De kranten hebben de kiezers niet over de drempel geholpen

Waardoor de lage opkomst van de verkiezingen voor het Europees parlement ook door is veroorzaakt, in ieder geval is het zo dat van de berichtgeving in de dagbladen weinig stimulansen uitging. Vier Amsterdamse politicologen onderzochten vijf landelijke kranten.

Minder kiezers dan ooit brachten hun stem uit voor het Europese Parlement. Kan nu worden geconcludeerd dat de kiezers niet geïnteresseerd zijn in Europa of protesteren tegen de Europese integratie ('KIezers laten Europa vallen' - Algemeen Dagblad van 10 juni)?

Een goede keuze vraagt om goede informatie, maar elke keuze is gebaseerd op een zeker minimum. Kiezers zijn voor indrukken en informatie over politiek in de eerste plaats afhankelijk van het nieuws dat hun in de massamedia wordt voorgeschoteld. Dat geldt niet alleen voor de keuze voor een bepaalde partij, maar evenzeer voor de keuze om al dan niet te gaan stemmen. Welke informatie hebben kiezers nodig om te besluiten of ze willen stemmen, en zo ja, op welke partij dan wel?

Om te beginnen moeten ze zich natuurlijk herinneren dàt er op een bepaalde dag verkiezingen zijn. De kans dat kiezers die de media niet zo nauwkeurig volgen het niet wisten is redelijk groot. De campagne voor de Europese verkiezingen vormde zelden voorpaginanieuws en ook het televisienieuws attendeerde de kijkers nauwelijks op de aanstaande verkiezingen. Dit vormt een eerste verklaring voor de lage opkomst.

Voor de kiezer die weet dat hij kan stemmen spelen drie vragen. Hij wil weten wat de standpunten zijn van de partijen over inhoudelijke kwesties (Hirsch Ballin: 'Het gaat om de bescherming van het leven' - NRC Handelsblad van 28 april). De kiezer wil weten in welke mate zijn eigen stem doorslaggevend zou kunnen zijn om de krachtmeting ('horserace') tussen de partijen te beslissen of niet ('CDA, PvdA en VVD nek aan nek volgens NIPO' - De Telegraaf van 29 maart). En tenslotte zijn de interacties tussen de partijen van belang, bijvoorbeeld de vraag in hoeverre de partijen het onderling met elkaar eens zijn ('Lubbers haalt fors uit naar PvdA' - Algemeen Dagblad van 14 april). De vraag is of de berichtgeving in de media de kiezer aan antwoorden op deze drie vragen heeft geholpen .

Om de vraag te beantwoorden of de media de kiezer hebben gestimuleerd om te gaan stemmen wordt in de hierbij afgedrukte tabel de aandacht voor de drie genoemde soorten informatie in de vijf grootste landelijke dagbladen weergegeven. Deze tabel is gebaseerd op een onderzoek van Het Persinstituut in Amsterdam naar de inhoud van de berichten in De Telegraaf, Algemeen Dagblad, De Volkskrant, Trouw en NRC Handelsblad. De periode die bestreken werd liep van Prinsjesdag (21 september 1993) tot de Europese verkiezingen (9 juni 1994). In dat tijdvak is krant voor krant, artikel voor artikel, zin voor zin, nagegaan welke partijen met welke zaken op welke wijze in het nieuws kwamen. Ook de inhoud van het televisienieuws hebben we onderzocht. De eerste resultaten suggereren dat dat niet al te zeer van de berichtgeving in de kranten afwijkt.

We onderscheiden vier perioden. De periode zonder verkiezingen tot half januari, de campagne voor de Gemeenteraadsverkiezingen tot 2 maart 1994, de landelijke verkiezingscampagne tot 3 mei 1994 en tenslotte de Europese verkiezingscampagne tot 9 mei 1994. Per periode wordt in percentages weergegeven hoeveel aandacht werd besteed aan standpuntbepaling van partijen ten aanzien van inhoudelijke kwesties (bijvoorbeeld het vluchtelingenbeleid), hoeveel aandacht werd besteed aan de 'horserace' tussen de partijen (berichten over en interpretatie van opiniepeilingen en stembusuitslagen in termen van winst en verlies, ander nieuws over voor- en tegenspoed voor partijen) en hoeveel aandacht werd besteed aan interacties tussen partijen. Die laatste categorie kan nog weer uiteen worden gelegd in aandacht voor meningsverschillen en conflicten tussen partijen en andere aspecten van relaties tussen partijen.

Het eerste dat opvalt als we de tabel bekijken is dat de aandacht voor inhoudelijke kwesties in de periode 'Geen verkiezingen' relatief groot is: 51% van de politieke aandacht werd daaraan besteed. De discussies gingen vooral in het begin van de onderzochte periode - tijdens Prinsjesdag en de Algemene Beschouwingen - over inhoudelijke zaken. In de loop van de campagnes voor de verschillende verkiezingen nam de aandacht voor inhoudelijke kwesties sterk af, om tijdens de Europese verkiezingen een absoluut dieptepunt te bereiken. De aandacht voor de standpunten van de partijen was te gering om de kiezers naar de stembus te krijgen.

Aan de 'horse race' werd tijdens de campagne voor de Tweede Kamer veel aandacht besteed (27%). Vooral het grote verlies van het CDA tijdens de gemeenteraadsverkiezingen werd uitvoerig besproken. En ook vlak na de verkiezingen voor de Tweede Kamer stonden de grote verschuivingen in het politieke landschap natuurlijk centraal in de politieke discussie. Daardoor was er ook in de aanloop naar de Europese verkiezingen nog steeds relatief veel aandacht voor de 'horse race' (23%). Voor zover er van een race sprake was, was die echter niet 'Europees' genoeg om kiezers tot stemmen over te halen.

Tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen stond in de onderzochte kranten de aandacht voor de interacties tussen de partijen centraal. Maar liefst 61% van de politieke aandacht werd daaraan besteed. Dat had echter niet zo zeer met de Europese verkiezingen te maken, maar eerder met de onderhandelingen over een paarse coalitie. Voor potentiële kiezers leverde dat soort nieuws echter geen enkel argument op om te gaan stemmen. In de aanloop naar de Europese verkiezingen was sprake van een unieke situatie. Terwijl er normaliter door de media juist veel aandacht wordt besteed aan negatief nieuws over de verhoudingen tussen de verschillende politieke partijen, werd tijdens de campagne voor de Europese verkiezingen vooral veel positief nieuws gemeld. Het goede verloop van de onderhandelingen over een eventueel paars kabinet leidde tot de indruk dat er blijkbaar geen duidelijke verschillen meer tussen de partijen waren - en waarom zou je dan nog gaan stemmen?

De in de aanloop naar de Europese verkiezingen door de kranten aangeboden politieke informatie week dus af van die voor de andere verkiezingen dit jaar. Minder inhoudelijke kwesties, minder 'horse race' tussen de partijen en partijen die het goed met elkaar lijken te vinden. Hierdoor kon de zwevende kiezer maar weinig aangrijpingspunten vinden om de partijen van elkaar te onderscheiden. Een lage opkomst was daar het gevolg van.

Heeft de kiezer Europa laten vallen? Gezien de inhoud van de berichtgeving is het te vroeg om dat te concluderen. Het politieke nieuws gaf de zwevende kiezer te weinig informatie om te besluiten zijn stem uit brengen. De volgende vraag is natuurlijk wie daarvoor verantwoordelijk zijn: de journalisten of de politici.