Begemann zet bestuurders van Holec op non-actief

ROTTERDAM, 10 JUNI. H. Rost van Tonningen en P. Dénis, bestuurders van het elektrotechnische bedrijf Holec, zijn plotseling door het moederbedrijf, Koninklijke Begemann, op non-actief gezet.

Begemann heeft vanochtend laten weten “het beter te vinden een ingrijpende herstructurering en reorganisatie bij Holec in handen te geven van nieuwe besturders. Begemann wil over 4 à 6 weken bekendmaken hoeveel banenverlies met de reorganisatie gepaard zal gaan.”

Th. Katerberg, bestuurder van de Industrie- en Voedingsbond CNV, schat desgevraagd dat “er wel eens honderden banen” bij Holec kunnen vervallen. Bij het bedrijf, gevestigd in Amersfoort en Hengelo, werken in totaal 2600 mensen.

Rost van Tonningen zei vanmorgen volledig verrast te zijn door zijn ontslag, “hoewel er het nodige aan vooraf ging”. Hij wil niet ingaan op de redenen. Hij zegt dat hij zelf het initiatief heeft genomen voor een reorganisatie. Met zijn medebestuurder Dénis haalde Rost van Tonningen organisatie-adviesbureau KPMG binnen.

Nu is door Begemann-president J.A.J. van den Nieuwenhuyzen KPMG-onderzoeker J. Sinoo aangewezen als nieuwe grote man van Holec. Hij moet samen met A. Nientker, een voormalig directeur bij United Bus en Fokker die een paar maanden geleden door Rost en Dénis bij Holec was benoemd, het bedrijf gaan leiden.

Dénis en Rost van Tonningen zijn destijds benoemd door Van den Nieuwenhuyzen zelf. Volgens de vakbonden zijn de twee opgestapt omdat zij niet zo diep in de organisatie wilde snijden als de concernleiding.

Holec moet inkrimpen omdat de bedrijfsresultaten fors onder druk zijn gekomen. De vroegere 'motor' van het Begemann-concern boekte vorig jaar een negatief netto resultaat, zo heeft Van den Nieuwenhuyzen toegegeven. Het bedrijf verstrekt officieel alleen bedrijfsresultaten. Die lieten vorig jaar nog een plus zien van 4,4 miljoen gulden. Over 1992 kon Holec echter ruim 25 miljoen gulden bedrijfsresultaat laten zien. Volgens het jaarverslag was de belangrijkstee oorzaak de trage en kostbare ontwikkeling bij een aantal buitenlandse vestigingen.