Belgische ketelmuziek?

Terwijl een buitenstaander zich afvraagt of klompendiplomatie en verongelijktheid - een in Nederland niet ongewone combinatie - wel de juiste methoden zijn om de kansen van premier Lubbers op het voorzitterschap van de Europese Commissie te bevorderen, vindt minister Maij-Weggen, die toch wel een insider genoemd mag worden, dat de kandidaat het nòg heel anders had moeten aanpakken.

In een interview met Het Parool (7 juni) zegt ze: “Ik zou naar Kohl en Mitterrand zijn gestapt met de vraag: verdraaid nog-an toe, wat mankeert er aan onze Lubbers?” Nu, daar zouden Kohl en Lubbers van onder de indruk zijn gekomen! Dat Lubbers zelf niet op dat idee is gekomen! Iemand lekker de waarheid zeggen doet in het internationale verkeer, zoals we weten, wonderen.

Maar gekheid terzijde. Leren wij Nederlanders het dan nooit? Hebben de mislukkingen van de kandidaturen-Ruding en van de Amsterdamse gooi naar de Olympische Spelen ons nog steeds niet wijzer gemaakt? (Overigens dekt Maij-Weggen zich al in tegen een eventuele mislukking van de kandidatuur-Lubbers: de pers wordt van deloyaliteit beschuldigd. Onze vrouwelijke Richard Nixon.)

Nee, dan doen de Belgen het beter. Het is wel een Nederlandse usance op hen neer te kijken - onlangs betichtte Maij-Weggen Tindemans van 'Belgische ketelmuziek', omdat hij zjn landgenoot Dehaene steunde (voor hem geldt het gebod van loyaliteit blijkbaar niet) -, maar hoeveel subtieler spelen zij dit spel! Bij de kandidatuur van Dehaene is juist van het omgekeerde van ketelmuziek sprake. Er is nog niet eens zo'n kandidatuur, en hij is al bijna binnen.

Het verschil tussen Nederlandse en Belgische diplomatie is al oud. Al in de negentiende eeuw, toen beide landen neutraal waren, stak de tweede gunstig af bij de eerste, zoals een studie van de Utrechtse historicus prof. J.C. Boogman in 1961 aantoonde. (Let wel: dit is niet zozeer de schuld van onze diplomaten als wel van onze politici, die denken het wel alleen af te kunnen.)

Op een déconfiture als die van 'zwarte maandag' 30 september 1991, toen een Nederlands plan voor een Europese Unie door alle Europese partners (behalve het loyale België!) van de tafel geveegd werd, zouden de Belgen het nooit hebben laten aankomen. Montesquieus stelregel: Het betere is de doodsvijand van het goede, stuit bij ons nog steeds op dovemans oren.

En dat terwijl beide landen in een soortgelijke positie verkeren. België heeft niet minder reden dan Nederland te klagen over een Frans-Duits dictaat in Europa, maar het doet dit minder luid en zeker niet in interviews in de Financial Times.

Nederlanders denken vaak dat de Belgen - en zeker de Franstalige Belgen - niets liever willen dan bij Frankrijk in het gevlij te komen, maar lezing van de memoires van Paul-Henri Spaak, zelf Franstalig, zou al voldoende moeten zijn om hen van het tegendeel te overtuigen. Al sinds zijn onafhankelijkheid is België zich ervan bewust doelwit te zijn van Frans expansionisme, vroeger territoriaal, nu economisch.

Zeker, om binnenlands-politieke redenen kan de Belgische politiek zich nooit helemaal op de Nederlandse aligneren, als ze dat al zou willen. De angst van de Franstaligen opgesloten te worden in een blok van twintig miljoen Nederlandstaligen is groot. Maar dat wil nog niet zeggen dat alignement op Frankrijk voor hen het alternatief is.

In een interessante notitie bepleit oud-ambassadeur Pierre van Haute (Franstalig) dat België zich op gelijke afstand houdt van Engeland, Frankrijk en Duitsland (Engeland had hij rustig weg kunnen laten, want dat voert helaas geen actieve politiek in Europa meer). Hij noemt dit een bijzondere vorm van 'actieve neutraliteit' - welteverstaan binnen Europese Unie, Westeuropese Unie en NAVO.

Inderdaad heeft België een traditie van actieve neutraliteit, zoals duidelijk blijkt uit de bovengenoemde studie van Boogman, een neutraliteit die bijzonder afstak bij de passieve neutraliteit van Nederland. En wie gechoqueerd mocht zijn door een pleidooi voor neutraliteit in deze tijd: Nederlands volledige overgave aan NAVO en EU is ook wel eens als een schijngestalte van neutraliteit uitgelegd, omdat zij ons van de plicht ontsloeg zelf na te denken over onze internationale toekomst.

In feite is Van Hautes notitie één waarschuwing tegen Franse pogingen 'België in zijn orbit mee te slepen'. Dit zou gebeuren via investeringen, pers, televisie, cultuur - 'met als gevolg dat wij - zonder ons er zelf van bewust te zijn - ons steeds meer op de posities van Parijs aligneren'. Komend van een Franstalige diplomaat een interessant geluid.

Interessant is ook het citaat dat hij geeft uit een rede die premier Balladur in september voor Franse ambassadeurs heeft gehouden, waarin hij zei dat het erom ging ook in Europa 'onze identiteit en onze belangen, en bijgevolg die van het hele (Europese) continent, te bevorderen'. Let op dit bijgevolg. Balladur sprak niet over Europa's belangen en identiteit en dus die van Frankrijk; neen, hij sprak van Frankrijks identiteit en belangen en dus die van Europa.

Maar hoe klopt die Belgische waarschuwing voor Frankrijk met de non-kandidatuur van de Nederlandstalige Dehaene, die door Frankrijk en Duitsland gepousseerd wordt? Welnu, dit lijkt bij uitstek een voorbeeld van Belgische equidistantie ten opzichte van Frankrijk en Duitsland. De Belgische belangen worden ermee gediend - als men het althans een Belgisch belang wil noemen dat Dehaene voorzitter van de Europese Commissie wordt. In elk geval hebben de Belgen het tot dusver knap gespeeld.

Erratum. In mijn vorige stukje (7 juni) deed ik o.a. verslag van een bezoek aan de nieuwe vleugel van het Louvre. Er stond: 'Het ene meesterwerk na het andere natuurlijk, maar je vraagt je af of door die kwaliteit een museum niet zijn doel voorbijschiet. Je wordt er doodmoe van...' Door kwaliteit schiet een museum nooit zijn doel voorbij, wèl door kwantiteit; van kwaliteit word ik niet doodmoe, wèl van kwantiteit. Ik had dan ook geschreven: kwantiteit, maar er is kwaliteit van gemaakt.