De thuisblijvers

HOEWEL HET NOG wachten is op de echte uitslag, staat één ding vast: het is de dag van de thuisblijvers geworden. Niet meer dan één op de drie stemgerechtigden heeft gisteren in Nederland deelgenomen aan de verkiezingen voor het Europese Parlement. Daarmee is op niet mis te verstane wijze een oordeel uigesproken over de waarde die aan dit instituut wordt gehecht. De vierde rechtstreekse verkiezing van het Europarlement heeft in Nederland gezorgd voor een absoluut dieptepunt in de opkomst. Dat leidt tot de treurig stemmende conclusie dat dit parlement in plaats van gezag te verwerven alleen maar gezag verspeelt. En dat terwijl de bevoegdheden - zij het op bescheiden schaal - inmiddels zijn uitgebreid. Zo verkeren de nieuw gekozen Europarlementariërs straks in de paradoxale situatie met minder legitimatie over meer macht te beschikken.

Vanzelfsprekend beheerste de extreem lage opkomst bij de politieke leiders de toon van de reacties op de prognose van de uitslag. Dat laatste is overigens al een deel van het probleem. Hoe kan een kiezer warm lopen voor verkiezingen als hij nog drie dagen moet wachten op de officiële uitslag, omdat het overgrote deel van Europa pas aanstaande zondag stemt? En hoe zit het dan met dat Verenigde Europa als niet eens op één en dezelfde dag kan worden gestemd voor een parlement dat dan weer in Straatsburg en dan weer in Brussel vergadert? Het zijn juist al die kleine merkwaardigheden die het Europese Parlement mede zijn lage aanzien geven.

CONFORM DE GANGBARE diagnostiek is het verleidelijk de malaise-sfeer af te doen als een ernstig communicatieprobleem. Dat was ten minste de toon van nogal wat Eurokandidaten zoals die reeds voor de verkiezingen te horen was. Zij doen het zo goed, maar zij worden zo slecht begrepen. Toch is meer nodig dan uitleg. Eenmaal gekozen zijn Europarlementariërs in feite verloren voor Nederland. Maar zolang zij nog per land worden gekozen, zou hun aanwezigheid in eigen land moeten worden bevorderd. Het door alle grote partijen afgewezen dubbelmandaat waarbij parlementariërs èn in het nationale èn in het Europese Parlement zitting hebben zou een mogelijkheid zijn. Maar ook de laatstelijk bij de discussie over staatsrechtelijke vernieuwing opnieuw voorgestelde vorm van geïnstitutionaliseerd overleg tussen nationale parlementariërs en hun Nederlandse Europese collega's zou eindelijk eens serieus moeten worden overwogen.

Voor een grotere opkomst is vanzelfsprekend meer nodig. Zolang Europa nauwelijks in zichzelf gelooft is het moeilijk van kiezers te verwachten wel in het Europese Parlement te geloven. Wat dat betreft werken de Europese verkiezingen als een prima graadmeter. Vervolgens zijn er per land natuurlijk de verklarende omstandigheden. Voor Nederland was dat bijvoorbeeld het argument dat van kiezers nauwelijks kan worden verlangd driemaal in drie maanden naar de stembus te gaan. Dit probleem was voorzien, maar het heeft er in Nederland desondanks niet toe geleid verkiezingen samen te voegen. Zoals Nederland zich ook niet wil binden aan de voor Europa gangbare verkiezingsdag. Ongetwijfeld heeft verkiezingsmoeheid een rol gespeeld, maar aan de andere kant, als de kiezer weet dat zijn stem werkelijk van belang is, is de gang naar de stembus ook weer niet zo'n opgave. Alle politici zijn geschrokken van de uitkomst. Een schrik die eveneens in 1989 viel waar te nemen toen de opkomst voor het eerst onder de vijftig procent daalde. Schrikken alleen is echter niet voldoende.

VOOR DE NEDERLANDSE verhoudingen is de uitslag op basis van de prognoses weinig zeggend hoewel niet zonder betekenis. Zonder meer is het voor het CDA psychologisch van groot belang dat de partij na de dramatische nederlaag bij de Tweede-Kamerverkiezingen van vorige maand nu weer de grootste is. Maar de opkomst heeft het beeld aanzienlijk vertekend. Het is dan ook veel te vroeg om te constateren dat het CDA de opgaande lijn weer te pakken heeft. Evenzeer van psychologisch belang is de uitslag voor PvdA, VVD en D66, de partijen die momenteel onderhandelen over een paars regeerakkoord. Had de PvdA- of VVD-achterban een afkeurend signaal willen geven over dit voor Nederlandse begrippen voorgenomen unieke huwelijk dan was er gisteren anders gestemd. De kiezer heeft via de Europese omweg gesproken. Paars mag verder.