Andalusische campagne festival van beledigingen

GRANADA, 11 JUNI. Bijna twee uur vol toespraken heeft het duizendkoppige publiek er al op zitten op de Paseo del Salon, een park langs de rivier in Granada. Dan, even na tien uur, verschijnt de ster van dit avondje Andalusische verkiezingscampagne van de PSOE, de regerende socialistische partij van Spanje. Als een cabaretier wandelt Alfonso Guerra met een draadloze microfoon op de revers over de volle breedte van het podium.

“Iedere keer als ik een grapje maak”, zegt hij, “lees ik de volgende dag in de krant dat ik weer iemand vreselijk heb beledigd. Ik heb zelfs speciaal een lijst klaar laten leggen waar na afloop die zogenaamde beledigingen in genoteerd kunnen worden.” De nummer twee van de socialisten toont een leeg vel papier, het publiek lacht, joelt en roept.

De beledigingen vallen mee vanavond. Het geestelijk niveau van enkele politieke tegenstanders wordt in twijfel getrokken, rechts wordt herinnerd aan zijn “trieste politieke verleden” en de linkse oppositie hanteert “dezelfde argumenten als het meest reactionaire deel van rechts”. De spreker is op dreef en het publiek enthousiast. Een klein uur eerder, even verderop in de stad, was men minder te spreken over hem. “Een leugenachtige paljas”, aldus een afgevaardigde voor het Andalusische parlement tijdens de verkiezingsbijeenkomst van de rechtse Partido Popular. “Guerra staat voor een beleid van intolerantie, werkloosheid en corruptie in Andalusië”, sprak de jeugdige presidentskandidaat voor de onafhankelijke regio, Javier Arenas (36), voor uitzinnige aanhangers.

Voor de Partido Popular (PP), Spanjes rechtse oppositiepartij, begint in Andalusië de victorie. De peilingen wijzen uit dat voor het eerst in de twaalf jaar dat de PSOE van premier Felipe González in Spanje aan de macht is, de socialisten de meerderheid dreigen te verliezen in Andalusië, traditioneel hun bolwerk. En bij de verkiezingen voor het Europese Parlement, die eveneens morgen worden gehouden, bestaat zelfs de mogelijkheid dat de PP als grootste partij van Spanje uit de bus komt. Partijleider José Maria Aznar heeft zijn aanhangers gemaand hun enthousiasme nog even te dempen: al te veel euforie zou twijfelende kiezers wel eens kunnen afschrikken.

De belangen die op het spel staan zorgden de afgelopen maanden voor een dermate felle verkiezingsstrijd dat volgens sommigen beter gesproken kon worden van een “festival van beledigingen”. Zelfs de voorzitter van het Spaanse episcopaat sprak er zijn afkeuring over uit. “Ik ben meer dan ontstemd over de manier waarop de verkiezingscampagne zich heeft ontwikkeld”, aldus aartsbisschop Elías Yanes. Het lijdt geen twijfel dat zijn gedachten vooral uitgingen naar Guerra, de linkse alter ego van González.

Guerra maakte in de campagne korte metten met Mercedes de la Merced, een jeugdige Eurokandidate van de Partido Popular. Haar bekentenis dat de vroegere dictator Franco in Spanje een aantal goede zaken had bewerkstelligd was een kolfje naar zijn hand: er stond een fasciste op de lijst van de PP en wilde deze partij nog aanspraak maken op het etiket democratisch dan kon de kandidate zich beter terugtrekken.

De vice-secretaris van de PSOE kreeg de smaak de afgelopen week pas goed te pakken. Puttend uit zijn gevreesde archieven en dossiers, die hem intern de bijnaam van “de Beria van de PSOE” hebben bezorgd, trok hij van leer tegen Arenas, de lijsttrekker van de PP voor het presidentschap van Andalusië. Arenas zou als politicus jarenlang zijn belang hebben verzwegen in een onderneming die betrokken was bij de Expo in Sevilla twee jaar geleden.

De kandidaat-president van Andalusië daagde op zijn beurt de PSOE-voorman voor de rechter wegens smaad. Van een belangenvermenging was geen sprake, hooguit was het handelsregister wat te traag geweest met het uitschrijven van zijn naam. Had Guerra zelf niet als vice-premier van het land het veld moeten ruimen nadat zijn broer allerhande raadselachtige zaakjes had verricht? “Je hebt corrupte politici die zichzelf onkwetsbaar willen maken door leugens rond te strooien over eerlijke mensen”, concludeerde Arenas.

De beschuldigingen van het kopen van stemmen en de insinuaties over de financiering van campagnes werden afgewisseld met klein politiek drama. Een slag voor de PSOE was dat een van haar vroegere leiders, de rebelse Bask Ricardo Garciá Damborenea, in het verkiezingskamp van de PP opdook. Voor een publiek van tienduizend PP-aanhangers verklaarde Damborenea voor de PP te kiezen. Dat zou wellicht een einde maken aan het machtsmonopolie van zijn eigen partij, hetgeen de werking van de jonge democratie in Spanje alleen maar ten goede kan komen, aldus Damborenea. Ook voor de PSOE is het duidelijk dat Damborenea uiting geeft aan een breed ongenoegen. Veel van de PSOE-aanhangers zetten vraagtekens bij de manier waarop hun partij het land regeert.

Afgezien van de corruptie bestaat er in Andalusië groeiende onvrede over het economische beleid van de PSOE. Meer dan een op de drie Andalusiërs is werkloos en een aantal bedrijfssluitingen hangt nog boven de markt. De socialisten wijzen niettemin op de groei van de welvaart in de afgelopen tien jaar, op de prestige-projecten als de Expo in Sevilla en op de grote hoeveelheid Europese subsidies die in het zuiden zijn geïnvesteerd. De vooruitzichten zijn dat vooral de linkse oppositiepartij Izquierda Unida (IU) zal profiteren van de twijfels onder het verhoudingsgewijs grote aantal handarbeiders dat Andalusië telt.

Niettemin hoopt de rechtse oppositie dat in Andalusië de zegetocht zal beginnen. Volgens de Partido Popular ontkomt de PSOE er niet aan bij een duidelijk verlies parlementsverkiezingen uit te schrijven. González heeft deze week nog eens onderstreept dat hiervan geen sprake kan zijn - voor zover het de Europese verkiezingen betreft. “Ik ken geen enkel geval in Europa waar de verkiezingen voor het Europese parlement vervroegde verkiezingen tot gevolg hadden”, aldus de premier.