Lamfalussy heeft handen vol aan bereiken monetaire unie

LONDEN, 10 JUNI. Baron Alexandre Lamfalussy heeft zijn handen vol aan de monetaire toekomst van Europa. Op 1 januari werd de Belgische oud-bankier en gezaghebbend econoom van Hongaarse afkomst benoemd tot president van het Europese Monetaire Instituut, de voorloper van de Europese Centrale Bank, met Frankfurt als vestigingsplaats. Hoewel onzeker is wanneer en met hoeveel landen de stap naar een gemenschappelijke munt gemaakt zal worden, is Lamfalussy begonnen aan de voorbereidingen voor de laatste stap naar een monetaire unie.

“Het Verdrag van Maastricht bevat algemene beginselen voor de werking van het Europese stelsel van centrale banken, maar heeft de regeling van specifieke zaken opengelaten”, zei hij deze week in Londen, waar hij een Internationale Monetaire Conferentie van bankiers bijwoonde. Hij noemde het onwaarschijnlijk dat de commerciële banken hun vooraanstaande positie, die ze tien à vijftien jaar geleden hadden, zullen terugwinnen op de snelle opkomst van niet-bancaire financiële instellingen. Wel zei hij te verwachten dat de neergang van de commerciële banken zal vertragen.

“De belangrijkste opdracht voor het EMI is om een blauwdruk op te stellen voor het toekomstige stelsel van Europese centrale banken. Stukje bij beetje werken we dat uit. Zo moeten de betrekkingen tussen de nationale centrale banken en de Europese centrale bank en de manier waarop ze hun werkzaamheden op elkaar afstemmen, worden ingevuld”, aldus Lamfalussy.

Ook de rol die nationale centrale banken zullen behouden bij de vaststelling van het toekomstige Europese monetaire beleid, moet nader worden uitgewerkt. Het verdrag van Maastricht voorziet voor de Europese centrale bank in een raad van bestuur bestaande uit de gouverneurs van de centrale banken die deelnemen in de gemeenschappelijke munt, en de directie van de ECB.

Lamfalussy zei dat het EMI zich op dit moment niet bezig houdt met onderzoek naar aanpassingen van het toezicht op het bankwezen in verband met de opkomst van nieuwe, ongereguleerde financiële markten. “We hebben onze handen vol aan de opbouw van onze eigen instelling en andere organisaties houden zich bezig met de kwestie van regelgeving”, zei hij. Hij doelde op de Bank voor Internationale Betalingen (BIB), de 'centrale bank van de centrale banken' in Bazel, waarvan Lamfalussy directeur was tot zijn benoeming bij het EMI.

Lamfalussy verdedigde de vestiging van het EMI - en later de ECB - in Frankfurt omdat de aanwezigheid in een financieel centrum volgens hem voordelen biedt bij de uitvoering van het monetaire beleid en bij het toezicht op de goede functionering van financiële markten. “In snel vernieuwende en zeer beweeglijke financiële markten vraagt het monetaire beleid om diepgaande kennis van al deze markten”, aldus Lamfalussy. “Daarom moet je er, fysiek gesproken, bovenop zitten.” Hetzelfde argument van fysieke nabijheidt geldt volgens hem ten aanzien van de verantwoordelijkheid van centrale banken voor de veilige functionering van het financiële systeem.