Der Mann im Dunkeln

Sir Basil Zaharoff (Mugla, Klein Azië 1849[?] - Monte Carlo 1937) is een vrijwel vergeten man. In de eerste dertig jaar van deze eeuw was hij de beroemdste of meest beruchte van alle geheimzinnige machtigen die achter de schermen aan de touwtjes trokken. Vriend van Lloyd George, Clemenceau, bijgenaamd le Tigre, Briand en Venizelos; nog voor de Eerste Wereldoorlog directeur van het Vickers wapenconcern, daarna eigenaar van speelzalen, banken en kranten, en last but not least degene die door deze levenswandel Menno ter Braak heeft geïnspireerd tot het schrijven van het toneelstuk De Pantserkrant. De legende wil dat hij met zijn kranten de belligerenten tegen elkaar opzette en dan beide partijen zijn wapens verkocht. Vast staat dat hij in de Balkanoorlog van 1912 en 1913 de Grieken heeft gesteund met een subsidie van vijf miljoen dollar. Der Mann im Dunkeln is de titel van zijn biografie, geschreven door R. Lewinsohn.

Voor het eerst na lange tijd dacht ik weer eens aan Sir Basil en Ter Braak, nadat ik een verslagje had gelezen over de internationale wapenbeurs in Brno, Slowakije. Het Partnerschap voor de Vrede is een mooi initiatief maar als er één plaats is waar Oost en West elkaar hebben gevonden dan is het op deze ijzermarkt. Een cultureel supplement is niet de plaats om uit te weiden over de technische verleidelijkheden van het aanbod, maar in het kort gezegd komt het erop neer dat in beginsel uitstekend moordtuig uit het Oosten nog wordt verbeterd door er sophisticated precisiegereedschap uit het Westen op te zetten. Dat wordt gedaan door goedkope Oosteuropese arbeidskrachten. Op die manier ontstaan de nieuwe spotkoopjes - tanks, houwitzers - waartegen geen regering nee kan zeggen.

Het pronkstuk van de wapenbeurs, las ik, is een tank van het model T-72, een Sovjet-ontwerp dat wordt gebouwd door twee Slowaakse fabrieken, en dan onweerstaanbaar gemaakt door twee Franse en een Britse onderneming. De Tsjechen van president Havel kunnen er ook wat van, maar de Slowaken zijn beter.

Daar zit weer een toneelstuk in, zou je denken. Wie is de nieuwe Sir Basil, wie de schrijver die daar een aanklacht in drie of vijf bedrijven van weet te fabrieken? Een moedige journalist wil bijvoorbeeld de mannen ontmaskeren die in Brno degenen zijn die in het duister blijven, maar zijn hoofdredacteur gooit het verhaal in de prullenbak: 'Wat moet er van de werkgelegenheid terecht komen als de Slowaakse arbeiders niet eens meer tanks kunnen bouwen? Heb jij weleens aan de gezinnen van die Franse en Britse ingenieurs gedacht? Wil je die hardwerkende mensen het brood uit de mond stoten? Wil jij het fascisme soms bevorderen? Denk eerst maar eens aan je eigen werkgelegenheid, zou ik zeggen! Ga maar eens een mooi voetbalverslag schrijven,' enzovoort. Ongeveer op deze manier is het al eens gedaan, door Ibsen in zijn Een vijand van het volk, maar zo'n gegeven kan altijd upgraded worden.

In april 1989, een half jaar voor het einde van de Koude Oorlog, zag ik in de Düsseldorfer Kunsthalle een overzichtstentoonstelling van het werk van Edward Kienholz uit de jaren tachtig. Het grootste mixed media werkstuk was daar de Ozymandias Parade, een bizar tafereel waarvan het centrum bestaat uit een geblinddoekte generaal op de rug van een skelet dat aangekleed is als een vrouw. Die wordt voorafgegaan door een achteruit lopende trompetter, en aan het hoofd van de stoet staat een steigerend paard met de ruiter ondersteboven aan zijn buik hangend. Er is nog veel meer te zien; dit zijn de hoofdzaken, uitgestald op het dek van een slagschip. De kunstenaar heeft zich laten inspireren door een paar regels uit een gedicht van Shelley:

My name is Ozymandias, king of kings:

Look on my works, ye Mighty and despair!

Nothing beside remains. Round the decay

Of that colossal wreck, boundless and bare

The lone and level sands stretch far away.

Toen ik deze parade goed had bekeken dacht ik, hoewel bewonderaar van Kienholz: nounou, het kan wel een beetje minder. Intussen is er veel gebeurd in de wereld. Nu, bij het lezen van het verslag over de levendige wapenbeurs in Brno, schoot me Ozymandias Parade tebinnen. Ik haalde de catalogus van Kienholz erbij, de grote uitvouwbare foto, en ik dacht: niks overdreven. Hij heeft gelijk.

P.S. In mijn stukje van 27 mei heb ik, als beschrijving van het weer opgebouwde Rotterdam, het woord 'welvaartsstad' gebruikt. Mijn bronvermelding is daarbij weggevallen. Welvaartsstad in wording is de titel van het proefschrift van Cor Wagenaar uit 1992; daaraan heb ik het ontleend.