Drie Arabische schrijfsters over emancipatie; De harem in jezelf

Fatima Mernissi: Het verboden dakterras. Verhalen uit mijn jeugd in de harem. Met foto's van Ruth V. Ward. Vert. Ria van Hengel. Uitg. De Geus, 254 blz. Prijs ƒ 39,90.

Nawal El Saadawi: De zoektocht van Fouada. Roman. Vert. Djûke Poppinga. Uitg. In de Knipscheer-EPO, 192 blz. Prijs ƒ 39,50.

Hanaan as-Sjaikh: Vrouwen tussen hemel en zand. Vert. Djûke Poppinga. Uitg. De Geus-EPO, 302 blz. Prijs ƒ 49,50.

Wat een harem is denkt iedereen wel te weten: een paleis waar een sultan tientallen vrouwen houdt die hun dagen slijten met giechelen, zich opmaken en intrigeren, hopend op een nacht met de grillige vorst. Maar sultans zijn schaarser dan ooit, en de doorsnee harem ziet er anders uit dan het cliché wil.

Een harem is dat gedeelte van een huis waarin vreemden geen toegang hebben en waar vrouwen en meisjes afgezonderd kunnen wonen. Ieder islamitisch stadshuis heeft in principe een harem, al is het in kleine woningen vaak behelpen. Een vriend in Cairo, die met zijn vrouw bij zijn schoonouders inwoont, nodigt mij graag uit in hun piepkleine flat. De vestibule wordt dan met behulp van een kampeertafel omgetoverd in een eetkamer, terwijl de vrouwen elkaar verdringen in het keukentje. In zulke benarde omstandigheden vereist het heel wat acrobatiek van de vrouwen om zich af te zonderen, en ook discretie van mijn kant, want als ik wil kijk ik zo de keuken in. In die familie wordt niet pietluttig gedaan over de afzondering, en natuurlijk bestaan er ook talloze huizen waar niemand er meer aan denkt.

Drie pas vertaalde boeken van Arabische schrijfsters, alle over de onderworpenheid van de vrouw, geven gelegenheid ons beeld van de harem bij te stellen. Zij vormen een machtig wapen in de emancipatiestrijd.

'Vrouwenliteratuur' heb ik altijd links laten liggen, maar voor deze boeken verander ik graag van instelling. Als je een beetje meeleeft met de Arabische wereld kun je niet anders dan feminist zijn. Er heeft daar immers een strijd plaats tussen een schuchter modernisme en het ergst denkbare conservatisme. De baardmensen krijgen ruime aandacht van de media; de modernisten minder, omdat zij geen kelen afsnijden. Onder hen spelen vrouwen een hoofdrol, en dat is geen wonder, want de strijd gaat vooral over hén. Als de conservatieven de macht hebben doen zij wel concessies op het gebied van economie, sport of televisie, maar aan het centrale leerstuk van de onderdrukking van de vrouw valt niet te tornen. Veel vrouwen voelen zich dan ook getergd en ondernemen actie. In Saoedi-Arabië hebben ze gedemonstreerd voor het recht om zelf auto te mogen rijden, in Algiers defileren ze nadrukkelijk zonder sluier: deze vrouwen verdienen bewondering voor hun moed. Nu Arabische schrijfsters ook beter schrijven dan voorheen is hun feminisme een nieuwe, ook voor buitenstaanders aantrekkelijke fase ingegaan.

Madame Curie

De zoektocht van Fouada is het minste van de drie boeken. De Egyptische arts Saadawi heeft haar sporen verdiend als activiste voor vrouwenrechten, maar schrijven was vanouds niet haar fort. Haar fictie moest het meestal hebben van schrijnende case histories waarbij de ogen niet droog te houden waren, en haar stijl was eveneens om te huilen.

Nu heeft Saadawi een draaglijke roman geschreven - al is de genietbare stijl vooral te danken aan de vertaalster. Fouada is een ongetrouwde chemica van in de dertig die in Cairo bij haar moeder woont; vader is overleden en broers heeft ze niet. Ze woont dus nadrukkelijk niet in een harem, zij neemt gewoon de bus naar haar werk, maar zij gaat ten onder aan wat Fatima Mernissi de harem in jezelf noemt. Fouada belandt in een crisis en krijgt daarin enige flitsen van inzicht. Haar baan is futiel; aan haar vriend en haar moeder heeft ze niets. Ze begint voor zichzelf, opent in een huurflatje een laboratorium en wacht vervolgens op klanten en op een grote ontdekking, 'net als Madame Curie'. Dit moet wel misgaan, en tenslotte laat zij over zich heenlopen door een kleffe ploert, die haar alsnog de harem in wil dwingen. Zoektocht afgelopen.

Saadawi wil blijkbaar burgerdames confronteren met hun gebrek aan ruggegraat en werkelijkheidszin, maar waaróm haar heldin zo willoos is blijft onduidelijk. Interessant is deze sombere roman vooral omdat hij een laat stadium van emancipatie toont. In de twee andere boeken moeten de vrouwen eerst nog letterlijk de kooi uit.

De Marokkaanse Fatima Mernissi (1940) vertelt in een eenvoudige, zuivere stijl over haar eerste levensjaren in de harem. Die van haar was een voorname, paleisachtige woning in Fès, en haar beschrijving van dat milieu is uniek. Zo'n paleis herbergde een aantal generaties: grootouders, hun zonen en dochters, nichten en neven, veel kleine kinderen en ook nog wat gewezen slavinnen die nergens anders heen konden. Het is een ontroerend mooi boek geworden, en Fatima heeft een rijke jeugd gehad tussen de vrouwen, die van alles bedachten om hun leven draaglijk te houden: poëzie, toneelspel, zang en dans, borduren en koekjes bakken. Dit was de harem op zijn best: de mannen waren geen beesten en het regime was niet al te strak. De dames maakten zelfs wel eens excursies naar het platteland of naar de bioscoop. Toch verlangden alle vrouwen, behalve de strenge grootmoeder, hartstochtelijk naar buiten. Fatima mocht eruit om naar school te gaan, juist toen 'het verschil' met haar neefje Samir pijn begon te doen. Kort daarna werden alle harems in Marokko afgeschaft.

Hanaan as-Sjaikh's Vrouwen tussen hemel en zand is beslist een van de beste romans die ooit in het Arabisch zijn geschreven. 'Hoofdpersoon' is een stadje in een olierijke woestijnstaat die sterk herinnert aan Betsy Udinks Achter Mekka. Kenmerken van die plaats zijn de hitte, de rijkdom en vooral de extreme islam die er heerst, met volledige sluiering en afzondering van de vrouwen. Vier vrouwen vertellen elk in de ik-vorm hoe ze reageren op die omstandigheden, op elkaar en op de mannen die zij toch nog weten te ontmoeten. De vier verhalen grijpen losjes in elkaar. De stijl is voortreffelijk en de vertaling eveneens.

De Libanese academica Soha mag dan bijna stikken in dat land, de inheemse Tamr grijpt juist gretig de kansen die de modernisering haar biedt: ze kan immers reizen per auto met chauffeur, ze kan telefoneren, lessen volgen, een winkel openen; allemaal zaken die tot voor kort ondenkbaar waren. Geen enkele illusie over de islamitische samenleving wordt in dit boek intact gelaten. Aangemoedigd door dodelijke verveling en bergen geld geeft men zich achter de muren over aan seks, drank (whisky ziet eruit als koude thee) en drugs, en de auteur ontziet zich niet dit alles gedetailleerd te beschrijven, inclusief lesbische en homoseksuele relaties. Als ik me bij dit boek een Arabisch publiek voorstel krijg ik plaatsvervangend rode oren.

Opvallend is in alle drie de boeken de rol van de moeders. Mernissi heeft een schat van een moeder met een grote vrijheidsdrang, die reikhalzend uitziet naar de opheffing van de harem en haar dochter bewust opvoedt tot fierheid en zelfstandigheid. In De zoektocht is de verhouding complexer: Fouada ontdekt dat zij alles in haar leven alleen heeft gedaan terwille van haar moeders hooggespannen verwachtingen. Is het soms dit inzicht dat haar verlamt? Bij as-Sjaikh blijkt de sterke Tamr, die wordt voortgedreven door het voorbeeld van haar moeder, uiteindelijk het best te zijn opgewassen tegen 'de woestijn'. Als meisje had zij gezien hoe onverzettelijk haar enigszins getikte moeder haar weinige rechten verdedigde. Het portret van deze vrouw, een Turkse die als heel jong meisje door haar vader aan een sultan was geschonken, na gebruik al spoedig doorgegeven werd en het verder maar moest zien te rooien, is middel- én hoogtepunt in Vrouwen tussen hemel en zand.

Gelukkig hebben de Arabische vrouwen de simpele versie van feminisme afgeschud. Vroeger was vrouwenleed vrijwel altijd de schuld van de man; bij Saadawi bovendien nog van het kapitalisme. Nu wordt er ook in de ziel van de vrouw gekeken. Hoewel er nog genoeg misstanden aan de kaak te stellen zijn is er al ruimte voor liefdevolle beschrijving van wat er mooi was in de harem. De dringende boodschap van het Arabische feminisme kan - en dat is nieuw - ook een genot zijn om te lezen.