Wenen verdeeld over directeur van Burgtheater

WENEN, 10 JUNI. In de Oostenrijkse hoofdstad is het theater belangrijker dan het leven. Natuurlijk, de toetreding van Oostenrijk tot de Europese Unie wordt besproken, maar de grote emoties worden gewekt door de herbenoeming of opvolging van de directeur van het Weense Burgtheater, Claus Peymann.

Elke dag brengen de kranten nieuws van het benoemingsfront en analyses van de strategische situatie. Krijgt Peymann, het Duitse theatergenie dat acht jaar geleden met een deel van zijn troepen uit Bochum arriveerde en sindsdien oneindig gehaat, diep veracht, zeer bewonderd en nadrukkelijk gewaardeerd wordt, een verlenging van zijn contract dat in 1996 afloopt ? Of dwingt de coalitieregering van Peymann verafschuwende clerikale Volkspartij-politici en op dit punt verdeelde sociaal-democraten de bevoegde cultuurminister Scholten om Peymann terug te sturen naar 'Piefkeland' (equivalent van het Nederlandse 'Moffrika') ?

Peymann is sinds 1986 directeur van het Burgtheater, het grootste theater in het Duitse taalgebied. Sindsdien is er van alles gebeurd. In mei 1988 heeft Peymann in een interview met André Müller in het weekblad Die Zeit de vloer aangeveegd met het Burgtheater, dat maar het best in rook en vlammen kon opgaan, zei hij toen, en met de door het Weense publiek gekoesterde 'sterren' op de planken. Dit interview (Peymann was dronken) is opgevat als een oorlogsverklaring door het Weense abonnementenpubliek.

Sindsdien lopen er steeds acties tegen Peymann, door wiens komst in de woorden van de oude ster Fritz Muliar 'de keizerskroon verdrongen werd door de Pickelhaube (de Pruisische punthelm) en dat met Duitse Gründlichkeit'. Geregeld werd er 'schande' geroepen over zijn programmering van choquerende stukken, zoals van Thomas Bernhard, Peter Turini, Peter Handke of Werner Schwab. De vaste abonnementen liepen terug, het geklaag over sluitingsdagen en wanbeheer was niet van de lucht.

Er kan geen twijfel over bestaan dat Peymann een interessante regisseur maar een chaotische manager is, die van confrontatie houdt en daarmee niet alleen het traditionele publiek van het Burgtheater (dat in totaal vier lokaties voor opvoeringen heeft) voor een deel van zich heeft vervreemd, maar ook sommige van zijn meest prominente acteurs, zoals Gert Voss en Ignaz Kirchner, die allebei naar Berlijn zijn vertrokken. Voss en Kirchner had Peymann zelf meegebracht naar Wenen. Met de oude sterren van het Burgtheater stond hij sowieso al op gespannen voet.

Maar dat neemt niet weg dat hij, en dat brengen de voorstanders van verlenging van zijn contract steeds naar voren, een verbluffend gevarieerd aanbod op de planken heeft weten te brengen : stukken van Oostenrijkse klassieken als Grillparzer en Nestroy, Goethe, Shakespeare, Ibsen, modernen als Bernhard, Tabori en Turrini, regisseurs als Jürgen Flimm uit Hamburg, Zadek, Tabori, zijn voorganger Achim Benning, Achim Freyer, Andrea Breth, etc., met acteurs die tot de interessantste van de Duitse Bühne behoren: Voss, Kirchner, Kristen Dene, Eva Mattes, Traugott Buhre, Martin Schwab, Will Quadvlieg. En niet de onbelangrijkste successen regisseerde Peymann zelf : Peer Gynt, Clavigo van Goethe, de woordeloze Handke.

Voor 21 juni wil de sociaal-democratische onderwijs-minister Scholten bekend maken of Peymann blijft of niet. Makkelijk wordt het hem niet gemaakt. Prominente figuren uit zijn eigen partij (men fluistert ook bondskanselier Vranitzky) zouden het liefst van de zaak-Peymann af willen, omdat zij bang zijn dat bij de verkiezingen voor het parlement in oktober de SPÖ stemmen zal verliezen als Peymann wordt gehandhaafd. De woordvoerster voor cultuur van coalitiegenoot Volkspartei, Cordula Frieser, heeft al herhaaldelijk gezegd dat Peymann weg moet, daarbij verwijzend naar een eind mei verschenen rapport van de Algemene Rekenkamer, dat keurig munitie leverde aan de anti-Peymann kanonnen door te betogen dat het Burgtheater zijn begroting had overschreden, dat het publiek met tien procent terug was gelopen en dat de directeur en een groot aantal acteurs buitensporig hoge tractementen ontvingen. (Het rapport, dat vol andere vergelijkingen staat, vergeleek de publieksteruggang noch de salarissen met de situatie in Duitsland. Zoals een vertegenwoordiger van het Bundesverband des Deutschen Theaters meteen in het weekblad profil wist aan te tonen : het Burgtheater kon op deze punten de vergelijking met de Duitse situatie zonder meer doorstaan).

Bovendien wil de rechts-populistische partij van Jörg Haider natuurlijk dat Peymann in rook opgaat. Maar ook de pers helpt minister Scholten niet. Het massablad Kronenzeitung laat geen gelegenheid voorbijgaan om Peymann aan de kaak te stellen als ondermijner van de Oostenrijkse cultuur en de kunstchef van Die Presse, Hans Haider, voert al sinds jaar en dag een regelrechte campagne tegen Peymann, zijn 'clique', zijn slechte manieren, zijn chaotische bedrijfsvoering en zijn publieks-onvriendelijke programmering.

Peymann zelf is boos. Boos op de Rekenkamer, op het grootste deel van de pers, ook wel op de minister die maar nadenkt en overweegt en zegt andere mogelijkheden te moeten exploren. Hij voelt zich miskend met zijn 420.000 bezoekers per jaar (bijna twee zo veel als de grootste Duitse theaters) en vreest het slachtoffer te worden van een politieke 'Kulturkampf' tussen het progressieve, verlichte deel van de Oostenrijkse natie en de geharnaste bestrijders van het 'moderne' uit de traditionele hoek. Zo eenvoudig ligt het niet, maar het is niet onwaar dat het Peymann-verhaal een onderdeel is van de dramaserie die al sinds het begin van de eeuw in Oostenrijk wordt opgevoerd en die te beginnen met Gustav Mahler al veel originele en creatieve geesten het land uit heeft weten te drijven.