Economie trekt aan, consument volgt voorzichtig

De economie blijkt, sneller dan menigeen dacht, uit het dal te klimmen. Officiële voorspellers moeten hun prognoses over de economische groei voor dit jaar hals over kop naar boven bijstellen. De opleving is zo'n beetje in maart begonnen. De industriële produktie begon toen plotseling te acceleren en de orders namen toe. Zelfs de groei van de werkloosheid begint wat af te vlakken al is er nog niet sprake van een lawine aan nieuwe banen. Wat doet de Nederlandse consument?

Gelooft de Nederlandse consument in een nieuwe periode van economische groei? Volgens de index voor het consumentenvertrouwen die het Centraal Bureau voor de Statistiek samenstelt, is dat al duidelijk wel het geval. De index stond in januari nog op min 18 en klom tot min 8 in de maand mei. Het volume van de gezinsconsumptie - een belangrijke indicator voor de binnenlandse bestedingen - is volgens het CBS in het eerste kwartaal van dit jaar gestegen met 2,8 procent ten opzichte van dezelfde periode in 1993. Deze relatief sterke groei is vooral toe te schrijven aan de categorie duurzame consumptiegoederen en dan vooral aan de zich fors herstellende autoverkopen. Als de aanschaf van auto's niet wordt meegerekend, blijft er slechts een zeer matige stijging van de totale gezinsconsumptie over van 1,8 procent.

Over het algemeen is in de detailhandel van een opleving in de economie nog niet veel te merken, zegt CBS-medewerker D.J. Daum. “Het duurt altijd even voordat een economisch herstel zich vertaalt in hogere omzetten. De economie kan dan wel aantrekken maar de vraag is of de consument ook meer geld in zijn portemonnee krijgt.”

Een inventarisatie bij branches die direct van consumentenbestedingen afhankelijk zijn, bevestigt dat er in de meeste sectoren nog niet echt sprake is van een aanzwellende kooplust van de consument. Enkele branches bespeuren in zeer bescheiden mate enige opbloei van de omzetten, in een aantal andere sectoren daarentegen - woninginrichting, kleding en textiel en gedistilleerd bij voorbeeld - gaat het nog niet best. De enige bedrijfstak die er echt positief uitspringt is de autobranche en ook de doe-het-zelf winkels draaien nog met redelijke omzetstijgingen.

Uitzendbureau's: optimisme

De gang van zaken in het uitzendwezen, een sector die altijd een redelijk betrouwbare barometer-functie voor de economische ontwikkeling vervult, bevestigt dat er wel degelijk sprake is van economisch herstel. Bij de uitzendbureaus heerst opeens een veel groter optimisme dan enkele maanden geleden. In de eerste drie maanden van dit jaar was er nog slechts sprake van een stabilisatie van de uitzendmarkt, maar voor het tweede kwartaal is in de prognoses van de Algemene Bond van Uitzendbureaus (ABU) sprake van een duidelijke stijging. “Wij rekenen voor het lopende kwartaal op een groei in de buurt van de 7 procent”, zegt een woordvoerder. Dat is een forse verbetering ten opzichte van de afgelopen drie jaar. Vorig jaar kromp de uitzendmarkt nog met zo'n 11 procent in.

Vooral de uitzendactiviteiten in de industrie en in de technische sector zijn de laatste tijd flink toegenomen. De woordvoerder trekt daaruit dan ook de conclusie dat juist deze sectoren, goed voor tweederde van de totale uitzendmarkt, bij het economische herstel de voortrekkersrol vervullen. “Het gaat daar heel erg hard. Wij zijn hoopvol gestemd. Ik verwacht voor heel 1994 over de hele linie een lichte marktgroei, maar nog niet groot genoeg om het verlies van vorig jaar te compenseren.”

Auto's: vol gas

De autobranche wrijft zich al voorzichtig in de handen. In het eerste kwartaal was er sprake van een duidelijk herstel van de autoverkopen. Die lagen maar liefst 27 procent boven de cijfers van de vergelijkbare periode van 1993. Daarbij moet wel worden bedacht dat de autoafzet in het eerste kwartaal van vorig jaar een dieptepunt vormde als gevolg van de invoering van de nieuwe belasting op personenauto's, de BPM. Veel mensen kochten, uit vrees voor prijsverhoging, een nieuwe auto in december 1992. Nederland was in de eerste drie maanden van dit jaar wat de autoverkopen betreft op Denemarken na koploper in Europa. Een woordvoerster van de branchevereniging Rai denkt dat de verkoop dit jaar in totaal kan uitkomen op 425.000 stuks tegen slechts 390.000 verkochte auto's in 1993.

Krediet: opleving

Het herstel van de autoverkoop is een van de belangrijkste oorzaken dat de banken in het eerste kwartaal aanmerkelijk meer consumptief krediet hebben verleend. Voor consumptiegoederen als auto's, video-apparatuur en dergelijke verstrekten de banken volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in de eerste drie maanden 22,9 procent meer krediet. Bij financieringsmaatschappijen nam de kredietverlening echter wat af. In totaal kwam er in het eerste kwartaal voor 3,2 miljard gulden aan nieuwe leningen bij. Over de hele linie betekent dat een stijging met 7,7 procent ten opzichte van de eerste drie maanden van 1993. De stijgende verlening van consumptief krediet is een bevestiging van de tendens die vorig jaar al is ingezet. Hoewel het eerste kwartaal van vorig jaar, onder invloed van de stagnerende autoverkopen, nog een lichte daling te zien gaf, steeg het totaal in 1993 met 3,5 procent.

Toerisme: negatieve balans

Door het gebrek aan grote evenementen in Nederland, de harde gulden en de reislust van de Nederlanders dreigt de toerisme-balans dit jaar negatiever te worden dan ooit: 8 miljard gulden. Het Nederlands Bureau voor Toerisme (NBT) verwacht dat de Nederlanders dit jaar 17 miljard gulden in het buitenland besteden, terwijl de buitenlandse toeristen in ons land slechts 9 miljard in het laatje brengen. Vorig jaar bedroeg het tekort 7,9 miljard en in 1992 was dat 7,6 miljard.

Nederlanders zijn nu eenmaal een reislustig volk dat graag in het buitenland vertoeft, geeft woordvoerder Buitelaar van het NBT als verklaring. Bovendien hebben brede lagen van de Nederlandse bevolking ook het geld om vakantie te vieren. “De vakantiedeelname is in Nederland een van de hoogste ter wereld. Driekwart van de Nederlanders gaat één of meerdere keren per jaar op vakantie. De toerismebalans is dan ook structureel negatief.”

Horeca: slecht weer

De situatie in de horeca is evenmin vrolijk. 1993 was aL een slecht jaar voor de hotels, café's en restaurants en voor dit jaar wordt ook gerekend op een marginaal bestaan. Pas in 1995 zou het beter kunnen gaan maar dan moeten er volgens vice voorzitter G. van der Veen van het Bedrijfschap Horeca wel snel enekle ingrijpende maatregelen worden getroffen, bij voorbeeld om meer toeristen naar Nederland te krijgen. Voor 1993 raamt het bedrijfsschap een omzetstijging van 2,5 procent bij een prijsstijging van 2 procent. De resultaten van het eerste kwartaal geven volgens Van der Veen eerder aanleiding te veronderstellen dat het aanmerkelijk slechter zal gaan. “De kosten stijgen. De raming was eigenlijk aan de veel te optimistische kant. Er is eerder aanleiding te denken dat er dit jaar nog een negatieve groei uit de bus komt.” Het aantal faillissementen in de horeca steeg vorig jaar met 40 procent tot 324 bedrijven, een cijfer dat de malaise in de branche weerspiegelt.

Huizen: krappe markt

Aan de vraag naar huizen is het einde van de recessie nog niet echt te merken, constateert een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Makelaars. De grote belangstelling voor koopwoningen van vorig jaar - een gevolg van onder andere de gedaalde hypotheekrente - heeft wel gezorgd voor een krappe markt. Uit de NVM-cijfers over de eerste vier maanden van dit jaar blijkt wel dat zowel de looptijd (de periode tussen het te koop aanbieden van een huis en de verkoop) iets korter is geworden: nu 111 dagen tegen 141 dagen in dezelfde periode van vorig jaar. De gemiddelde verkoopprijs van nieuwe huizen steeg in de periode januari tot en met april licht tot 269.000 (v.j. 264.000) gulden en die van bestaande woningen ging van 308.500 gulden naar 312.500 gulden. Overigens zijn prijzen en verkooptijden sterk afhankelijk van de regio.

Juweliers: dipje

Bij de juweliers is het een aantal jaren achtereen, in een periode dat het overal elders inzakte, heel goed gegaan. Maar in 1993 kreeg ook de goud- en zilversector een tikje. De omzetdaling zette zich in de eerste maanden van dit jaar nog voort maar directeur Th. Vermeulen van de Federatie Goud en Zilver heeft de indruk dat het de laatste weken weer iets aantrekt. De juweliers kenden de afgelopen tijd jaren met meer dan 10 procent omzetgroei. Vermeulen: “Kennelijk stelt de consument dit soort uitgaven niet snel uit indien het wat slechter gaat met de economie. Die aankopen hebben vaak een emotioneel karakter of zijn gebonden aan bepaalde gebeurtenissen. De juwelierssector is wel conjunctuurgevoelig maar de daling zet er later in dan elders.”

Voeding: ongevoelig

“Mensen moeten altijd eten. Onze bedrijfstak is daardoor redelijk ongevoelig voor een recessie. We krijgen er wel wat van mee maar veel minder dan andere sectoren in het bedrijfleven.” Dit zegt voorzitter Jan van den Broek van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Gisteren onthulde hij dat de consument in 1993 niet heeft bezuinigd op zijn aankopen in de supermarkt. De omzet steeg met 1,5 procent tot bijna 36 miljard gulden. Onderzoeker Van der Velden van het EIM, het Economisch Instituut voor het midden- en kleinbedrijf, bevestigt de ongevoeligheid voor conjunctuurschommelingen van de levensmiddelensector : “Ik denk dat als mensen meer geld overhouden ze niet meer naar de kruidenier kopen maar eerder meer aan vakanties zullen besteden.” Hij verwacht ook bij een aantrekkende economie geen grote omzetstijging in de levensmiddelenbranche omdat enkele grote supermarktketens de laatste tijd juist lage prijzen op de voorgrond zijn gaan stellen.

De ramingen van het EIM-detaillisten-panel geven overigens wel iets van een positievere omzettrend te zien voor de periode tot en met juni. Alleen de speciaalzaken (banketbakkers, luxe groentezaken etcetera) komen er nog slecht van af. De consumenten is prijsgevoeliger geworden. De supermarkten, die dat voor een deel zelf in de hand hebben gewerkt door het prijsaspect weer sterker te benadrukken, hebben daarvan geprofiteerd ten koste van de doorgaans duurdere speciaalzaken. De prijs voor een pakket levensmiddelen daalde in 1993 met 1 procent. Dat is het gevolg van de scherpe concurrentieslag tussen de supermarkten. De consument reageerde alert op aanbiedingen en lage prijzen.

In januari was de groei in de voedingssector nog nihil, daarna is het iets positiever geworden. Het CBS wijst erop dat de omzet in de voedings- en genotmiddelensector in de periode januari tot en met maart met 1,4 procent steeg, maar wordt de inflatie van 0,8 pct daar van afgetrokken dan blijft er slechts 0,6 procent omzetgroei over. Voor geheel 1994 verwacht de levensmiddelenbranche een omzetstijging van 3 procent.

Slijters: hellend vlak

“Sterke drank zit al enkele jaren op een hellend vlak naar beneden”, licht woordvoerder C. Ultee van het Bedrijfschap Slijters de niet bijster florissante gang van zaken bij de slijterijen toe. Hij signaleert een op het oog tegengestelde ontwikkeling: aan de ene kant is de consument buitengewoon prijsbewust en tegelijkertijd is er een toenemende aandacht voor duurdere drankjes. “De tijd van impuls-aankopen is voorbij. Men koopt niet meer zomaar een fles wijn of gedistilleerd maar men wil waar voor zijn geld”.

In het eerste kwartaal '94 was bij de slijters nog geen echte opleving te bespeuren (“het ging niet slechter dan het geweest is”) maar de indruk bestaat dat het op dit moment wel iets begint aan te trekken.

Meubels: in de min

Op meubels en andere artikelen voor de woning wordt al geruime tijd bespaard. Ook nu is de omzetontwikkeling nog zeer matig, meldt de Centrale Bond van Woninginrichters. Als de inflatie van omzetstijging in geld wordt afgetrokken zit de branche licht in de min. “We hebben niet de indruk dat een betere economie meteen haar weerslag heeft op onze sector”, zegt bondsdirecteur Van der Weert. Hij durft 'heel voorzichtig' de conclusie aan dat de tweedeling in de samenleving zichtbaar wordt aan het bestedingspatroon in de sector. “Er ontstaat een verschil tussen mensen met veel of voldoende geld en mensen die heel weinig te besteden, tussen de 'haves en de have-nots'. De eerste categorie kiest voor kwaliteit, de tweede richt zich in toenemende mate op zogenoemde meeneem-meubels.”

Kleding: sukkelen

Nog steeds geen juichkreten vanuit de kledingbranche. “Helass, wij merken in de modedetailhandel nog weinig van een opbloeiende economie”, constateert woordvoerder Stolk van de brancheorganisatie Mitex spijtig. De sector schommelt rondom de nulgroei. Het minst slecht gaat het nog met de heren- en dames bovenkelding, maar de verkoop van stoffen en andere zelfmaakspullen kampt met flinke negatieve groeicijfers.Ook de vraag naar sportkleding en sportschoeisel loopt terug. Dat komt niet doordat er minder mensen sporten, want dat aantal ligt in Nederland al jaren op 8 miljoen mensen. De voornaamste reden is dat de sportieve outfit veel minder als vrijetijdskleding wordt gebruikt.

Televisie: WK-effect

Voor de elektrotechnische branche is het “nog wat te vroeg” voor conclusies over een opelving van de vraag. “Wij zijn wel optimistisch gestemd over de tweede helft van dit jaar”, zegt een woordvoerster S. Bierling van de Uneto, de club van winkeliers in tv's, wasmachines, koelkasten e.d. “Onze branche is niet de eerste die van een economisch herstel profiteert. Als je een tientje meer verdient ga je niet meteen een koelkast kopen. En bovendien: als de economie aantrekt merk je dat nog niet meteen in je loonzakje. Dat ijlt na.” Er worden de laatste tijd wat meer tv-toestellen verkocht, maar dat is volgens Bierling mogelijk toe te schrijven aan het effect van het wereldkampioenschap voetbal. Volgens de Uneto is dat geen garantie dat het om een structurele omzetverbetering gaat. “Het kan een vervroegde aanschaf zijn omdat de oude tv toch binnen afzienbare tijd vervangen moest worden. En misschien koopt men in plaats van een koelkast een tv omdat men het voetballen toch goed wil bekijken.”