Vrijdag 10; De opgezette dierenbescherming

Zijn kunstenaars perfide dierenmishandelaars? Zelden. Rocksterren die tijdens optredens de kop van een levende vleermuis afbijten of levende muizen tussen het publiek gooien (zoals Ozzy Osbourne uit de VS), zijn uitzonderingen.

Zijn dierenbeschermers goedwillende warhoofden? Dat lijkt meer het geval. De Dierenbescherming heeft vorige week luid geprotesteerd tegen 'een uiting van dierenmishandeling' door Berend Strik. Hij heeft in het Leids museum De Lakenhal een opgezette kat, die een natuurlijke dood is gestorven, aan zijn staart boven een berg nootmuskaat opgehangen. Het is een installatie die onderdeel is van de expositie Rendez-vous provoqué, ter viering van de dertigjarige diplomatieke samenwerking tussen Luxemburg en Nederland.

Het gebruik van de opgezette kat door Strik was voor de Dierenbescherming in ons land aanleiding om moord en brand te schreeuwen - hoewel ze toch niet de vereniging is voor Bescherming van Opgezette Dieren. Een woordvoerder van de organisatie noemde het kunstwerk 'een uiting van dierenmishandeling'. Toen de expositie eerder dit jaar in Luxemburg werd getoond, klonken soortgelijke protesten. Dat is vreemd, want je kunt alleen levende dieren kwellen, hetzij opzettelijk, hetzij door onwetendheid of nalatigheid. Je kunt wel oneerbiedig of weinig liefdevol met opgezette en dode dieren omgaan (zoals het team van Monty Python in de Dead Parrot-sketch met een opgezette papegaai), maar dat is geen dierenkwelling.

De verontwaardiging van de dierenvrienden is bovendien erg selectief. Op een van de leukste tentoonstellingen die er nu in Nederland te zien zijn, de expositie over poep in het Fries Natuurmuseum in Leeuwarden, zijn ook opgezette dieren te vinden. Gehalveerde opgezette dieren zelfs, want we zien alleen hun achterwerken - die van een slang, een vleermuis en een kat. Van hun poepgaatje is een instructief kijkgaatje gemaakt.

Tot nu toe heb ik nog geen enkele opgewonden dierenbeschermer horen roepen dat het een schande is dat voor deze tentoonstelling echte, opgezette dierenachtersten zijn gebruikt, of dat er dieren gekweld zijn. Dat kan ook niet, want ze hebben geen levende dieren doormidden gehakt, geknipt en gesneden in Leeuwarden. Dat is meer iets voor de Britse kunstenaar Damien Hirst, die voor de Biennale in Venetië in 1993 een koe en een kalf doormidden liet zagen en deze helften als kunstwerk toonde.

Natuurlijk, Berend Strik heeft een beeld gemaakt dat als schokkend ervaren kan worden, net zoals een opengesneden speelgoedbeer een onprettige aanblik kan bieden. Zoiets kan goede kunst opleveren. Maar met dierenmishandeling heeft het niets te maken.

Liefde voor dieren maakt blijkbaar blind. In naam van dierenliefde worden meer dieren gekweld dan in naam van de kunst. De kleingeestigheid die de dierenbeschermers in deze kwestie tonen, is contraproduktief. Ze maken zichzelf belachelijk met dit protest. Wie neemt ze straks nog serieus als een kunstenaar een olifant aan zijn slurf wil ophijsen?