Europees design-hart ligt in Engeland

AMSTERDAM, 11 JUNI. De stoel waarop we zitten, de douche-kop met kleine gaatjes en een draaimechanisme dat 'de bui' breder of smaller maakt, de klok aan de muur en het behang erachter, ze zijn allemaal bedacht. Was het vroeger de technische afdeling van een bedrijf die een vondst had gedaan en er maar meteen een vormpje aan gaf, tegenwoordig is de vondst zelf net zo belangrijk als de vorm die haar gegeven wordt. Samen bepalen ze het succes van een produkt.

“Europa staat voorop in wereld van de design”, zegt Stefano Marzano, directeur van de ontwerpafdeling van Philips. “Ontwerpers nemen een sleutelpositie in bij de belangrijkste bedrijven van Europa. Ontwerpen zelf vormt een grotere industrie dan de meeste mensen vermoeden”.

Voor de Europese Commissie is design een speerpunt. Vandaar dat er jaarlijks een European Community Design Prize wordt uitgereikt. Gisteren was Amsterdam gastheer voor dit ingetogen spektakel en Marzano jury-voorzitter. De festiviteiten vielen samen met het gereed komen van het Nederlandse Vormgevingsinstituut in Amsterdam.

Het in Rotterdam gevestigde Hotel New York - het oude kantoor van de Holland Amerika-lijn - kreeg een Honourable Mention. Luceplan, een Italiaanse producent van verlichting kreeg de prijs, samen met de Duitse meubelfabrikant Vitra en de Portugese maker van treinwagons, Soreframe. De jury uit twaalf landen had voor dit jaar het oog laten vallen op de ongeveer acht miljoen kleine en middelgrote bedrijven in Europa, die bij het maken van produkten - net als de multinationals - proberen een symbiose te scheppen tussen optimale functionaliteit en sublieme esthetiek.

Het begrip industrial design omvat steeds meer. De Europese jury onderscheidt een viertal stromingen, zoals het ontwerpen van auto's, keramiek en mode. Een tweede is grafische communicatie, merkcommunicatie en verpakking, publiciteit en film, televisie en video-grafiek. De derde stroming is architectuur en ruimtelijke ordening, vrije tijd, kantoorinrichting, interieur en verlichting. De vierde vertegenwoordigt de vormgeving van boeken, tijdschriften en tentoonstellingen.

Groeiden tot de helft van de jaren tachtig de ontwerpafdelingen van grote firma's nog jaarlijks met 25 procent, rond de jaren negentig kwam de klad er in, maar de markt trekt nu weer aan. Met dit verschil, dat de middelgrote ondernemingen hun 'huisstylisten' bescheiden houden in aantal en steeds meer deskundigheid van buitenaf inhuren voor projecten. Het aantal adviesbureaus binnen de Unie in deze sector wordt nu op rond 8.000 geschat.

Vorig jaar werd door het bedrijfsleven naar schatting 7,3 miljard Ecu uitgegeven aan vormgeving. Daarvan ging 2,6 miljard Ecu naar grafische comunicatie, 1,7 miljard naar produktontwikkeling en 2,8 miljard naar inrichting, vooral die van winkels. De investeringen op dit vlak worden voor het lopend jaar geschat op 8,2 miljard Ecu.

Opmerkelijk is de top-tien van landen waar het meest aan vormgeving wordt gedaan. Italië wordt doorgaans als het Mekka van design gezien, Engeland als het debiele broertje van de rest van Europa. De Britse markt voor vormgevers is echter de grootste in Europa, met bijna tweeënhalf miljard Ecu en 3.000 ontwerpbureau's, gevolgd door Duitsland met 1,9 miljard Ecu. Italië scoort onder Frankrijk en Spanje en zit even boven Nederland.

De markt gaat tot het jaar 2.000 in elk geval nog fors groeien tot een totaal van naar schatting twaalf miljard Ecu. Voornaamste veroorzaker van die groei is de vergrijzing. Oudere mensen zullen produkten nodig hebben, die zijn toegesneden op wat ze nog wel en niet meer kunnen.