Blazoen van stadswachten is besmeurd

Enkele Amsterdamse stadswachten hebben zich misdragen. Een volgend incident zal tot ontslagen leiden, zo heeft directeur N.J. van Eijk van Bureau Stadswacht zijn personeel meegedeeld.

AMSTERDAM, 11 JUNI. Alsof ze niet voldoende goed werk doen in de stad. Die paar Amsterdamse stadswachten - “vier, misschien vijf” - die zich niet aan de regels houden, verpesten het voor alle 230. Want reken maar dat het publiek eerder onthoudt dat één stadswacht de Hitlergroet heeft gebracht, dan dat alle andere elke dag om vijf uur 's ochtends de straat opgaan om de leefbaarheid te bevorderen.

Ze voelen zich belazerd, de twee surveillanten op de Dam. Ze wachten voor het voetgangerslicht naar de Kalverstraat. “Het is rood.” Ze schijnen de enigen die het zien, verder steekt iedereen over. Sinds twee weken hebben ze een brief op zak waarin stadswacht-directeur N.J. van Eijk hun met ontslag dreigt als ze zich misdragen. Hij somt daarin een lijstje incidenten op van vooral de afgelopen maanden. Stadswachten die met elkaar slaags raken. Die drugscafés bezoeken. Die hardhandig eigen rechter spelen. Die diefstallen plegen. En een stadswacht die een agent de Hitlergroet bracht.

Het geval van die Hitlergroet, dat kennen de surveillanten. “Van mij hadden ze die jongen meteen op straat mogen zetten”, zegt de een. “Het was ook nog tegen joodse agent”, volgens de ander. Rotte appels zitten er altijd in een grote organisatie.

De afgelopen maanden zijn wel twee andere stadswachten weggestuurd. Directeur Van Eijk: “Een jongen die nog in opleiding was, had marihuana gebruikt en een ander had zich over de portofoon met de politiezaken bemoeid.”

Stadswachten hebben niet meer bevoegdheden dan andere burgers. Ze kunnen mensen die in overtreding zijn daar alleen op wijzen. Bijvoorbeeld kunnen ze fietsers verzoeken af te stappen als die over het trottoir rijden. Een dief mogen, ze net als ieder ander, aanhouden en vasthouden tot de politie er is. Maar als de verdachte heftig begint tegen te stribbelen, moeten ze hem laten gaan. Het gebruik van geweld is uitgesloten. De portofoon is hun enige wapen.

Volgens Van Eijk zijn de problemen vooral het gevolg van het werven onder langdurig werklozen. “Zij zijn zo lang uit het arbeidsproces, of hebben zelfs helemaal nooit gewerkt, dat ze te weinig discipline hebben. Die stadswachten beseffen niet dat ze een overheidsdienaar zijn. Ze denken dat ze dezelfde dingen kunnen uithalen als vroeger.” Van Eijk zou liever ook onder niet-werklozen personeel willen zoeken, maar dat kan niet omdat het om een werkgelegenheidsproject gaat. De kandidaten moeten ten minste drie jaar geen werk hebben gehad.

De twee stadswachten in de Kalverstraat zeggen dat ze voortdurend het stempel van onbetrouwbare werkloze opgedrukt krijgen. Daarom nemen de mensen hen niet serieus. En door dat jasje, hè. Dat felblauw met felrode biezen helpt niet mee aan het imago van de stadswacht. “Hee smurf” of: “Ben je van het ganzenbord gelopen”, zijn nog milde varianten van wat hun zoal wordt toegevoegd. Als ze hun uniformjasje uit hebben getrokken, reageren mensen wel op hun aanwijzingen.

In bepaalde delen van Amsterdam surveilleren de stadswachten onder regie van de politie. “Ideaal”, vindt de ene stadswacht. Dan loopt de stadswacht met een portofoon en als hij iets ziet wat het daglicht niet kan verdragen, heeft hij in een paar minuten politie-assistentie. Zij hebben allebei 'onder' bureau IJ-tunnel gewerkt en dat liep gesmeerd. Niemand die hun niet serieus nam.

Als de surveillanten door de Kalverstraat lopen, zien ze voortdurend de zakkenrollertjes terugdeinzen voor hun aanwezigheid. Een mevrouw die voor hen uitwandelt met haar tas op de rug, krijgt een waarschuwing, zo kunnen de dieven er wel erg gemakkelijk bij. De vrouw lacht gul. “Dan is het dankbaar werk, hè.”