Het geheim achter het lachen; Tentoonstelling over het lichaam in Fort Asperen

Voor Nr. 12, een tentoonstelling in Fort Asperen, nodigde kunstcritica Anna Tilroe drie kunstenaars uit. Het resultaat is een persoonlijk getinte tocht door het fort die het in- en uitwendige van de mens blootlegt. “Nr. 12 is geen groepstentoonstelling, maar een surrealistisch spel waarin het lichaam als nieuwe bron van kennis wordt aangeboord.”

De lach van nr. 12. T/m 4 september, di t/m zo 10-18u in Fort Asperen (bij Acquoy aan de Linge); info: 03451-9992. Rederij Leerdam, boottochten over de Linge, info: 03451-10150, Boekje ƒ 19,50. Mapje met ansichtkaarten ƒ 14,50

De lach van Nr. 12 doet denken aan het kinderspelletje 'cadavre exquis' dat bij de surrealisten geliefd was. Elke speler tekent een hoofd, lijf of benen en vouwt het papier zodat de volgende zijn tekening niet kan zien. Tenslotte krijgt het vreemde gedrocht meestal ook nog een naam. Kunstcritica en schrijfster Anna Tilroe bedacht een naam, Nr. 12, en nodigde de Amerikanen Charles Atlas, Tony Oursler en de Nederlands-Zwitserse Irene Grundel uit om vorm te geven aan benen, lijf en hoofd. Het resultaat van deze samenwerking is volgens Tilroe nadrukkelijk niet bedoeld als groepstentoonstelling. Wie zich via de wenteltrap in Fort Asperen waagt, wordt geconfronteerd met een intensieve kijkoperatie die het in- en uitwendige van de mens blootlegt. Een bezoek aan het Fort is dan ook beslist niet geschikt als gezellig uitje met de kinderen op zondagmiddag.

De tocht die van boven naar beneden door de duistere gangen en kamers van het fort spiraalt, heeft iets voyeuristisch. Zelf onbespied gluurt men naar gefilmde beelden en fragmenten van het menselijk lichaam die in het donker oplichten. Gaandeweg worden onder leiding van verteller/regisseur Tilroe de bedoelingen achter dit totaaltheater duidelijk. Nr. 12 is in het Tarotspel de kaart van de aan de voeten gehangene. Tilroe die deze kaart eens bij een Tarotspelletje kreeg, beschouwt de figuur als symbool voor de vastgelopen positie waarin niet alleen zij zelf verkeert, maar ook de Westerse cultuur. Het blauwe aura om het hoofd van de gehangene stemt Tilroe hoopvol: “Het betekende, dacht ik, dat Nr. 12 vrij is van paniek en bereid de vertwijfeling, de angst en het lijden die alle veranderingen met zich meebrengen, te ondergaan en aandachtig te bezien. Ik vraag me af of dat niet het geheim is achter ons lachen.”

De bovenste verdieping van het fort is het domein van de cineast en video-choreograaf Charles Atlas. Zijn preoccupaties met de benen en het kruis van Nr. 12 zijn peepshow-achtig. In een berg schoenen zijn monitoren geplaatst waarop een compilatie te zien is van zelf gefilmde en bestaande beelden uit films waarin voet-fetisjisme een rol speelt. Er is een ruimte met sado-masochistische videotapes en elders waant men zich even in een disco.

Weckflessen

Op de trap naar de verdieping van Tony Oursler, die de sectie tussen navel en hart onder zijn beheer heeft, leest Tilroe een citaat voor uit Der Wille zur Macht: Versuch zur Umwertung aller Werte van de door syfilis aangetaste filosoof Nietzsche: “Ik heb mijn geschriften altijd met heel mijn lijf geschreven: ik weet niet wat zuiver geestelijke problemen zijn.” Fantasie en wijsheid beperken zich niet tot het hoofd, het geestelijke, maar worden mede door het lichaam bepaald.

De beelden van Oursler zijn poëtisch en intrigerend. Zo projecteert hij op weckflessen met (dierlijke) organen op sterk water, monden die een gesprek met elkaar voeren. Op een paar wolken van watten zijn gefilmde scènes geprojecteerd die associaties oproepen met een liefelijk barok engelenspel, maar bij nadere beschouwing soms gewelddadig blijken te zijn. Ourslers verbeelding van de erotiek, zoals de beelden en geluiden van zuigende monden, is subtieler dan bij Atlas, maar effectiever. Oursler en Tilroe besluiten dit onderdeel samen met een 'son-et-lumière'-uitvoering in zakformaat over het hart als een 'pasgeboren haarloos dier, hulpeloos en kwetsbaar'.

In de centrale lichtschacht van het fort hangt Nr. 12 als driedimensionaal cadavre exquis. Bovenin laat Atlas een groot bleek been ronddraaien en daaronder regent het kleurige pillen en capsules waarmee wij volgens Oursler in ons inwendige laboratorium gevaarlijke experimenten uitvoeren. In de kelder heeft Irene Grundel als symbool voor het hoofd dat weer wortel moet schieten in de aarde een stevige Zwitserse boomstronk neergezet. Zij maakte verder drie installaties die het ontstaan van (denk)beelden tot onderwerp hebben. Een blauwe golf voert de informatie die via oren, ogen en mond tot ons komt als het ware in ons bloed (voorgesteld door een waterbed in de volgende ruimte gevuld met rode vloeistof). Weer verderop hangen twaalf bordjes met wat knutselige fotocollages en reliëfs die aan touwen boven het hoofd van de toeschouwer hangen. De afdeling van Grundel die als enige geen elektronische media gebruikte maar zoveel mogelijk natuurlijke materialen, is de minst theatrale. Haar bijdrage lijkt nog het meest op een gewone tentoonstelling.

Ondanks minder sterke onderdelen, zoals Grundels werk en sommige teksten (de grappig bedoelde woordenlijst), is Tilroe er toch in geslaagd om de desoriënterende duisternis van het fort optimaal uit te buiten voor een theatrale en bij vlagen zeer persoonlijk getinte reis door het lichaam. Zij onderzoekt in De lach van Nr. 12 de grenzen tussen beeldende kunst, theater en disco-amusement en levert zo een spannende bijdrage aan het debat over nieuwe tentoonstellingsvormen.

Wasknijpers

Nr. 12 is geen groepstentoonstelling, maar een surrealistisch spel waarin niet het onderbewuste maar het lichaam als nieuwe bron van kennis wordt aangeboord. In Fort Asperen, dat 's winters het domein is van lichtschuwe vleermuizen, staan geen autonome kunstwerken. Het gaat om het verhaal dat de kunstenaars gezamenlijk willen vertellen. In een dagboekachtig verslag schrijft Tilroe over de onmogelijke positie waarin Nr. 12 vast zit. Hij/zij ziet de wereld op zijn kop en moet dingen loslaten om een persoonlijke en maatschappelijke transformatie te realiseren. De getoonde verwarring, het exhibitionisme, de bizarre obsessies en perversiteiten staan dus in het teken van verandering.

Kenmerkend hiervoor was ook de spectaculaire openingsact van Leigh Bowery. De Engelse performer Bowery die onder andere bekend is door de portretten die Lucian Freud van hem schilderde, hing op zijn kop aan een stevig touw dat vast zat aan zijn schoenen met hoge plateauzolen. Zijn forse naakte gestalte was aan tepels en geslachtsdeel versierd met wasknijpers. In deze ongemakkelijke stand zong hij een rauw lied over taboes en bevrijding begeleid door een gitarist die slechts gekleed was in een tros blauwe ballonnen. Dit optreden speelde zich buiten af achter een groot glasraam dat tenslotte door Bowery met een donderende klap werd verbrijzeld.

De regelmatige bezoeker van manifestaties van hedendaagse kunst is op dit gebied inmiddels het een en ander gewend, maar Bowery's act maakte bepaald indruk. De aandacht voor het lichaam is niet nieuw zoals vorig jaar onder andere bleek uit groepstentoonstellingen als PostHuman en The Uncanny die was samengesteld door de Amerikaanse kunstenaar Mike Kelley. Nr. 12 voegt daar door het verhaal en de reis door de vochtige, koude krochten van het negentiende-eeuwse fort nieuwe elementen aan toe. De dringende oproep om als aandenken aan de reis in de souvenirwinkel T-shirts, speciaal ondergoed, parfum, condooms en Forte Asperin-pillen (tegen hang-ups) te kopen, zorgt tenslotte bij de uitgang voor de nodige relativering - voor de lach van Nr. 12.