Tango uit de Kinkerbuurt

Sexteto Canyengue is op 10 juni een van de optredende groepen tijdens de 'Gran Noche de Tango' in Paradiso, Amsterdam. Verdere optredens: 12 juni in Leeuwarden, 30 juni in Den Haag, 2 juli in Amsterdam, 8 juli in Montpellier (Frankrijk), 19 juli in Amsterdam, 22 juli in Wiltz (Luxemburg).

AMSTERDAM, 10 JUNI. Carel Kraayenhof (35) is bandoneonist, orkestleider en een van de drijvende krachten achter het Nederlandse tango-ensemble Sexteto Canyengue, dat vanavond optreedt tijdens de Gran Noche de Tango in Paradiso in Amsterdam. De invloed van tango-grootmeester Astor Piazzolla (die in 1992 overleed) op het sextet is het afgelopen jaar sterk toegenomen. Het titelnummer Tribunero van de laatste cd is aan hem opgedragen. Kraayenhof ontmoette Piazzolla voor het eerst in 1987. Hij speelde toen nog maar twee jaar bandoneon. Op een avond dat de Argentijn in Nederland moest optreden werd Kraayenhof naar het hotel geroepen. De Nederlandse aspirant toog met zijn bandoneon naar Piazzolla's suite en speelde op verzoek twee nummers. Toen dat klaar was “pakte hij m'n handen vast en zei: 'jij bent in Buenos Aires geweest'.”

Kraayenhof wilde op Tiburonero een brug slaan tussen 'moderne' en 'klassieke' tango, tussen Piazzolla en die andere grootmeester, Osvaldo Pugliese.

In 1990 ging het sextet met 'Osvaldo Pugliese y su Orquesta Típica' op tournee door Buenos Aires en Montevideo, twee steden die samen de bakermat vormen van de tango.

“Hoe tango-zangers zingen heeft heel erg veel te maken met hoe de inwoners van Buenos Aires praten”, legt Kraayenhof uit. “En als je dat niet hebt beleefd dan is het heel moeilijk om daar werkelijk je ziel in te leggen.” Sinds enkele weken is er een nieuwe voorman van de groep: Javier Fatta “Hij is de eerste zanger die we hebben, die werkelijk van de wieg af aan al tango ìs. Hij komt uit een familie van tangueros”

De bandoneonist ziet het niet als een belemmering dat hij zelf van de koude Nederlandse grond komt. “Ik ben geen Argentijn en wil dat ook niet zijn. Wat ik wel denk - wil je werkelijk tot de kern van de tango doordringen - is dat je een tijdje geleefd moet hebben in Buenos Aires. Alle gebouwen, alle mensen, het hele leven, het nachtleven, alles ademt tango.”

Dat de tango juist in Buenos Aires ontstond heeft te maken met een botsing van culturen. “Een botsing èn versmelting. Alle immigranten die er heen gingen namen allemaal hun eigen cultuur mee. Maar die mensen raakten van de regen in de drup. En de waardigheid waarmee ze hun frustraties uitten is de tango geworden. Of zoals Horacio Ferrer zegt: 'Tango is de eerste glimlach op je gezicht nadat je een zee van tranen bent overgestoken'. Dat vind ik heel actueel, die integratie van culturen. Daar zouden wij Nederlanders veel van kunnen leren. Ik ben ook heel blij om in de Kinkerbuurt te wonen.”