Navo bereid tot 'brede dialoog' met Moskou

ISTANBUL, 10 JUNI. De NAVO is bereid om een “brede dialoog” met Rusland aan te gaan, maar dan moet dat land wel eerst het zogenaamde Partnership-for-Peace-programma tekenen. De Russische president Jeltsin zei vanmorgen in Moskou dat Rusland dat programma zal ondertekenen, maar hij noemde geen datum.

Door haar opstelling komt de NAVO enerzijds tegemoet aan de wens van de zestien lidstaten van de NAVO om Rusland niet anders te behandelen dan de andere Midden- en Oosteuropese leden van de Noordatlantische Samenwerkingsraad, maar wordt anderzijds ook recht gedaan aan de eis van Moskou om de duurzame samenwerking “met een grootmacht als Rusland” meer inhoud te geven.

De Noordatlantische raad besloot gisteren op de NAVO-top in Istanbul tot die formule, maar vandaag moet uit de reactie van de Russische minister van buitenlandse zaken, Andrej Kozyrev, op de vergadering van de Noordatlantische Samenwerkingsraad, waarin ook de Midden- en Oosteuropese landen zijn vertegenwoordigd, duidelijk worden in hoeverre Moskou zich aan dit voorstel conformeert. Een definitief antwoord werd vanmiddag overigens niet verwacht.

Rusland heeft vorige maand tijdens het bezoek van minister van defensie Pavel Gratsjov aan het NAVO-hoofdkwartier in Brussel al te kennen gegeven het Partnership-for-Peace-programma te zullen ondertekenen, maar het ziet het wel als een “eerste stap op weg naar een meer duurzame relatie met het bondgenootschap”.

De NAVO stond gisteren voor de moeilijke taak om vorm te geven aan de toekomstige relatie tussen het westerse bondgenootschap en Rusland zonder zich nu direct al vast te leggen op de inhoud ervan. Volgens waarnemend secretaris-generaal Sergio Balanzino van de NAVO moet worden voorkomen dat “Rusland en de NAVO een tweede Jalta creëren” - hiermee refererend aan de opdeling van Europa zoals die in 1945 gestalte kreeg - waardoor de instabiliteit aan de oostgrens van de NAVO zou toenemen. “Maar aan de andere kant”, aldus Balanzino, “moeten Rusland en de NAVO ook het recht behouden om elk hun eigen beslissingen te nemen.” Met andere woorden: elk vetorecht wordt door het bondgenootschap afgewezen.

De regeringsleiders van de NAVO-lidstaten lanceerden in januari op de top in Brussel het idee voor het Partnership-for-Peace-programma om zo tegemoet te komen aan de dringende wens van de Midden- en Oosteuropese landen om toe te treden tot de NAVO. Inmiddels hebben twintig landen het partnerschapakkoord ondertekend. Dat ontlokte de Amerikaanse minister van defensie, Warren Christopher, gisteren de uitspraak dat het programma “strategisch de meest belangrijke ontwikkeling in Europa is sinds de oprichting van het bondgenootschap”.

Maar het uiteindelijke succes staat of valt met de ondertekening van het akkoord - dat onder andere voorziet in gezamenlijke oefeningen en vredesoperaties - door Rusland. Christopher waarschuwde echter dat het niet in de lijn der verwachtingen ligt dat Kozyrev vandaag al met een afgewogen standpunt komt. “Het moet voor niemand een teleurstelling zijn”, aldus de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, “dat Kozyrev de NAVO-voorstellen mee terugneemt naar Moskou, waarna de Russen met een definitief standpunt komen.”