Blanke schuld

Allison Blakely: Blacks in the Dutch World. The Evolution of Racial Imagery in a Modern Society

327 blz., geïll., Indiana University Press 1993, ƒ 77,50

In de jaren zestig schreef de cultureel antropoloog Harry Hoetink een knap boek over 'de gespleten samenleving in het Caraïbisch gebied', dat de gespannen verhouding tussen de verschillende rassen in Noord- en Zuid-Amerika ontleedde aan de hand van het begrip 'somatisch normbeeld'. Hoetink veronderstelde dat iedere samenhangende groep zich min of meer bewust een denkbeeld vormt van wat een mens aan aanvaardbare uiterlijke trekken heeft. De uiteenlopende bejegening die de slaven op de plantages in Noord-Carolina en Brazilië ten deel vielen zou het gevolg zijn van de verschillende normbeelden die Engelsen en Portugezen voerden. De Portugezen hadden in hun geschiedenis het ideaal van de 'bella morena', de schone Moorse, gekend en vonden daarom de Afrikaanse slaven minder vreemd en onmenselijk dan de Angelsaksische planters die hun slaven met onverschillige wreedheid behandelden. De Nederlandse slavenhouders in Suriname zouden volgens Hoetink een soort middenpositie hebben ingenomen.

Blakely noemt Hoetinks werk een paar maal en vermeldt zelfs het begrip 'somatic norm', maar maakt er geen gebruik van. Dat is niet verstandig, want zijn eigen etymologie van het rassenvooroordeel komt tenslotte uit op een dergelijk 'ondeelbaar ogenblik', als hij beweert dat het racisme voortspruit uit een oeroude vereenzelviging van zwart met het kwaad. Hoetinks bewijsvoering is al niet waterdicht, maar Blakely's 'fenomenologie van Zwarte Piet', die het zwart=kwaad-verhaal moet trekken, komt dicht in de buurt van natte-vinger-werk.

De verdienste van Blakely is dat hij de Nederlandse geschiedenis heeft uitgekamd op sporen van zwarte aanwezigheid in prenten, wapenschilden, gevelstenen, speelkaarten, literatuur en historische beschrijving. Dat levert een boeket aardige platen op die jammer genoeg nogal grof zijn afgedrukt. Wel bestaat het gevaar bij zo'n impressionistische aanpak dat een boek tot 'illustraties bij een stelling' verwordt.

Blakely's onderwerp, de historie van het Nederlandse rassenvooroordeel tegen negers, is beperkt genoeg om alle denkbare vindplaatsen uitputtend te behandelen. Het bezwaar tegen Blacks in the Dutch World is dan ook niet een ongeloofwaardige presentatie van het materiaal, maar de vooringenomenheid.

Terwijl het materiaal, in overeenstemming met Hoetinks hypothese, een tamelijk evenwichtige verdeling van gunstige en ongunstige voorstellingen van Afrikanen te zien geeft, is Blakely's interpretatie altijd zo belastend mogelijk voor de Hollanders. Dat effect bereikt hij op verschillende manieren: door 'guilt by association' als hij gebleken wantoestanden elders klakkeloos gelijkstelt aan die in Suriname, door 'Hineininterpretierung' als hij bijvoorbeeld afleest dat de koppen van negers die Rembrandt en Rubens schilderden minder aantrekkelijk zijn dan die van Memling en Jeroen Bosch omdat hij wenst vol te houden dat het vooroordeel in de moderne tijd is toegenomen. Omgekeerd leidt het tot een lachwekkende vrijspraak van zwarte collaborateurs zoals een slavernijpredikende dominee, een zwarte slavenjager in dienst van de planters, en 2000 zwarte koloniale soldaten in Nederlands-Indië, die plotseling tot miskende black leaders worden uitgeroepen. En als de bronnen echt geen andere dan een neutrale lezing toelaten, haalt hij zijn gelijk met 'yet this does not rule out racial bias'.

Het is heel wel mogelijk dat er een oorspronkelijk Nederlands somatisch normbeeld bestond dat alle tinten donkerder dan bruin uitsloot van medeleven, maar dit boek bewijst het niet. Het is ook mogelijk dat zo'n latent racisme de verontschuldiging vormde voor de slavenhandel en slavernij, maar Blakely getuigt daar slechts van, zonder te overtuigen.

Aan het slot verneemt de lezer met verbazing dat al het gelaakte vooroordeel toch niet anders dan een Nederlands voorwendsel was om griezelige zaken als 'liberaal en nationaal kapitalisme' van de grond te krijgen met goedkope arbeidskrachten. De vooropzet en zelfvoldaanheid van het boek maken het de lezer niet makkelijk in te stemmen met de plichtpleging om “het huidige onderwijs te verbeteren of de voorwaarden die rassenvooroordeel begunstigen weg te nemen”.