Walvisjacht

Onze bijdrage in NRC Handelsblad van 20 mei, waarin wij pleitten voor opheffing van het vangstverbod op walvissen, heeft sterk afwijzende reakties van de heren Prins en Wijs opgeroepen (NRC Handelsblad, 25 mei).

Hun belangrijkste punt van kritiek is dat wij in onze analyse de ethische aspecten onvoldoende belichten. Over de ethische kant van de jacht op walvissen hebben wij ons, zoals nadrukkelijk vermeld, niet uitgesproken. Wij baseren ons op de uitgangspunten van de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC), die tot doel heeft een verantwoorde oogst van walvissen mogelijk te maken. Als de heersende opvatting toch zou zijn dat de walvisvangst ethisch onverantwoord is, dan dient de jacht tot in lengte van dagen verboden te worden. Opgemerkt zij dat in dit verband de vergelijking die Prins trekt met de bereidheid tot betaling voor kinderpornografie en wapenbezit niet opgaat. Immers, in deze gevallen worden duidelijk ethische en wettelijke grenzen overschreden. In het geval van walvisjacht bestaan dergelijke grenzen (nog) niet.

Prins heeft gelijk als hij stelt dat ons duurzaamheidsbegrip (instandhouding van de soort) geen schoonheidsprijs verdient. Een eenduidige definitie van duurzaamheid blijkt echter moeilijk te geven; dat blijkt al uit het feit dat er zeer veel verschillende varianten in omloop zijn. Prins heeft ongelijk als hij suggereert dat wij waarschijnlijk ook wel grootschalige kap van het tropische regenwoud zouden voorstaan, en alleen geïnteresseerd zouden zijn in enkele commercieel interessante boomsoorten. Op basis van economische overwegingen (waarbij we denken aan zowel de gebruikswaarde, als de niet-gebruikswaarde) is conservering van grote arealen bos ons inziens maatschappelijk zeer gewenst.