Vreemde talen (4)

In 1990 zijn de resultaten gepresenteerd van een groot onderzoek naar vraag en aanbod van vreemde talen in Nederland. Uit het onderzoek, waarbij de behoefte aan talenkennis werd geïnventariseerd op de arbeidsmarkt, in het onderwijs en in de privésfeer, bleek het volgende:

De vraag naar vreemde-talenkennis neemt in alle sectoren toe en het gewenste beheersingsniveau stijgt. Een paar voorbeelden. Waar vroeger alleen grotere bedrijven internationaal opereerden, geldt dit tegenwoordig ook voor een deel van het midden-en kleinbedrijf. De overheid krijgt steeds meer te maken met andere lidstaten van de Europese Unie. De deelname aan het hoger onderwijs stijgt aanzienlijk en daarmee neemt ook de behoefte aan talenkennis toe. Of in de privésfeer: het toerisme naar het buitenland wordt steeds omvangrijker.

Er is in de praktijk ongeveer evenveel behoefte aan Duits als aan Engels. In een aantal sectoren zelfs meer. Het belang van Duits lijkt dus systematisch onderschat te worden.

Het Frans blijft op de derde plaats komen, maar het gebruik wordt wellicht vermeden door steeds weer gerapporteerde problemen die vele mensen met deze taal ondervinden. Door het exporterende bedrijfsleven wordt breed gespreide kennis van een Romaanse taal (liefst het Frans) van vitaal belang geacht voor verdere economische groei.

In vrijwel alle sectoren wordt benadrukt dat kennis van het Spaans in een snel tempo belangrijker aan het worden is. Ook hier ligt de behoefte vooral bij het bedrijfsleven, dat steeds meer werknemers met kennis van het Spaans gebruiken kan.

De populaire opvatting dat men met Engels altijd en overal wel terecht kan is bij nader onderzoek onvoldoende te funderen. Bijna iedereen heeft ook Duits nodig en gegeven de snel groeiende internationalisatie van heel veel banen is het uiterst gewenst dat een groeiend deel van de inwoners van ons land ook Frans of Spaans leert. Inderdaad kan men in veel gevallen wel degelijk alleen met Engels uit de voeten, maar er zijn ook veel situaties waarin een andere taal zich niet of nauwelijks door het Engels laat vervangen. Blijkens zijn artikelen van 12 mei en 26 mei jl. lijkt Rob Knoppert zich dit volstrekt onvoldoende te realiseren.