Zender in Stasi-museum blijft storen

Wie zich in de DDR ten opzichte van de staat onwelgevallig gedroeg, kwam er na verloop van tijd achter dat zijn leven door onzichtbare hand werd beïnvloed. De hand die daar achter zat was die van de Stasi, het ministerie van staatsveiligheid. De Stasi was het 'schild en zwaard van de SED' en droeg door middel van flächendeckende Überwachung en onderdrukking zorg voor de politieke stabiliteit in de DDR, dat wil zeggen het machtsbehoud van de partij.

Kosten noch moeite werden daarvoor gespaard. Met een begroting van ruim vier miljard mark per jaar werden onder verantwoordelijkheid van de minister, generaal Erich Mielke, bijna 200 kilometer dossiers vol gesnuffel over zo'n 6 miljoen mensen bijeengebracht. Rapporten, in een stugge volksdemocratische ambtenarentaal geschreven, die soms werden aangevuld met geurmonsters van bespioneerde verdachten: ontvreemde zakdoeken en onderbroeken in weckpotten geconserveerd.

De overheid draagt zorg voor het beheer van de dossiers en huurt daartoe van de stad Berlijn enkele gebouwen in het voormalige ministerie aan de Normannenstrasse in Oost-Berlijn. Dit Stasi-bolwerk bestond uit 23 gebouwen met talloze voorzieningen. Terwijl de andere gebouwen verhuurd zijn aan de spoorwegen en het café en het ziekenhuis nu een publieke functie hebben, bevindt zich in gebouw 1, ooit het 'commando-centrum' van het ministerie, nu een Stasi-museum.

Het museum wordt beheerd door voormalige DDR-burgers, die zich verenigd hebben in de Antistalinistische Aktion Berlin-Normannenstrasse e.V. (ASTAK). De stad Berlijn wil dat de ASTAK per 1 juli aanstaande 30 DM/m huur per maand voor het drie verdiepingen tellende onderkomen gaat betalen. De ASTAK wordt met dit voornemen in haar voortbestaan bedreigd, omdat de vereniging moet rondkomen van giften en toegangsgelden. Daarmee kan ze al nauwelijks de normale onkosten van telefoon en energie betalen.

Achim Jurk, een van de dertien mensen die in het kader van de Arbeidsbeschaffungsmassnahme twee dagen per week als suppoost in het museum werkt, ziet de toekomst van het museum niet somber in. “De deelgemeente Lichtenberg, waarin de Oostduitsers het voor het zeggen hebben, zal het voornemen van de stad tegenwerken. Daarvoor zijn ze nog te veel Genossen, die de omgang met het DDR-verleden zelf in de hand willen houden.”

Welke middelen de Stasi gebruikte om het leven in de DDR te controleren, is te zien op de derde verdieping. Richtmicrofoons en verborgen (infrarood)camera's in boomstronken, gieters, vogelhuisjes en deuren van Trabantjes stonden de agenten ter beschikking in hun streven de stabiliteit te handhaven. 'Alle Macht dient dem Wohl des Volkes' heette dat toen. Toch zit de schrik er bij menig ASTAK-medewerker nog goed in.

“Sommige collega's durven nog steeds niet 's avonds alleen door het gebouw te lopen”, zegt Jurk. “Er was een keer brand. We dachten direct dat het was aangestoken, totdat bleek dat er kortsluiting was geweest.” Niettemin kreeg het museum in oktober 1993 bezoek van indringers die in de hal een spoor van vernieling achterlieten, 'Schweine' riepen en spoorloos verdwenen. Jurk weet niet of het oud-Stasi-leden waren die dat deden, maar bang voor herhaling is hij niet. Het werkelijke gevaar komt volgens hem vooral van bezoekers die het hebben gemunt op de curiosa waarmee de machthebbers uit de DDR zichzelf fêteerden.

Jurk bewaakt de twee kamers die tot de nok toe zijn gevuld met de creativiteit van zelfverheerlijking. Een marmeren presse-papier ter gelegenheid van de voltooiing van de markering aan de Duits-Duitse grens in 1975, borden van Meissner porselein en koperen schilden ter gelegenheid van wat er maar voor de Stasi te vieren viel: van een lustrum tot een kampioenschap van Dynamo Berlin. Op een ezel staat het monstrum van de collectie: een geëmailleerd portret van Erich Mielke, een geschenk van de KGB ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de generaal-minister.

Daarnaast hangen in een vitrine twee generaalsuniformen. Volgens Jurk zijn ze niet van Mielke geweest. “Deze zijn maat 40, ze zouden hem veel te groot zijn geweest”, zegt Jurk.

Er staan verder veel bustes van Feliks Djerzinski, de grondlegger van de NKVD, de Russische geheime dienst. Mielke's Stasi is daar naar opgezet. “Laatst vroeg iemand of de bronzen buste van Djerzinski die hier stond te koop was”, vertelt Jurk. “Ik zei: 'Nee'. Aan het eind van de dag was de buste verdwenen.”

Een verdieping lager is het Funktionalbereich van de voormalige minister, het kantoor waar hij 32 jaar lang het zogeheten politisch-operative beleid bepaalde. Mielke, die vrijwel niemand vertrouwde, heeft, sinds hij in 1957 minister werd, uit angst om afgeluisterd te worden nooit iets aan zijn kamers veranderd. Er viel echter niets af te luisteren: alle telefoonverbindingen waren gecodeerd en zelfs een binnengesmokkelde microfoon zou door een technisch foefje geen schijn van kans hebben gehad, vertelt Jurk. “Afgelopen december was de in 1975 naar de Bondsrepubliek overgelopen topspion Werner Stiller hier voor opnamen van een documentaire van de ZDF. Toen Stiller zijn verhaal wilde doen had de geluidsman last van storingen: hij hoorde vage muziek en Stillers stem vervaagde zodanig dat deze onverstaanbaar werd.”

De vertrekken ademen een sfeer van gewichtigheid: het secretariaat, de kamers voor evaluatie, informatie, documentatie en conferenties zijn volgepropt met tafels, stoelen, telefoons en wandkasten met daarin feuerfeste brandkasten. Er moet een hoop vergaderd zijn. “Alleen een evenwichtig en blij strijder heeft de moed om zijn eigen bestaan en dat van zijn volk te verdedigen.” Zo wordt in een lijst Wilhelm Pieck, de eerste president van de DDR, treffend geciteerd.

In het secretariaat staan een elektronische Robotron schrijfmachine en een oermodel fax. De deur naar de ministerskamer staat open. Op het bureau staat verder een telefooncentrale met 50 voorkeurknoppen en een standaardschijf met het nummer van de Volkspolizei: 115. Mielke zelf was via de groene knop te bereiken. De lijn is dood: geen enkel toestel in Mielke's kamer geeft gehoor.

Door het vele neonlicht in de kamer van de minister valt op dat de tafels dezelfde kleur hebben als het parket en de kasten. Tegenover het bureau van Mielke staat een klein dressoir met een bakelieten radio en een antieke bandrecorder er in. Er is geen franje te bekennen, alleen op het bureau ligt een gipsen afgietsel van het dodenmasker van Lenin. In zijn brandkast, zo gaat het verhaal, zou hij een rode koffer met compromitterend materiaal over Honecker hebben bewaard. Op die manier was hij machtiger dan de eerste man van de staat en kon hij zo lang als minister aanblijven.

Achter Mielke's werkkamer ligt het Individualbereich van de minister met een slaap- en een badkamer. Mielke, die nu in West-Berlijn in de gevangenis zit, lijkt geen ontspannen natuur te hebben. Op een video is te zien dat hij, evenals de andere leden van het Politburo te midden van een berg geschoten wild, met een strak gezicht luistert naar Honecker bij de voltooiing van de socialistische Staatsjagd. Het enige persoonlijke staat in zijn slaapkamer op de tv. Naast de antenne ligt een schaaltje van klei met daarin een eend en wat fruit, in vrolijke kleuren geschilderd: Formarbeiten des Kindergartens Dr. Richard Sorge. Huisvlijt afkomstig van een naar een spion genoemde kleuterschool. Zoals vele totalitaire geesten blijkt ook Mielke een kindervriend te zijn geweest.