Geen plaats voor ziekte en ongeluk; Samuel Butlers anti-utopie

Samuel Butler: Erewhon. De omgekeerde wereld. Vert. Ernst van Altena, woord vooraf van Piet Vroon. Uitg. Ambo, 227 blz. Prijs ƒ 39,90

Hussel de letters van Erewhon door elkaar en je krijgt Nowhere; vertaal dit in het Grieks en je krijgt Utopia. De Engelse publicist Samuel Butler liet weinig twijfel bestaan over het karakter van het boek dat hij in 1872 onder de titel Erewhon liet verschijnen. Hij beschrijft er een omgekeerde samenleving in. Ziekte is er een misdaad; onrechtmatig gedrag wordt er als een aandoening behandeld. Op de universiteiten leert men er geen wetenschap maar onredelijkheid. Vooruitgang is taboe en alle machines zijn verboden.

Het boek had direct na verschijning een bescheiden succes en werd een klassieker in de Engelse en utopische literatuur. Butler schrijft er onderhoudend genoeg voor en de ontdekkingen die hij zijn hoofdfiguur laat doen zijn van een zo ingenieuze absurditeit dat het boek geen moment verveelt. Met die hilarische inslag onderscheidt Butler zich scherp van zijn voorgangers in het utopische genre: Thomas More, Francis Bacon, Campanella. Anders dan zij beschreef hij geen ideale maatschappij, maar een anti-utopie.

Toch begint zijn boek op klassiek utopische wijze: in een verre hemelstreek (als twee druppels water lijkend op Nieuw-Zeeland, waar Butler als schapenfokker fortuin maakte) steekt een jongeman een ondoordringbare bergketen over en ontdekt een samenleving van louter mooie, gezonde en gelukkige mensen. Hij wordt gastvrij opgenomen, leert de taal en wordt een man van aanzien die de Erewhonse cultuur van alle kanten leert kennen. Gaandeweg neemt zijn bewondering af en tenslotte vlucht hij, samen met zijn inmiddels gewonnen geliefde, in een luchtballon uit het land.

Want waarom zien alle Erewhoners er zo gezond en gelukkig uit? Niet omdat hun maatschappij zo ideaal is, maar omdat ziekte en ongeluk als een misdaad gelden en dus angstvallig verborgen en verzwegen worden. Over vergrijpen praat men daarentegen honderduit, en men geeft zich over aan dokter-achtige 'vereffenaars' die wetsovertreders moeten genezen. Zo'n onlogische en onrechtvaardige samenleving wordt Butlers held tenslotte teveel.

Butler is wel geprezen als een visionair die lang van tevoren de medicalisering van de rechtspraak zou hebben voorzien. Worden misdadigers niet steeds vaker als zieken behandeld (en zieken als lastposten, die hun kwaal aan zichzelf te danken hebben)? Om dezelfde reden geniet hij faam als denker over de techniek. Machines zijn in Erewhon verboden omdat zij de mens op den duur wel eens zouden kunnen overtreffen en tenslotte tot slaaf zouden maken. Dit moment lijkt dankzij de cybernetica inmiddels inderdaad niet ver meer. Maar Butlers betekenis kan niet worden gereduceerd tot die van de man al deze ontwikkelingen al bijna een eeuw geleden heeft voorzien.

Butlers hoofdpersoon leest de redenen van het Erewhonse taboe op machines in oude protocollen die rechtstreeks door Darwins On the Origin of Species lijken te zijn geïnspireerd. Zelf was Butler diep onder de indruk van Darwins boek geweest, en al in 1863 had hij diens evolutietheorieën in een artikel voor de Nieuwzeelandse krant The Press ('Darwin among the Machines') op machines toegepast. Dit artikel vormde de basis voor het hoofdstuk 'Het boek der machines' in Erewhon, een kleine tien jaar later.

Charlatan

Een satire? Ongetwijfeld; maar waarop? Op Darwins theorieën, veronderstelden sommigen. Tegenover de door hem vereerde Darwin ontkende Butler haastig. Maar luttele jaren later was van die verering weinig meer over. Darwins theorieën vertoonden teveel gaten en waren te weinig wetenschappelijk onderbouwd om het enorme aanzien dat ze genoten te rechtvaardigen, meende Butler. Zoals hij eerder het christelijk geloof had afgezworen, zo schoof hij nu de gevierde wetenschapsman Darwin als charlatan terzijde.

Is dat in Erewhon zoveel anders? 'Het boek der machines' is de Bijbel van de Erewhoners, en zoals zoveel heilige boeken leidde ook dit in Erewhon tot oorlog en vernietiging. Het afzweren van de techniek ging, vertelt Butler, niet zonder slag of stoot; de samenleving was aan die omwenteling bijna ten onder gegaan. Het doelwit van Butlers kritiek is dan ook niet allereerst de techniek, maar is in al zijn boeken het geloof gebleven, ook wanneer dat de vorm aannam van een kritiekloos geloof in de wetenschap.

Hoe bijkomstig de fabel van de machines voor Butler was, blijkt uit het twintig jaar later geschreven vervolg op zijn anti-utopie, Erewhon revisited. Opnieuw bezoekt zijn held, inmiddels Higgs geheten, het vreemde land, en hij ontdekt er inmiddels het voorwerp van religieuze verering te zijn geworden (zijn ballonvlucht was zijn 'hemelvaart'). De satire op het christelijk opstandingsgeloof is onmiskenbaar, maar het machine-verbod speelt inmiddels geen rol meer. Het werd kort na Higgs vertrek opgeheven, schrijft Butler kort, en hij maakt er verder in het boek geen woord meer aan vuil.

Uiteindelijk is Erewhon nauwelijks een 'omgekeerde wereld'. Butler beschreef er zijn eigen Victoriaanse Engeland in en hekelde de absurditeiten ervan (het onpraktische onderwijs; de irrationele rechtspraak en natuurlijk de kerk). Het boek leeft eerder van de overdrijving en kleine verschuivingen dan van de tegenstelling. Het heeft meer gemeen met de satires van Swift (Gullivers reizen) of Montesquieu (Lettres persanes) dan met Bacon of Campanella; minder met Thomas More's Utopia dan met de olijke tegenhanger daarvan: Erasmus' Lof der zotheid.