Besturen gaat het CDA beter af dan ideologiseren

DEN HAAG, 10 JUNI. Meer dan vijf weken staat het CDA nu aan de zijlijn van de Nederlandse politiek en dat bevalt slecht. Wie aan de vooravond van de eerste partijbijeenkomst sinds de verkiezingen, morgen in Utrecht, leden vraagt naar de staat van de christen-democratie stuit op somberte. “De mensen zijn moe. De sfeer in het CDA is mat”, zei waarnemend partijvoorzitter T. Lodders.

De voorspelde overwinning van de christen-democraten bij de Europese Verkiezingen mag dan als een kleine morele oppepper gelden, dat betekent niet dat de toekomst voor de partij er ineens zonniger uitziet. 'Paars', de coalitie die door fractievoorzitter Brinkman zelf aan de Koningin is geadviseerd, beheerst het politieke toneel, maar belangrijker nog: de partij kampt nog steeds met een leiderschapsprobleem.

Fractievoorzitter L.C. Brinkman heeft tot nog toe niet weten te imponeren. Diverse fractieleden melden dat hij slechts langzaam ontwaakt uit de verdoving die de verkiezingsnederlaag en het vertrek van zijn rechterhand, voorlichter F. Wester, hebben veroorzaakt. Tijdens de campagne van de Europese verkiezingen was Brinkman onzichtbaar. Daarnaast lieten regio-voorzitters weten tot nog toe een “adequate menselijke reactie op de verkiezingsuitslag” te hebben gemist.

Maar het gemis aan krachtig leiderschap doet zich vooral voelen na het vertrek van Lubbers. Ook het aftreden van CDA-coryfee E. Hirsch Ballin na een motie van de oppositie in het IRT-debat, kwam het gezag van de fractievoorzitter niet ten goede. Die motie werd aangenomen, onder meer doordat veel CDA-fractieleden op het moment van de stemming afwezig waren. Diezelfde fractie is er tot op heden niet in geslaagd een reactie te formuleren op het belangrijke rapport-Donner over het functioneren van het Openbaar Ministerie.

De fractie hoopt nog op een wending ten goede. Gewezen wordt op de eerste jaren van het kabinet Lubbers/Kok toen Brinkman ontspannen leiding gaf aan de fractie en als kroonprins het kabinet keer op keer wist te tarten. Over de climax van deze confrontaties, het zogeheten 'bami-akkoord' van Bergschenhoek waarin het kabinet besloot de bestaande WAO-gevallen niet te korten en Brinkman pas op het laatste moment het hoofd boog voor Lubbers, zei het Kamerlid H. Hillen onlangs: “Brinkman had toen het conflict moeten doorzetten. Net als die jonge baviaan die eerst de oude leider moet wegwerken voordat hij zelf aanvoerder kan worden.”

De roep om leiderschap heeft nog een andere achtergrond. De partij zit nog steeds zonder voorzitter na het gedwongen aftreden, begin dit jaar, van W. van Velzen. De voordracht voor een nieuwe voorzitter zou oorspronkelijk morgen plaatsvinden, maar is door alle moeilijkheden van het laatste half jaar uitgesteld tot de herfst. Het naar voren schuiven van het oud-Kamerlid G. Koffeman, gisteren door de Utrechtse afdeling, zegt meer over het ongeduld in de partijgelederen over het uitblijven van de vervulling van de vacature, dan over de kansen van de protestantse oud-politieman.

Het relatieve belang van het partijvoorzitterschap is toegenomen nu het straks de partij aan een minister-president annex partijleider ontbreekt. De - katholieke - namen die de laatste tijd de ronde doen, zijn dan ook niet de geringste: naast die van oud-minister Braks en wetenschappelijke directeur J. van Gennip, circuleren die van oud-premier en huidig EG-ambassadeur A. van Agt en EG-commissaris H. van den Broek. Het mandaat van de huidige functies van de twee laatsten loopt binnenkort af. Beiden voldoen aan één van de belangrijkste voorwaarden van de profielschets, het bezit van enig charisma, maar dat levert tevens een probleem op. Daarmee zouden ze politiek leider Brinkman in de schaduw kunnen stellen.

Minder acuut dan het leiderschapsprobleem, maar daarom niet minder belangrijk, is de vraag naar de koers van de partij. Een commissie onder leiding van oud-bewindsvrouw Gardeniers moet deze maand de vraag beantwoorden hoe weggelopen boeren, bejaarden en jongeren teruggehaald kunnen worden naar een partij die wellicht in de oppositie terechtkomt.

In de periode dat het onderzoek-Gardeniers van start ging, voerde het Nationaal Toneel in den Haag De Perzen op, gebaseerd op de Griekse tragedie van Aischylos. CDA-leden die de voorstelling bezochten viel de gelijkenis op tussen de problemen van de Perzische koning en van hun partij. In de interpretatie van regisseur H. Croiset hielde alleen oorlogen en overwinningen het Perzisch rijk bij elkaar. Na de verpletterende nederlaag bij Salamis tegen de Grieken ging alles wat maar denkbaar was mis voor de Perzische koning.

Ook het CDA loopt het gevaar door middelpuntvliedende krachten getroffen te worden nu de partij moet aangeven waarvoor ze staat, behalve voor macht. Ideologische discussies over 'herstelde verantwoordelijkheid' waren interessant, maar werden, als het puntje bij het paaltje kwam, door iedereen verschillend geinterpreteerd. In een kritisch proefschrift twee jaar geleden, constateerde prof.dr. J.P Balkenende, buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit en lid van het Wetenschappelijk Instituut, dat twee kabinetten Lubbers nauwelijks iets van de beginselen van het CDA in de praktijk hebben gebracht. Besturen ging de partij beter af dan ideologiseren.

Daar komt nog bij dat de bodem waaruit het debat moet opbloeien, in snel tempo aan het verschralen is. Van oudsher leverden aan de christen-democratie gelieerde organisaties in het onderwijs, de gezondheidszorg en de vakbeweging, inspiratie. Wetenschappelijk directeur J. Van Gennip wees er in het laatste nummer van Christen-Democratische Verkenningen echter op dat een aantal van deze organisaties midden in fusie-besprekingen (het NCW met het VNO, het NCOV met het KNOV) zit en daardoor dreigt te veralgemeniseren.

Ook de vakcentrale CNV wordt steeds minder een bondgenoot van het CDA. Voorzitter A. Westerlaken was altijd al veel minder een trouwe partijganger van het CDA dan zijn voorganger H. Hofstede en stemde bij de Tweede Kamerverkiezingen, naar verluidt, GroenLinks. Ook heeft het CNV interesse getoond in het potentiële regeerprogramma van 'paars'. De coalitie van PvdA, D66 en CDA wil weliswaar de rol van de sociale partners bij de uitvoering van de sociale zekerheid verkleinen, maar hun taak op het gebied van het bijverzekeren van risico's bij ziekte of arbeidsongeschiktheid zou echter belangrijker kunnen worden.

Al met al is de vraag of er ooit een heus koersdebat in het CDA zal ontstaan. De partij lijkt er alleen mee te kunnen verliezen. De nadruk in het rapport-Gardeniers zal meer komen te liggen op praktische maatregelen, zo valt te beluisteren. Daarbij zal onder meer de rol van Kamerleden de nodige aandacht krijgen. Zij zouden zich meer moeten gedragen als echte volksvertegenwoordigers die meer het land intrekken en zich minder op wetgeving en commissies storten. Zelfs de theoretisch ingestelde Hirsch Ballin, na zijn aftreden als minister 'gewoon' Tweede Kamerlid, heeft toegezegd zijn fractie de komende jaren te willen dienen om deze uitdaging tot een succes te maken.