Miljoenen Indiase vrouwen moeten nog om water vechten

Uitgestrekte delen van India kampen al sinds mensenheugenis met watertekorten. Ondanks grote inspanningen van de overheid moeten nog altijd tientallen miljoenen Indiase vrouwen te voet van verre water halen.

GHALIBPUR, 10 JUNI. In de geselende hitte van de Noordindiase middagzon zit Murthi Dhevi al ruim anderhalf uur te wachten op haar beurt bij de waterpomp. Het kwik is gestegen tot 42°C. Bij de pomp is het nog warmer, want er is geen spiertje schaduw. Af en toe blaast de hete wind een stofwolk over de droge velden. In de verte scharrelen enkele gieren om een karkas.

Wanneer ze eindelijk haar kruik heeft kunnen vullen, gaat de 32-jarige Murthi met een paar andere meisjes en vrouwen op weg naar haar dorp Ghalibpur, een paar kilometer verderop. Elke dag zwoegen de vrouwen van Ghalibpur, pal ten zuidwesten van New Delhi, ettelijke keren op en neer naar de pomp. Vanouds geldt dit als vrouwenwerk.

Het leven van tientallen miljoenen vrouwen in India draait ook aan het einde van de twintigste eeuw nog voor een belangrijk deel om water. Uren per dag besteden ze aan het bemachtigen van het kostbare vocht. Zonder goed water zijn hun familie en hun dorp ten dode opgeschreven.

Volgens een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 1993 hadden in 1990 445 miljoen Indiërs geen veilig drinkwater in de buurt en beschikten 726 miljoen van de toen 844 miljoen inwoners niet over sanitaire voorzieningen. Ghalibpur is slechts een van de circa 150.000 Indiase dorpen waar de watervoorziening uiterst gebrekkig is. In sommige streken, zoals in Rajasthan, Gujarat en enkele zuidelijke provincies is het probleem dat er te weinig water is, elders schort het vooral aan de kwaliteit.

Ditmaal heerst er een ontspannen sfeer bij de pomp bij Ghalibpur. Soms is dat wel anders. Dan vliegen de vrouwen elkaar in de haren. “Kijk”, wijst Murthi naar de grond, “hier liggen nog de scherven van kapotgesmeten stenen waterkruiken van vroegere ruzies over water.” Tot wanhoop van de vrouwen is ook de pomp zelf niet te vertrouwen. Af en toe valt hij zomaar droog, waarna het meestal uren duurt voor hij het weer doet.

In de kom van Ghalibpur zijn er ook pompen, maar die scheiden al zeventien jaar een vocht af dat voor menselijke consumptie ongeschikt is. “Het is heel zout en walgelijk van smaak”, zegt Sama Singh, een oude inwoner. Hij gaat eens verzitten op zijn charpoy, een bed met een bespanning van touw. “Zelfs het vee weigert dit te drinken. Geen wonder, want het is je reinste vergif.”

De duizend zielen van Ghalibpur, die vooral van de landbouw leven, klagen dat ze door de miserabele kwaliteit van het water fors in hun inkomen worden geschaad. “We kunnen maar eens per jaar tarwe of haver verbouwen, terwijl je met normaal water hier toch zeker twee tot drie keer per jaar zou moeten kunnen oogsten”, meent Singh.

Niet alleen veel dorpen, ook steden kampen met een waterprobleem. In de almaar uitdijende zuidelijke buitenwijken van New Delhi wordt het water elk jaar schaarser. De rijken ondervangen dit door water per tankauto te laten aanvoeren, maar de armeren hebben die optie niet. De bewoners weten vaak niet van tevoren wanneer er water uit de kraan komt en hoe lang. Velen draaien daarom 's nachts de kraan open, zetten er een metalen pot onder en gaan daar vlak naast liggen slapen. Wanneer het water eindelijk in de pot klettert, worden ze vanzelf wakker.

De drinkwatervoorziening in de sloppenwijken is zo mogelijk nog beroerder. De afgelopen weken hebben er zich tientallen gevallen van cholera voorgedaan in New Delhi. Aangenomen wordt dat er een rechtstreeks verband bestaat met het slechte drinkwater. Bij temperaturen van rond de 45°C heeft iedereen liters vocht per dag nodig. De pompen staan echter niet zelden in een open riool, waardoor het water gemakkelijk besmet wordt.

Op sommige plaatsen begint intussen het grondwaterpeil zorgwekkend te dalen, soms met enige meters per decennium. “Dat is vooral te wijten aan de irrigatie door de landbouw”, zegt Peter Flik, deskundige op het gebied van water en gezondheid bij de Nederlandse ambassade in New Delhi. “De landbouw gebruikt ongeveer 90 procent van het water, terwijl maar 4 procent opgaat aan drinkwater en zes procent aan de industrie.”

Wanneer een waterlaag uitgeput begint te raken, levert dat gevaar op voor de volksgezondheid. Het fluor-gehalte van het water kan er sterk door stijgen, waardoor de ziekte fluorose vrij spel krijgt. De symptomen hiervan zijn in het beginstadium zwart wordende tanden. Geleidelijk aan raken echter ook de botten en gewrichten aangetast zodat mensen ten slotte geheel invalide worden. In Shivannagudem, een dorp ten oosten van de stad Hyderabad in Midden-India, lijdt naar verluidt 30 procent van de 6.000 inwoners aan deze ziekte.

Ondanks de aanhoudende problemen met water in India is er de afgelopen decennia wel degelijk indrukwekkende vooruitgang geboekt. Uit het WHO-rapport blijkt dat de Indiase autoriteiten er tussen 1980 en 1990 in zijn geslaagd het percentage plattelandsbewoners met toegang tot water te verhogen van 31 procent tot maar liefst 74 procent. Ongeveer 350.000 van India's 500.000 dorpen beschikken nu over een redelijk betrouwbare watervoorziening, die de bewoners een minimum van 40 liter per persoon per dag verschaft (In het veel koelere Nederland is de norm 130 liter). Vaak gaat dat per pomp en soms ook met een waterleiding.

Hoewel Flik toegeeft dat er wel iets op die cijfers valt af te dingen, ziet ook hij vooruitgang. “Er is in India veel bereikt”, meent hij. “Ik vind dat de overheid hier verhoudingsgewijs veel aandacht schenkt aan het probleem en er veel geld voor uittrekt.” Dat wil niet zeggen dat alles vlekkeloos verloopt. Er wordt vaak met slechte materialen gewerkt voor pijpleidingen en de werklui gaan slordig te werk, waardoor veel water onnodig verloren gaat.

Op zichzelf is er in India meer dan genoeg water om alle inwoners ruimschoots van drinkwater te voorzien, terwijl ook industrie en landbouw niet tekort hoeven te komen. De sleutel tot de oplossing van de problemen is volgens Flik een betere waterhuishouding. Anders dan in Nederland bestaan er bijvoorbeeld geen waterschappen, waarbij de lokale betrokkenen onderling het water beheren en verdelen. Alles wordt beslist door de provinciale regering, terwijl de federale overheid vanuit de verte toeziet.

Ook moeten er volgens Flik speciale voorzieningen worden getroffen voor drinkwater en dient het onderhoud van de bestaande waterfaciliteiten drastisch te worden verbeterd. Bovendien moeten de mensen die makkelijk toegang hebben tot water ervan worden doordrongen dat het een kostbaar goed is. Dat besef ontbreekt nu, omdat iedereen het vanzelfsprekend vindt dat de overheid de kosten voor haar rekening neemt.