Zakelijk rijder veroorzaakt meer vervuiling

De auto van de zaak is groter en zwaarder. Er wordt ook veel harder mee gereden. Daarom vervuilt hij aanzienlijk meer dan de privé-auto.

Auto's-van-de-zaak zijn vies, zo blijkt uit onderzoek van TNO. Een automobilist met een auto van de zaak werpt bijna vijfmaal meer kooldioxyde en viermaal meer stikstofoxyden uit dan een automobilist die zijn auto alleen voor privé-doeleinden gebruikt. Dit verschil valt ten dele te verklaren door het grotere aantal kilometers van de zakelijk rijder.

Maar ook per gereden kilometer blijkt de zakelijk rijder 10 procent meer te vervuilen omdat hij een zwaardere auto heeft waar hij sneller en agressiever in rijdt.

Van de 5,5 miljoen auto's in ons land is ongeveer 2,3 miljoen alleen in gebruik voor privétochtjes, zo'n 8.000 kilometer per auto per jaar. Voor woon-werkverkeer kiest de eigenaar wellicht de trein, of de fiets. Daarnaast telt ons land zo'n 700.000 autobezitters die naast de privé-kilometers zo'n 9.000 kilometers per jaar bij hun baas declareren. En tenslotte zijn er de leasewagenrijders, zij rijden gemiddeld zo'n 9.000 kilometer per jaar privé, plus zo'n 11.000 kilometer per jaar van huis naar de zaak, plus nog eens 13.000 kilometer per jaar vanaf de zaak naar allerlei relaties. De leasewagenrijder rijdt dus niet alleen veel, maar zit ook veel op de snelweg, waar hij van opschieten houdt, en dat laatste drijft de gemiddelde vervuiling per gereden kilometer flink op.

Als de auto van de zaak gemiddeld van hetzelfde type zou zijn als de privé-wagen, dan was in 1990 door personenauto's ruim een miljoen ton kooldioxyde (ofwel 7 procent) minder geëmitteerd, zo heeft TNO becijferd. En als in 1990 op de autosnelwegen een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur was gehandhaafd, dan waren de emissies van stikstofoxyden door personenauto's 20.000 ton (11 procent) en van kooldioxyde 600.000 ton (4 procent) lager geweest.

Weggedrag

Wil men een doeltreffend beleid voeren om de emissies van het wegverkeer terug te dringen, dan is meer inzicht nodig in het weggedrag van de verschillende gebruikersgroepen, zeggen TNO-onderzoekers Tinus Pulles en Leo de Leu. Je zou ook de zakelijk rijder, die met de snelle lease-auto van de zaak langs de weg scheurt op weg naar zijn volgende belangrijke afspraak in voorlichtingscampagnes moeten aanspreken. De positieve 'snelle-jongens-uitstraling' van dit rijgedrag zou in zo'n campagne kritisch bekeken moeten worden, zeker ook nu de fabrikanten de merites van deze sportieve modellen weer volop aanprijzen.

Puur technisch gezien zou de milieubelasting als gevolg van mobiliteit moeten afnemen, dit vanwege de toenemende energie-efficiëntie, de introductie van de katalysator en de loodvrije benzine. In de praktijk echter blijkt dat de energie-eficiëntie, uitgedrukt in brandstofverbruik per voertuigkilometer, nauwelijks afneemt. De totale emissies van het wegverkeer nemen voor de meeste stoffen toe. Dat komt door individueel consumentengedrag. Men koopt zwaardere en luxere auto's en men rijdt harder. Daar komt nog bij dat ook de totale mobiliteit fors groeit.

Oudere auto's

Uit analyses blijkt dat verschillende groepen gebruikers verschillende bijdragen leveren aan de luchtverontreiniging. Privérijders rijden doorgaans in oudere auto's, vaak zonder katalysator, wat een hogere uitstoot van CO, NOx en koolwaterstoffen tot gevolg heeft. Maar door hun rustige rijstijl telt dit niet zwaar.

Wanneer de auto van de zaak gemiddeld van hetzelfde type zou zijn als van privé-rijders, dan zou in 1990 een miljoen ton kooldioxyde (7 procent van het personenverkeer) minder zijn geëmitteerd. En als op snelwegen een maximum van 100 km/u zou gelden, was de uitstoot aan NOx 20.000 ton lager geweest (11 procent). Van kooldioxyde zou het 600.000 ton (4 procent) lager zijn.