Bataljon blauwhelmen past in een lange Zwitserse traditie

GENÈVE, 10 JUNI. “Waar zijn mijn Zwitsers?”, luidde tijdens de Tachtigjarige Oorlog in de lage landen de noodkreet van 'stedendwinger' Frederik Hendrik. In vroegere eeuwen waren Zwitserse huurlingen op alle Europese strijdtonelen te vinden, alom geroemd om hun dapperheid en vechtlust - hoewel soldij en oorlogsbuit ongetwijfeld ook een belangrijke rol speelden. Van die eeuwenoude traditie rest nog maar één rudimentair overblijfsel: de Zwitserse Garde bij het Vaticaan, nog steeds samengesteld uit zorgvuldig geselecteerde (en uiteraard zeer katholieke) jongemannen uit het land van Wilhelm Tell.

Er bestaat een redelijke kans dat de vertwijfelde oproep van stadhouder Frederik Hendrik binnenkort in een moderne variant wordt herhaald door secretaris-generaal Boutros Ghali van de Verenigde Naties. Zondag vindt in Zwitserland een volkstemming plaats over het voorstel van de regering in Bern om een 600 man sterk elitebataljon 'blauwhelmen', geheel samengesteld uit vrijwilligers, ter beschikking te stellen van de VN - ook al is Zwitserland geen lid van de volkenorganisatie (in 1986 zei een overgrote meerderheid van de bevolking 'nee' tegen het lidmaatschap).

Volgens de laatste opiniepeilingen hebben de voorstanders van een Zwitsers vredesbataljon een lichte voorsprong op de tegenstanders, maar bijna een vijfde van de kiezers had zijn mening nog niet definitief gevormd; verrassingen zijn dus niet uitgesloten.

Het verzet tegen de plannen van de federale regering komt traditiegetrouw uit de Zwitserse 'oerkantons', als Uri, Schwyz en Unterwalden, terwijl in de meer internationaal georiënteerde regio's als Bazel, Zürich en de Franstalige kantons Neuchâtel, Vaud en Genève de voorstanders in de meerderheid zijn.

Maar het gaat niet alleen om regionale verschillen: op het spel staat ook de positie van de federale regering tegenover de kantons. Eind 1992 leed Bern al een gevoelige nederlaag toen het electoraat de door de regering voorgestelde aansluiting bij de Europese Economische Ruimte (EER) van de hand wees. Wat dat betreft staan de meer conservatieve Zwitsers ook nu weer klaar om Bern een lesje te leren in volksdemocratie.

Zelden heeft een referendum zoveel commotie in het overigens zo rustige Zwitserland veroorzaakt. In de publiciteit zijn niet alleen rationele argumenten pro en contra aangevoerd, er is ook op de man gespeeld en soms fors onder de gordel geslagen. Vooral de federale ministers Kaspar Villiger (defensie) en Flavio Cotti (buitenlandse zaken), de indieners van het wetsvoorstel voor de 'blauwhelmen', moeten het ontgelden in de tegencampagne, geleid door de conservatieve politicus Christoph Blocher (Zwitserse Volkspartij, SVP) en de invloedrijke Karl Schweri, directeur van de supermarktketen 'Denner'.

Volgens Blocher en Schweri ondergraaft de regering met het instellen van een eenheid 'blauwhelmen' het beginsel van 'gewapende neutraliteit', zoals dat is vastgelegd in de Zwitserse grondwet. De VN zijn niet neutraal, aldus het duo, en de honderd miljoen frank (132 miljoen gulden) die het bataljon jaarlijks zou moeten gaan kosten, zouden beter besteed kunnen worden aan het veiligstellen van de sociale voorzieningen of aan het Internationale Rode Kruis kunnen worden geschonken.

Minister Villiger heeft beklemtoond dat een Zwitsers VN-bataljon uitsluitend zal worden ingezet bij vredeshandhaving (peace keeping) en niet bij vrede afdwingende operaties (peace enforcement). Ook behoudt de regering zich het recht voor om het bataljon uit gevaarlijke situaties terug te trekken. “Het bataljon zou bijvoorbeeld op dit moment niet naar Somalië of Bosnië worden gestuurd,” zo zei Villiger in een recent vraaggesprek.

'Denner-Schweri' betaalde uit eigen zak paginagrote advertenties in de Duitstalige pers waarin hij de regering verwijt de traditionele Zwitserse waarden te verkwanselen. Het comité 'Voor een vreedzaam Zwitserland - tegen blauwhelmen' (waarin naast de SVP ook de andere conservatieve partijen zijn vertegenwoordigd) liet tientallen annonces verschijnen. In een daarvan ziet men een half in het zand verzonken identiteitsplaatje van een Zwitserse soldaat met enkele grafkruizen op de achtergrond.

Maar ook de voorstanders van een Zwitsers bataljon 'blauwhelmen' weten van wanten. “Uw campagnes, afgevaardigde Blocher en meneer Schweri, zijn een schande”, verkondigde deze week een voorstander paginagroot in de gezaghebbende Neue Zürcher Zeitung. “Een trotse en open natie wordt tot een volk van lafaards, onderkruipers en profiteurs”, en: “De Zwitserse burgers zullen ons deze smaad sparen. Blauwhelmen Ja”.

“Er wordt met grof geschut op de bevolking ingewerkt”, aldus het parlementslid van de SVP Nisbeth Fehr, tevens een van de woordvoerders van het comité tegen de 'blauwhelmen'. “Dit is absoluut de felste strijd ooit over een volksstemming gevoerd en de atmosfeer in het land is er behoorlijk door vergiftigd.”

Mocht het Zwitserse bataljon er komen, dan zal het twee opvallende kenmerken hebben. De manschappen dragen dan op de linkermouw het VN-embleem (terwijl, zoals gezegd, Zwitserland geen lid is van de organisatie) en zij zullen veruit de best betaalde blauwhelmen ter wereld zijn: Bern wil zijn 'vredessoldaten' een jaarlijkse wedde van omgerekend ruim 100.000 gulden de man toekennen. Dat laatste verklaart wellicht waarom zich nu al duizenden vrijwilligers voor het nog niet bestaande bataljon hebben aangemeld.