Altijd blijven voetballen op de vluchtweg

Het karakter van Oranje. Allemaal zijn ze opgegroeid in modale gezinnen. Allemaal zijn ze modaal. En toch hebben ze allemaal op straat leren voetballen. Ze voelen elkaar aan, ze zijn gelijk. Een dissonant valt niet te ontdekken.

Zou de jeugd die nu wordt doodgeknuffeld met bezoekjes aan hamburgerpaleizen net zo goed kunnen voetballen als de jeugd die opgegroeid is met patat en frikandellen? Zou de zucht naar house nadeliger zijn dan de vereenzelviging met rock en blues? Of liever: is er verschil in mentaliteit?

Zullen jongens zich aangetrokken blijven voelen tot voetballen of zullen ze zich - god verhoede het - meer gaan toeleggen op tennissen, surfen, golfen en Amerikaanse sporten, die materieel meer perspectief lijken te bieden?

Dergelijke vragen zijn van alle tijden. Zeker is dat voetballen een volkssport is en zal blijven. Waar ook ter wereld. Kijk om u heen en u ziet jongens tegen een bal trappen op pleintjes, grasperkjes en speelplaatsen. Of woont u ergens anders?

De dribbling game, zoals voetbal door studenten van Eton, Harrow en Cambridge werd geintroduceerd, blijft toch de favoriete manier voor afleiding en plezier. We zouden het haast vergeten in tijden van conditionering en systemen.

Misschien raken we vervreemd van de oorspronkelijke doelstelling. Zoals van de ideologie van geestelijken en leraren om jonge mannen meer discipline en zelfbeheersing bij te brengen. Maar voetballen blijft hoe dan ook, te allen tijde, een vluchtweg bieden uit deze wereld van toenemende saaiheid en geestelijke verarming.

Voetbal biedt de beste kans om te ontkomen aan het uitzichtloze bestaan in de sloppenwijken van Rio de Janeiro, Buenos Aires, Napels, Glasgow en Liverpool. Garrincha, Romario en Maradona leerden niet voetballen met een bladder of - zoals nu - met een geplastificeerde leren bal met prachtige kleuren. Heeft u Romario op het strand van Rio zien voetballen op z'n blote voeten, de bal met zijn blote borst van zich af zien slaan? Nu, dat is voetbal zoals ze het allemaal zouden moeten leren, met gevoel. Zo leren ze dat nog in Jagore Sinho, de sloppenwijk waar Romario opgroeide. Zo doen jongetjes dat nog in Lagos en andere steden en dorpen van Afrika, het continent dat binnen afzienbare tijd wat voetbaltalent betreft Europa ruimschoots zal overtreffen. Let op Zuid-Afrika.

Zo doen ze dat niet in de Verenigde Staten.

Daar krijgen de jongens meteen peperdure Nike's aangemeten, wanneer ze interesse zouden tonen voor voetbal. Misschien niet in de getto's van New York en Chicago, maar daar zal geen jongen ooit overwegen voetballer in plaats van honkballer of basketballer te worden.

Co Adriaanse, directeur jeugdopleidingen van Ajax, meent dat straatvoetbal in Nederland niet is uitgestorven. Maar het is hem opgevallen dat in Nederland allochtone jongens meer op straat voetballen dan autochtone. Turkse en Marokkaanse gezinnen zijn over het algemeen groter dan Nederlandse. Ze zijn bovendien vaak kleiner behuisd en ze hebben een zwak-economische status. Daardoor rest de kinderen weinig anders dan op straat te spelen - als ze al niet door hun ouders op straat worden geschopt.

Gevoegd bij de aantrekkingskracht die voetbal op het Marokkaanse en Turkse cultuurgoed uitoefent, verwacht hij een toeloop aan voetbaltalenten uit deze sectoren van de Nederlandse samenleving. Wie de open dagen van Ajax weleens heeft bezocht, moet tot de conclusie zijn gekomen dat op z'n minst de helft van het aantal jongetjes dat zijn talent kwam tonen allochtoon was. Nog even en de allochtone jongens zijn bij Ajax in de meerderheid, meende Adriaanse.

In de selectie van het Nederlands elftal bestaat ongeveer een kwart uit jongens die meer of minder allochtoon zijn. Met een beetje fantasie zou een allochtoon twintigtal kunnen worden samengesteld dat wat talent betreft nauwelijks onder doet voor de voetballers die nu door bondscoach Advocaat zijn opgeroepen.

Daarmee is niet gezegd dat deze schaduw-selectie uit kansarme allochtone gezinnen afkomstig is. Want wie de afkomst en het beroep van de vader ziet van spelers die wel zijn geselecteerd, kan concluderen dat ze evenals de andere in modale gezinnen opgroeiden.

De meerderheid van de geselecteerden komt zelfs niet uit grote steden, hoewel de Randstad wel ruim is vertegenwoordigd. Snelders, Valckx, Van Gobbel, Numan, Koeman, De Goey, Blind, Overmars, Jonk, Van der Sar, Frank en Ronald de Boer, Van Vossen, Winter en Bosman zijn niet in een grote stad in de Randstad opgegroeid. Boerenzonen, jongens van het platteland, behoren niet tot de uitverkorenen. Die moeten we in het wielrennen zoeken. Het beroep van de vaders biedt nauwelijks aanleiding tot de conclusie dat onze beste voetballers in economisch zwakke milieus zijn opgegroeid.

Ze hebben allemaal een redelijke schoolopleiding, veel mavo en havo (Taument de modevakschool - wat een openbaring!). Het gezin waarin zij opgroeiden heeft een gemiddelde samenstelling van twee tot vier kinderen. Danny Blind is de oudste thuis, evenals Numan. Tja, een beetje leiderscapaciteiten hebben ze wel, dat gedrevene dus.

Maar dat heeft Wouters ook, en hij is de jongste van acht. Altijd vechten aan tafel om mee te kunnen eten en zo nodig beuken uitdelen wanneer het brood uit je mond gestoten dreigt te worden. Zoals Van Vossen, veertiende van de vijftien. Ook zo'n vechter en doordouwer.

Winter heeft drie zussen, Snelders en De Goey een, net als Roy; een hele lieve zelfs. Frank en Ronald de Boer vormen een tweeling. Dat is te zien: de een is begaafd linksbenig, de ander begaafd rechtsbenig. Hun vader is stucadoor, hij strijkt de oneffenheden glad. Rijkaard is een 'sandwich-kind', het tweede van drie. Zijn vader is een sociaal werker - net zoals zijn zoon een beetje. Bergkamp is de jongste van drie jongens; en hij is bescheiden. Wim, zijn oudste broer, is de regelaar. Ronald, de broer boven hem is een geweldige voetballer, misschien op zonnige dagen zelfs beter dan Dennis, maar nog meer bescheiden. Hij is doctor in de scheikunde. Hun vader was als voetballer een midvoor, een schutter zoals Dennis.

De vader van Jonk had een viskraam, die van Van der Sar is kleermaker en die van Wouters schilder. Is dat te zien aan hun hun zonen? Misschien moeten we ons zorgen maken over Van Vossen, wiens vader tuinarchitect schijnt te te zijn. Tiptoe through the tulips. Met die bloemen-gedachte zal Peter wel willen afrekenen, gezien zijn onstuimigheid.

En allemaal hebben ze op straat, of op een pleintje, voor het eerst tegen een bal getrapt. Niets bijzonders dus. Ze voelen elkaar aan, ze zijn gelijk. Een dissonant valt niet te ontdekken. Niemand wil er bovenuit steken. Niemand is anders. Niemand zal zich onderscheiden. Uitblinkers horen niet in het Oranje van nu. Dat zou tegen het Nederlandse karakter zijn.