Britse Tories rekenen op een rampzalige uitslag

LONDEN, 10 JUNI. De Britse Conservatieve Partij bereidt zich voor op een rampzalige uitslag van de Europese verkiezingen. De kiezers bleven gisteren massaal weg van de stembureaus. Ze gaven de partij in een tussentijdse verkiezing in Eastleigh (Hamsphire) zo'n pak slaag dat de Tories hun “veilige” parlementszetel verloren en terugvielen naar de derde plaats.

Voorlopige peilingen - er wordt pas echt komende zondag geteld - duiden op zo'n gebrek aan animo voor de verkiezing van 84 Britse Europarlementariërs dat de Tories moeten rekenen op verlies van zeker tweederde van hun huidige 32 zetels in het Europese Parlement. Een uitslag van tien zetels of minder ondermijnt de positie van John Major mogelijk definitief.

Kiezers in Groot-Brittannië lijken hun traditionele gebrek aan enthousiasme voor Europese verkiezingen (opkomst in 1989 36 procent) gisteren opnieuw te hebben gedemonstreerd. In de Republiek Ierland, waar in 1989 nationale en Europese verkiezingen samenvielen, nam de animo van vijf jaar geleden dit keer met een geschatte 20 procent af tot onder de 50 procent opkomst. Politieke leiders daar signaleren “apathie” ten aanzien van Europa, gepaard gaand met een gebrek aan behoefte om zich op nationaal gebied tegen een vast in het zadel zittende regeringscoalitie te keren.

In tussentijdse verkiezingen voor vijf vrijgekomen parlementszetels, behield Labour met telkens een vergrote voorsprong een zetel in de Midlands (Bradford-South) en drie zetels in voorsteden van Londen (Dagenham, Barking en Newham). In twee van deze districten werden de Tories derde. Maar de grootste vernedering voor de partij van Major kwam uit Eastleigh, de zetel van Steven Melligan, de Tory-parlementariër die eerder dit jaar tengevolge van wurgseks om het leven kwam. Een Conservatieve voorsprong van 17.000 stemmen veranderde in dit district in een voorsprong van ruim 6.000 voor de Liberale Democraten, een nog rampzaliger uitslag dan algemeen was verwacht. Labour bewees verrassend zijn nieuw gevonden aantrekkelijkheid voor kiezers in het zuiden van Engeland, bij traditie Tory-terrein, door in Eastleigh zelfs nog vóór de Conservatieven te eindigen.

In het Lagerhuis heeft John Majors partij nu nog een meerderheid van 15 zetels (was 21 bij de algemene verkiezingen van april 1992). Dat maakt hem extra kwetsbaar in zijn presideren over een partij die zo gespleten is over Europa. Als de Europese verkiezingen zo rampzalig voor hem aflopen als voorspeld (en The Times heeft vanmorgen een prognose waarbij de Tories mogelijk maar 4 zetels overhouden), dan is het zeker dat pro- en anti-Europeanen in algehele paniek de voorgeschreven partijharmonie vergeten en nog vóór het zomerreces pressie gaan uitoefenen in de door hen gewenste richting.

De gevolgen daarvan zijn, bij ontstentenis van een opvolger die beide vleugels van de partij onder zich kan verenigen, niet te voorspellen. Wel is duidelijk dat de pro-Europeanen in de partij zich niet langer de mond zullen laten snoeren en de anti's - inclusief de premier die hen in de campagne naar de mond heeft gepraat - de schuld zullen geven van het verlies.

Een onderliggende reden tot paniek is vanochtend al het feit dat niet alleen de Liberaal Democratische Partij, maar nu ook Labour toenemend aantrekkelijk lijkt voor de zuidelijke kiezer. Gemiddeld genomen was er gisteren in de vijf tussentijdse verkiezingen voor een parlementszetel een verlegging van voorkeur naar Labour van procent. Dat effect heeft deels te maken met de golf van sympathie die er naar de partij uitging na de dood van haar leider, John Smith.

Major hoopt dat de aandacht nu van hem en zijn beleid afgeleid zal worden, omdat vandaag de kandidaatstelling bij Labour voor Smith's opvolger begint. Over de keuze daarvan moeten 4 miljoen Labour-leden zich uiteindelijk op 21 juli uitspreken. De gedoodverfde kroonprins is de jeugdige vernieuwer Tony Blair, maar andere kandidaten worden geacht te zijn de traditionalistische John Prescott en de van ultra-links afkomstige plaatsvervangend partijleider, Margaret Beckett.