Een Vibr-o-sonic in Zuid-Afrika

Norman Silver, Pythondans. Vert. Anneke Koning-Corveleijn. Uitg. Lemniscaat. Prijs ƒ 28,50. Vanaf ca. 13 jaar.

Een pythondans is volgens schrijver Norman Silver 'een onderdeel van de rituele inwijding van Venda-meisjes als ze de puberteit bereiken'. Hoe we ons dat precies moeten voorstellen, weet ik na lezing van zijn boek Pythondans nog steeds niet, maar het is de vraag of dat er wel zoveel toe doet. In ieder geval zijn verschillende aspecten van het boek ermee in verband te brengen: het gaat over volwassen worden, over groeiende inzichten, in het bijzonder politieke en over de Afrikaanse cultuur, waarin de python, als we Silver mogen geloven, als een goddelijk dier wordt beschouwd. 'Het is het Grote Serpent wiens zevenduizend kronkels het universum hebben gecreëerd', zegt een van de personages ergens. Ook het boek zelf kronkelt zich op een wonderlijke manier naar het einde toe: er wordt zoveel in overhoop gehaald dat je het niet bepaald een rechttoe-rechtaan-vertelling kunt noemen.

Net als in Silvers vorige twee boeken, Geen tijgers in Afrika en Tuttifrutti-chocoladeijs met nootjes, speelt Zuid-Afrika een grote rol in Pythondans. En dan niet het Zuid-Afrika van Mandela, maar het Zuid-Afrika waarin de apartheid hoogtij vierde, de jaren van Verwoerd en Vorster. Silver, die zelf in Zuid-Afrika opgroeide, bekijkt die situatie in zijn boeken steeds vanuit hetzelfde perspectief: dat van de blanke die het systeem zonder meer accepteert, die er zelfs tot op zekere hoogte van profiteert, maar die er uiteindelijk niet omheen kan. Dat zijn hoofdpersonen stuk voor stuk joods zijn maakt ze evenwel tot buitenstaanders: ze zijn weliswaar blank en dus 'bevoorrecht', maar toch is hun achtergrond een heel andere dan die van de doorsnee blanke Zuidafrikaan.

De hoofdpersoon van Pythondans is een jong meisje, Ruth. Ruth is opgegroeid in een redelijk welvarend joods gezin en in haar leven speelt politiek geen enkele rol: zwarten zijn er om het vuile werk in huis op te knappen en verder interesseert het haar allemaal niet zo, ze heeft wel wat anders aan haar hoofd. Jongens met name. Die probeert ze zich met alle macht van het lijf te houden, omdat ze zich rot schaamt voor haar figuur, of liever, het gebrek daaraan. De situatie thuis maakt het er allemaal niet beter op: ze walgt van haar stiefvader, een kille, aartsluie man die ze ervan verdenkt dat hij haar bespiedt als ze in de badkamer is. Ze weet dat haar moeder doodongelukkig is met deze man, maar op de een of andere manier - uit een soort zwakte - houdt die hem toch steeds de hand boven het hoofd.

Bij de familie van een vriendje vindt Ruth wat ze thuis zo mist: gezelligheid en warmte. En ze maakt er kennis met ene Bobby, die erin slaagt haar enig politiek besef bij te brengen. Maar het blijft het politieke besef van iemand die niet echt betrokken is: het is vooral het lot van Bobby, die na een paar maanden in de gevangenis te hebben gezeten het land wordt uitgezet, dat haar interesseert, veel meer dan de misstanden in het algemeen. Net als Basil, de hoofdpersoon in Silvers vorige boek, mist ze kracht om echt in opstand te komen.

De opzet van Pythondans is fragmentarisch. Ik-figuur Ruth vertelt haar verhaal zoals het in haar opkomt: niet strikt chronologisch, hier en daar bespiegelend en met veel zijsprongen en anekdotes over haar familie en haar vrienden, over het zwarte personeel, over een autistisch buurjongetje en zijn kindermeisje. Het is allemaal nogal veel, rommelig bijna omdat er geen duidelijke structuur in zit. Toch blijken bepaalde verhaallijnen die zo op het oog niets met elkaar te maken hebben, uiteindelijk wel degelijk in elkaar te grijpen. Zo schaft Ruth zich stiekem een apparaat - een 'Vibr-o-sonic' - aan, waarmee ze haar borstomvang hoopt te vergroten. Een van de bedienden die haar daarmee bezig ziet, wordt op staande voet ontslagen, een voorval dat later gruwelijke gevolgen blijkt te hebben. En pas dan wordt duidelijk waarom het boek begint met een uitweiding over muti, een magische kracht waarin Ruth zegt niet te geloven.

Het is niet alleen de verrassende manier waarop al die losse flodders - Ruths angst voor seks, de verhouding met haar moeder en stiefvader, mysterieuze krachten, en dat alles tegen de achtergrond van een verscheurd Zuid-Afrika - gaandeweg naar elkaar toe groeien, die Pythondans tot zo'n intrigerend boek maken. Het is ook - vooral eigenlijk - een complex, intelligent portret van een meisje dat in bijzondere omstandigheden volwassen wordt. De sfeertekening doet de rest.