'Clinton-realisme': nieuwe versie van de Nixon-doctrine; Buitenlandse invloed VS krimpt

WASHINGTON, 11 JUNI. Een nieuwe Clinton-doctrine is het niet, eerder een realiteit: Amerika moet bij internationale crises steeds meer rekening houden met regionale wensen. Het krimpen van de Amerikaanse invloed geldt voor de pogingen van de Noordkoreaanse regering tot het maken van een kernwapen, de weigering van de Haïtiaanse generaals om plaats te maken voor de verkozen president Aristide en voor de oorlog in Bosnië. Clinton wil graag de leiding nemen maar dan zonder Amerikaanse levens op het spel te zetten.

Het 'Clinton-realisme' is een voortzetting van de Nixon-doctrine, die indertijd voorschreef dat bij de oorlog in Vietnam Zuidvietnamese troepen de strijd van de Amerikaanse moesten overnemen. Amerika zou wapens leveren. Dit zou een model moeten zijn voor conflicten elders. Noord-Vietnam was indertijd weinig onder de indruk van de Nixon-doctrine en stormde daags na het Amerikaanse vertrek Saigon binnen. Ook de huidige uitdagers laten zich niet gauw intimideren door dreigementen uit Washington. De moderne brandhaarden zijn niet te blussen met afstandsbediening. Clinton kan alleen iets bereiken met het fiat van regionale machten.

In het schijnbaar gemakkelijkste geval, Haïti, hebben vertegenwoordigers van Latijns-Amerikaanse landen deze week bij een bijeenkomst in Brazilië geprotesteerd tegen plannen voor een Amerikaanse invasie. Het Pentagon wil alleen aan een invasie meewerken als de Amerikaanse troepen worden afgelost door een VN-macht. De militairen hebben in Somalië geleerd dat op wacht staan in bezet gebied gevaarlijker is dan bezetten. Latijns-Amerikaanse landen hebben al aangekondigd dat ze zich in het geval van een Amerikaanse invasie onmiddellijk uit de VN-macht zullen terugtrekken. De roep in Washington om interventie in Haïti is gisteren omgezet in nog hardere economische sancties om zo, in de woorden van de speciale gezant voor Haïti, William Gray, “de diplomatieke dialoog weer op gang te brengen”.

In Bosnië heeft Clinton zich deze week geschikt in de Franse wens om ook de moslims onder druk te zetten bij de vredesonderhandelingen. Het Amerikaanse Congres heeft niet bindende resoluties aangenomen over het opheffen van het wapenembargo tegen de moslims en gejammerd over het voor de tweede keer veronachtzamen van een holocaust in Europa. Uiteindelijk is het niet meer dan een morele pose. Ook de felste Bosnië-havik in het Congres zou geen leven van een kiezer op het spel willen zetten voor deze ver afgelegen burgeroorlog. De moderne holocaust mag ten hoogste met de joystick van een Amerikaanse bommenwerper worden aangepakt.

Het geval Noord-Korea ligt ingewikkelder. In Zuid-Korea liggen 35.000 man Amerikaanse troepen. Hun levens staan op het spel bij een conflict tussen Noord- en Zuid-Korea. De troepen geven Amerika een extra stem in het conflict over de mogelijke plutoniumextractie uit de splijtstofstaven van een Noordkoreaanse kernreactor. De enkele tientallen kilo plutonium die over de staven zijn verspreid, zijn goed voor vier tot vijf kernwapens.

Als wettig eigenaar van kernwapens heeft Amerika groot belang bij handhaving van het in het Nonproliferatie Verdrag (NPV) afgesproken nucleaire oligopolie, dat waakt tegen onverwachte dreigingen of chantages. Amerikaanse functionarissen vrezen dat Japan en Zuid-Korea zelf kernwapens zullen ontwikkelen, omdat ze binnen het vuurbereik liggen van Pyongyang. Een dergelijke nieuwe Japanse militaire expansie zou tot een confrontatie met China kunnen leiden. Het conflict zou een bres slaan in de Pax Americana in de Stille Oceaan.

Toch is de dreiging van het geïsoleerde Noord-Korea abstracter dan de bezetting van het oliestaatje Koeweit vier jaar geleden, waardoor de olietoevoer naar Amerika direct in gevaar kwam. Noord-Korea kan alleen dreigen met kernwapens, gebruiken komt neer op zelfmoord. Japan, China en Zuid-Korea lopen het meeste gevaar. Japan en Zuid-Korea zijn bereid aan een embargo tegen Noord-Korea mee te werken, maar China is daar nog steeds fel tegen.

Dit jaar is Amerika bij handelsbesprekingen al op de groeiende economische en politieke macht van China en Japan gestuit. Het is duidelijk dat beide landen zich niet laten voorschrijven wat hun belang is. Waarom moet Amerika zich dan het vuur uit de sloffen lopen, vragen sommige functionarissen zich af. China kan in de Veiligheidsraad zijn veto uitspreken over een handelsembargo of later medewerking onthouden. Amerika heeft al gedreigd met een eenzijdig handelsembargo maar dat heeft geen zin. Noord-Korea krijgt de belangrijke grondstoffen uit China en de meeste harde valuta van de Koreaanse gemeenschap in Japan. Er is dus een patstelling en Kim Il Sung kan zijn splijtstofstaven rustig laten koelen alvorens met extractie te beginnen.

In Washington wordt nu gewerkt aan een tussenstapje in de oplopende reeks van sancties, dat de goedkeuring van China en Japan kan wegdragen. De sancties moeten immers ook niet leiden tot opzegging van het NPV door Noord-Korea. Volgens de staatssecretaris voor politiek militaire zaken, Robert Galluci, kan de Amerikaanse regering binnen enkele dagen een besluit nemen. Het overleg in de Veiligheidsraad kan heel wat langer duren. Verwacht wordt dat de Veiligheidsraad al volgende week bijeen komt.

Galluci had ook een verklaring, die door de Japanse regering was goedgekeurd: “Japan gelooft dat het tijd is om een passende reactie te geven op de Noordkoreaanse actie inclusief sancties in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties”. Maar of Japan daarmee de valutastroom naar Noord-Korea wil afsnijden is onduidelijk. Amerikaanse Congresleden hebben genoeg van deze tweeslachtigheid. Hun hart is bij D-day, maar hun hoofd is bij Vietnam.