Stephan Balkenhol

Galerie Akinici, Lijnbaansgracht 317 Amsterdam. T/m 16 juli. Di t/m za 13-18u. Prijzen 750 tot 30.000 gulden.

De Duitser Stephan Balkenhol (1957) is een echte beeldhouwer. Zijn beelden zijn altijd menselijke gestalten, zoals ze dat bij de oude Grieken waren, en in de kerksculptuur. Dat verband met religie wordt niet alleen gelegd door het hout (eiken, linden, teak en wawa) waaruit hij zijn figuren steevast hakt. De hedendaagse, bijna alledaags uitziende mannen en vrouwen (de man in zwarte broek met wit overhemd en de vrouw in rode jurk met bijpassende schoentjes) die Balkenhol anderhalf jaar geleden in kunstcentrum Witte de With in Rotterdam toonde, zijn prototypen: de man, de vrouw. In galerie Akinci wordt nu op deze grondtypen voortgeborduurd; op een zuil - alle beelden van Balkenhol staan op sokkels - staat dezelfde man, met opgerolde hemdsmouwen, nu met twee bliksemschichten in de hand als een moderne Zeus.

In vier kleine houten reliëfs ligt de analogie met kerksculptuur nog het meest voor de hand; een fijnzinnig portretje van een meisje met loshangend rossig haar in een blauwe jurk herinnert door de zachte, ingekeerde uitdrukking aan de maagd Maria. Daartegen steekt het mannetje dat naast een zebra poseert lichtzinnig af. Toch past het ook in de kosmische beschouwing van de kunstenaar die als voor een ark van Noach al vele diersoorten in hout heeft uitgebeeld die tezamen 'de wereld' representeren.

Het indrukwekkendst zijn de drie koppen die op een dukdalf zijn gemonteerd en vorig jaar in de Dordrechtse Kalkhaven deel uitmaakten van een manifestatie. Met hun door weer en wind gekliefde gezichten benaderen ze de icoonwerking van religieuze sculpturen waarover het patina van de tijd ligt.