ASKO

In zijn stuk 'De klanken van een topsporter' (CS 27 mei) veronderstelt Louis Andriessen na de enigzins retorische aanhef 'Wie weet nog dat ASKO staat voor Amsterdams Studenten Kamer Orkest' dat dit orkest “een slaperig en waarschijnlijk zeer conformistisch strijkje uit de oudheid was dat in de jaren zestig in een razend tempo door mensen als Jan Vriend (-) werd omgevormd tot wat nu een van de meest toonaangevende ensembles voor nieuwe muziek is in Nederland en daarbuiten.” Dit is een roerende veronderstelling, maar de werkelijke ontstaansgeschiedenis van het ASKO is gelukkig heel wat minder oubollig.

Aangezien ik het als voormalig orkest- en bestuurslid van het ASKO zou betreuren dat deze mythe een eigen leven ging leiden, lijkt het me zinvol om, in ieder geval voor Louis Andriessen, aan de vergetelheid te ontrukken dat het orkest in 1965 is opgericht door de student geschiedenis Peter de Buck, juist als reactie op de destijds gangbare amateur-muziekcultuur en met de uitdrukkelijke bedoeling eigentijdse, althans twintigste-eeuwse muziek te spelen. De eerste dirigent van het orkest was Jan Vriend. Zijn inspirerende leiding en het enthousiasme van de (amateur) orkestleden hebben de basis gelegd waarop het in de loop van de tijd steeds professioneler wordende ASKO kon uitgroeien tot het toonaangevende ensemble dat het nu is.