda JC kocht hem voor twee ton. Vervolgens speelde hij voor VVV, Chicago Sting, terug in het Zuiderpark bij FC Den Haag, Sparta, het Belgische Berchem Sport en FC Utrecht.

Advocaat omschrijft zichzelf als “een type Wouters, maar dan met mindere kwaliteiten”. Hij moest het van zijn inzet, werklust en taktisch inzicht hebben. Dat laatste leerde hij zich bij het voetballen op straat aan. “Want daar moest je voor elke situatie een oplossing vinden.” Het straatvoetbal in het Transvaalkwartier bracht vele profs voort: de Advocaten, Kila, Schoenmaker, De Mos, Vos. Broer Jaap: “Op straat was het een kwestie van knokken. Hard tegen hard. Je viel je vaak te barsten over de stoeprand.” Hij omschrijft zijn jongste broer als “een ongelooflijk vechtertje”. “Ik kon een driftkikker zijn”, zegt de coach zelf. Dick Advocaat speelde altijd met afgezakte kousen. Dat was een soort bijgeloof. ADO-trainer Vaclav Jezek wilde echter dat hij zijn kousen omhoog zou doen, maar dat weigerde de speler. Daarmee riskeerde hij een boete. “Maar ik voelde dat ik met mijn kousen omlaag beter speelde.”

Volgens Dick Advocaat kon zowel broer Jaap als broer Jan beter voetballen dan hij. Ook Jan speelde bij ADO. “Maar ik had ook nog andere interesses. Ik ging nog weleens uit. Dick niet, nooit”, vertelt Jan. Hij was gek van bromfietsen en auto's. Jan kwam jarenlang voor het hoogste amateurelftal van ADO uit, toen ADO 3. Naderhand ging hij naar Oranje Blauw. Daar voetbalde Chris ook. Hij woont tegenwoordig in Scherpenzeel.

Dick Advocaat heeft veel contact met Jaap. Zijn andere broers ziet hij eigenlijk alleen op de verjaardag van zijn moeder. Dick en Jaap hadden in hun jeugd nog geen speciale band. Ze verschilden zeven jaar en trokken met vrienden van hun eigen leeftijd op. Wel bezochten ze dezelfde school, de Handels-ULO in de Vermeerstraat. Ze bleven nooit zitten. Later vonden ze elkaar vooral in hun gemeenschappelijke passie, voetbal. Jaap werd trainer, maar ondanks dat hij ook het nodige succes had ging hij niet verder met het halen van diploma's. Hij verkoos voor een maatschappelijke carriere bij de bank. Tot halverwege het afgelopen seizoen trainde Jaap Advocaat nog amateurclubs uit de Haagse regio.

Na zijn profloopbaan voetbalde Dick Advocaat nog een jaar bij Duindorp SV waar Jaap trainer was. De ex-prof speelde laatste man. Jaap: “Als er andere spelers bij waren bemoeide Dick zich nooit ergens mee. Waren we met z'n tweeen dan zei hij pas wat. Zou je het niet zus of zo doen? Hij had toen al diploma's.” Op twee punten na werd de promotie naar de derde klasse gemist. “Hij ging na de training nooit mee de kantine in”, herinnert Jaap zich.

Daarmee is Dick Advocaat getypeerd. Hij drinkt niet, hij rookt niet. Hij houdt niet van feesten en partijen. “Hij wil gewoon zijn werk doen. Hij wil al die poespas niet. Zijn gezicht spreekt voor mij boekdelen. Ik weet precies wanneer hij het niet naar zijn zin heeft. Als hij na een interland bij mij in de auto zit, gaat de stropdas los. Lekker weer even normaal doen, zegt hij dan.”

Het was ook Jaap die zijn broertje aan diens eerste club als trainer hielp. DSVP uit Pijnacker klopte eigenlijk bij de oudste Advocaat aan, maar deze was bezet en adviseerde Dick te nemen. Het werd een succesvolle periode. De latere bondscoach bleef 55 wedstrijden ongeslagen met DSVP en promoveerde twee keer. In die periode werd hij ook door Rinus Michels, geimponeerd door de hoge cijfers van Advocaat op de cursus in Zeist, benaderd om bij de KNVB te komen werken. Eigenlijk was de keuze op Wim Jansen gevallen, maar die bedankte voor de eer.

Jaap Advocaat beschouwt zichzelf als een soort uitlaatklep voor zijn broer. Dick komt regelmatig “effe een bakkie doen” en lucht dan zijn hart. Ook belt hij altijd naar Jaap als hij met het Nederlands elftal in trainingskamp zit. Soms geeft de broer een welgemeend “adviesje”. Over de keuze van spelers praat hij nooit. “Ik heb ook weleens van: waarom neemt hij die er nou bij? Maar dat zeg ik niet tegen hem. Er wordt al genoeg aan zijn kop gezeurd. Iedereen heeft een mening. En Dick ziet de dingen gewoon beter dan ik. Hij kan zo snel analyseren.”

De oudste Advocaat reist ook voor het WK naar Amerika. Om aan te geven dat de spelers daar volledig zullen worden afgezonderd voor pers en publiek zei de bondscoach laatst dat “zelfs mijn broer er niet inkomt”. Jaap lacht. “We hebben elkaars telefoonnummer.”