Amerika

In de boekenbijlage van 28 mei schrijft J.H. Sampiemon in zijn artikel 'Het moralistisch ongenoegen van Amerika' dat de Democratische Partij van Roosevelt een “coalitie van vakbondsleden, etnische minderheden, joden en negers” was.

Deze bewering is uiterst aanvechtbaar, zoals uit de uitkomsten van empirisch onderzoek blijkt. G.W. Domhoff - wiens theorieën weliswaar niet alle onomstreden zijn - heeft met boeken als The powers that be, Who rules America now? en The power elite and the state, wel degelijk aangetoond dat zowel de Democratische Partij als haar Republikeinse tegenhanger wordt overheerst door dezelfde rijke maatschappelijke toplaag. Aan de hand van proefondervindelijk materiaal laat hij zien dat er weliswaar tegenstellingen tussen beide partijen bestaan, maar dat die grotendeels zijn te herleiden tot tegenstellingen binnen de maatschappelijke elite. Bovendien maakt hij duidelijk dat deze elite, naast de twee grote politieke partijen, over nog vele andere doeltreffende instrumenten beschikt om haar bevoorrechte positie te verdedigen.

Vele Amerikanen beseffen deze ondemocratische toestand of voelen onbewust aan hoe de feitelijke verhoudingen liggen. In deze omstandigheid is ongetwijfeld de belangrijkste oorzaak gelegen dat vele 'Americans hate politics' en dat de niet-stemmers al heel lang verreweg de grootste partij in de Verenigde Staten vormen.