Gaan kabouters dood?

Er was een tijd dat iedere kabouter in het bos een pijpje rookte. Zo zie je ze ook nog altijd afgebeeld; tevreden lurkend onder hun paddestoel. Jammer genoeg is dat nu verleden tijd.

Dat komt door de invasie van de Anti-pijp-dwergen. Die dwergen kwamen het bos binnen met een glimlach. 'Wij denken aan jullie gezondheid!' zeiden ze tegen de kabouters: 'Denk 'ns aan jullie longen! Onze longen zijn schoon! Wij roken geen pijp! Doe als ons!'

Eerst dachten de kabouters: 'Aardig, hoor.' En ze hoorden het gebabbel van de dwergen met een glimlach aan. Toen de eerste kabouter op een morgen zomaar was verdwenen en zijn paddestoel was ingenomen door een dwerg, fronsten ze een wenkbrauw. Maar omdat kabouters netjes zijn opgevoed zeiden ze niks. Ook niet toen de tweede kabouter verdween; en de derde; en de vierde. De dwergen marcheerden dagelijks langs de slinkende groep kabouters. Ze klonken nu minder vriendelijk. Ze brulden: 'Een gezonde geest in een gezond lichaam!, een gezonde geest in een gezond lichaam!' 't Klonk heel dreigend. En vriendelijk keken ze allang niet meer.

Het roken van een pijp mocht alleen nog in het diepste geheim gebeuren, 's nachts, of verscholen in een konijnehol. Te laat hadden de kabouters in de gaten gekregen dat al dat geloei over 'frisse lucht' en 'schone longen' een voorwendsel was om paddestoelen in te pikken. En waarom hoorde je nooit meer wat van wie verdween? Er kwamen steeds meer anti-pijp-dwergen in het bos. Zouden de rokende kabouters misschien veranderd zijn in dwergen om met rust gelaten te worden? Op de morgen dat de laatste kabouter weg was, heerste er een angstige stilte in het bos. Maar de lucht was nog nooit zo schoon geweest.