Aanvallen rendeert niet in Belgie

Deze man was als speler een angsthaas. Deze man is niet gedreven door voetbal. Deze man predikt verdedigend voetbal. Paul van Himst, bondscoach in een verdeelde natie.

Belgie bereikte voor de vierde opeenvolgende maal de eindronde van het WK voetbal door in de laatste kwalificatiewedstrijd 0-0 gelijk te spelen tegen de toen nog verenigde Tsjechen en Slowaken. De vreugde was er niet minder om, maar diep van binnen vrat de twijfel: hoe sterk is deze nieuwe generatie Rode Duivels onder leiding van ex-international Paul van Himst?

De bondsleiding, spelers en trainer mikken voorlopig niet hoger dan een achtste finale. En dan zien we wel, luidt het weinig ambitieus. Zo'n uitspraak ligt geheel in de lijn van wat Van Himst zijn spelers op het hart drukte in de rust van die kapitale interland tegen de VTS: “Hard jullie best doen, dan kan niemand ons iets verwijten.” Die uitspraak heeft alles van doen met de persoonlijkheid van de bondstrainer. De spelmaker van weleer, vier keer winnaar van de Gouden Schoen en dus in theorie Belgisch beste voetballer aller tijden, was als voetballer zelf een eerste klas angsthaas. Was het niet Van Himst die op de WK van 1970 in Mexico overmand werd door heimwee en geen niveau haalde? En die in november 1973 oog in oog stond met Johan Neeskens in de beslissende kwalificatie-interland voor het WK '74, maar in de bikkelharde strijd om het middenveld zijn voetje niet durfde te zetten?

In een tweede leven hield Van Himst het drie seizoenen uit als Anderlecht-trainer in het Constant Vanden Stockstadion en hoewel niemand hem dat nadeed, ontstond toen zijn reputatie die hem door het kritische deel van de Belgische voetbalpers af en toe kwalijk wordt genomen: Deze man is niet gedreven door voetbal.

Van Himst heeft in zijn zestien interlands als bondscoach beroep gedaan op een ruggegraat van spelers die onder zijn succesrijke voorganger Guy Thys (drie WK's, waar onder een keer halve finale, en twee EK's, waar onder een verloren finale) al tot de vaste kern behoorden: doelman Michel Preud'homme (KV Mechelen), libero Georges Grun (AS Parma, straks Anderlecht), regelende middenvelder Franky Van der Elst (Club Brugge) en de spelmakers Marc Degryse (Anderlecht) en Enzo Scifo (AS Monaco). In de ideale elf van Belgie horen daar nog bij: Philippe Albert (Anderlecht, maar de eerste wedstrijd tegen Marokko geschorst) en laatbloeier Lorenzo Staelens (Club Brugge), onlangs door zijn collega's tot profvoetballer van het jaar uitverkozen.

Verdedigend steekt het bij de Rode Duivels naar aloude traditie goed in elkaar. Van Himst zal daar niet meer van afwijken. Toen hij in Wales voor een aanvallende veldbezetting koos, ging zijn team prompt de boot in en kwam de kwalificatie alsnog in gevaar. In het Belgisch competitievoetbal was het voorbije seizoen verdedigend voetbal weer erg in de mode. Na het verdwijnen van Arie Haan bij Standard Luik en Walter Meeuws bij FC Antwerp, bleven van de topteams alleen nog Anderlecht en Club Brugge consequent aanvallen. Maar Anderlecht kreeg een lelijke knauw toen het in de Champions League bij Werder Bremen met 3-0 leidde en uiteindelijk toch met 5-3 de boot inging. Daarop werd de titel verzekerd door in belangrijke uitwedstrijden, onder meer bij Club Brugge, met een defensieve veldbezetting op te treden.

In Belgie wordt algemeen gepredikt dat aanvallend voetbal niet rendeert. De laatste bondscoach die daar probeerde verandering in te brengen, heette Walter Meeuws. Hij werd na zes wedstrijden opgevolgd door zijn voorganger, Guy Thys. Van Meeuws is de uitspraak: “Iedereen denkt dat ze kunnen winnen tegen de Belgen, maar niemand wil er tegen spelen.” De filosofie achter de Belgische taktiek is duidelijk: alle ideeen uit de wedstrijd halen en er vervolgens weer instoppen wat we kunnen controleren. Dat impliceert een redelijk defensieve veldbezetting.

Daar ligt ook de voornaamste reden voor het falen van de technisch begaafde en erg doelgerichte Anderlecht-spits Luc Nilis, een speler die slechts optimaal rendeert in de buurt van het doel van de tegenstander. In zijn eerste 24 interlands kreeg de Limburger geen bal tegen de netten. Afgelopen zondag scoorde Nilis voor het eerst voor Belgie in de oefeninterland tegen Zambia. Nilis zit ermee, maar blijft beleefd tegen de trainer. Hij geeft de pers de schuld. Ex-Anderlechtspits Luis Oliveira, de genaturaliseerde Braziliaan die als speler van Cagliari bovenaan de Italiaanse schutterslijst prijkt, deed het andersom. Via een spraakmakend interview gaf hij Van Himst de schuld voor zijn falen in Malta, waar Belgie in maart een oefeninterland met 1-0 verloor. Daarnaast verweet hij Van Himst hem als donkere voetballer te discrimineren. Daarom laat Van Himst een van de meest scorende spitsen van de Serie A thuis. De bondscoach kent een luxe-probleem. Hij heeft in zijn selectie de oplossing voor zijn aanvallersprobleem, alleen vond de weinig assertieve Brusselaar nog geen geschikt moment om de Belgische publieke opinie te confronteren met zijn keuze: de (ook al) genaturaliseerde Kroaat Josip Weber als eenzame spits.

Weber is levensgevaarlijk. Een voetballer die drie seizoen na elkaar om en nabij de dertig doelpunten scoort in de Belgische competitie waar een vijfmansdefensie tot standaardtaktiek behoort, is goud waard. Bovendien speelt Weber met Cercle Brugge zoals het Belgische nationale elftal al sinds Raymond Goethals speelt: stevig georganiseerd met enkele balvaste mensen in het middenveld, hopend op een counter. In zijn eerste officiele interland, afgelopen zondag tegen Zambia (eindstand 9-0 voor de Rode Duivels), scoorde de voormalige Kroaat maar liefst vijf maal.

Hoewel de laatste derby der lage landen al dateert van 1987 (vriendschappelijk in Rotterdam 0-0), boezemt die bijzondere wedstrijd de Rode Duivels weinig angst in. Tegen Nederland kan men vanuit de vertrouwde underdogpositie counteren en dat is heerlijk voetballen voor een Belg. Tegen Marokko in mindere mate, maar zeker tegen Saoedi-Arabie, moet Scifo en co het spel zelf maken.

Scifo, de zoon van een geemigreerde Italiaanse mijnwerker, heeft een erelijst opgebouwd (Anderlecht, Inter Milaan, Auxerre, AC Torino en AS Monaco) die hem de status van onbetwiste teamchef zou moeten opleveren. Die heeft hij nog steeds niet. Bij het eerste gepingel van Enzo zullen enkele spelers het hoofd schudden. Bij zijn eerste balverlies zal kwaad richting dug out worden gekeken. Op de perstribune zal de Vlaamse pers gaan morren over het gebrek aan rendement van de Franstalige spelmaker en zal de Waalse pers zich druk maken over het onbegrip van de Vlamingen. Net als in Mexico '86 zal er op z'n minst een plaats in de halve finale uit de bus moeten komen om deze verdeelde natie nog te redden.