Wetboek van strafvordering is al zeer ingrijpend vertimmerd

ROTTERDAM, 9 JUNI. Moet er een geheel nieuw Wetboek van strafvordering komen? Deze vraag staat morgen centraal op de jaarvergadering van de Nederlandse Juristenvereniging, morgen in Leeuwarden.

Ogenschijnlijk is dit een achterhaalde kwestie. De vorige minister van justitie, Hirsch Ballin, is immers al ingrijpend aan het vertimmeren geslagen. Hij legaliseerde de anonieme getuige en de summiere uitwerking van strafvonnissen door de rechter. Hij voerde de DNA-test en richtmicrofoons in, hij wil directe rechterlijke controle op politiemethoden verminderen en voorkomen dat zogeheten 'vormfouten' roet in het strafproces gooien.

Een studie in opdracht van de Orde van advocaten, die aan de vooravond van de jaarvergadering van de Juristenvereniging verschijnt, telt maar liefst zesentwintig wetswijzigingen, aanhangige voorstellen en adviezen. De vraag in Leeuwarden is of de grote lijn van het wetboek nog kan worden gehandhaafd. Uit de vier pre-adviezen blijkt een duidelijke voorkeur voor “de gulden snede” van het bestaande wetboek, zoals de nestor van het Nederlandse strafrecht, de voormalige procureur-generaal bij de Hoge Raad prof.mr. J. Remmelink het uitdrukt.

Daarbij doelt hij op een traditie van gematigdheid. Ruime rechten voor politie en justitie vond de wetgever die in 1926 het Wetboek van strafvordering tot stand bracht, prima. Maar dan wel onder controle van de onafhankelijke rechter. Met hoger beroep. En een raadsman voor iedere betrokkene. Dat klinkt even anders dan het verwijt van “overaccentuering” van de rechten van de verdachte dat ten grondslag ligt aan de recente lawine van wetswijzigingen.

Verschillende pre-adviseurs wijzen er overigens op dat ook de Hoge Raad de laatste jaren de rechten van de verdachte aan het afzwakken is. Dat is in overeenstemming met de tijdgeest, zegt de Haagse procureur-generaal mr. W. Sorgdrager in haar pre-advies. De jurisprudentie van het Hof voor de mensenrechten in Straatsburg houdt strakker de hand aan de eisen van de rechtsstaat. Daar maakte het zich in de Nederlandse justitiële kring niet populair mee, zo merkt Sorgdrager op.

De slinger is te ver doorgeslagen in de richting van de (opsporings)praktijk, concludeert mr. A. A. Franken in zijn rapport voor de Orde van advocaten. Met name is het volgens hem nodig dat het accent in een strafzaak wordt verschoven van het voorbereidend onderzoek - wat wordt gekenmerkt door geheimhouding - naar de openbare terechtzitting. Daar moet de rechterlijke controle immers vooral vorm krijgen. Nederland heeft de neiging zaken voor te koken. In Frankrijk heeft men de summiere zitting waarmee hier zelfs de grootste zaken worden afgedaan wel betiteld als “TGV-rechtspraak”.

De motor is de criminaliteitsbestrijding. Mevrouw Sorgdrager vindt dat we dit in perspectief moeten blijven zien. “Het straf(proces)recht heeft bij de bestrijding van de criminaliteit slechts een beperkte functie. Sterker nog, het doel van dit recht is niet, althans niet direct, de bestrijding van de criminaliteit.” Zij waarschuwt dat “een behoorlijk proces ... ook moet gelden voor personen die worden verdacht van de een of andere vorm van georganiseerde criminaliteit, hoe verwerpelijk dat ook kan zijn. We moeten ons realiseren dat de georganiseerde misdaad ons altijd voor zal blijven”.

Dit vormt voor de PG echter geen beletsel te concluderen dat in het onderzoek naar een zeer ernstig misdrijf “het gebruik van niet-wettelijke middelen noodzakelijk kan zijn”. Wel vindt zij dat de afweging beter door een rechterlijk college kan worden gemaakt dan door direct-betrokkenen. Deze toetsing van het zogeheten pro-actieve onderzoek (opsporing in het voorterrein) zou in de wet kunnen worden geregeld, maar beperkt dienen te blijven tot het vooronderzoek.

Géén openbare behandeling dus: een geblindeerde TGV.

Herbezinning op (de grondslagen van) het Wetboek van Strafvordering, pre-adviezen van prof.mr.J.Remmelink, prof.mr.G.Knigge, prof.mr.Th.A. de Roos, mevr.mr.W.Sorgdrager (uitgave W.E.J.Tjeenk Willink, Zwolle)

Strafvordering op drift, Een rapport in opdracht van de Nederlandse orde van advocaten, door mr.A.A.Franken (uitgave Gouda Quint, Arnhem)