Vredesoproep VN stuit op onwil Noord-Jemen

SANA'A/ADEN, 9 JUNI. Een speciale afgezant van de Verenigde Naties is gisteren in Jemen aangekomen met de mededeling dat noordelijke en zuidelijke legereenheden hun vijf weken oude oorlog moeten staken en moeten gaan praten. Kort voor zijn aankomst had de Noordjemenitische leider Ali Abdullah Saleh een dialoog met zijn zuidelijke tegenstander Ali Salem al-Beidh uitgesloten en gewaarschuwd dat de internationale vredesinspanningen de oorlog alleen zullen verlengen.

Granaten en raketten sloegen in de voorsteden van het zuidelijke bolwerk Aden in toen de VN-afgezant, de Algerijnse ex-minister van buitenlandse zaken Lakhdar Ibrahimi, arriveerde. “Misschien hebben we één vooroordeel, en ik heb geen aarzeling dat uit te spreken (...) de strijd, de strijd tussen broeders, moet stoppen, en moet nú stoppen en de weg openen om de besprekingen te hervatten, onderhandelingen, dialoog.”

Ibrahimi is erop uit gestuurd door de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali, in overeenstemming met een resolutie van de Veiligheidsraad waarin verder werd opgeroepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren en onderhandelingen. Het zuiden, dat nogal in de verdrukking zit tegen de aanvallende noordelijke troepen, is daartoe bereid. President Saleh verwerpt echter elke dialoog met zijn tegenstanders, die het zuiden vorige maand eenzijdig onafhankelijk verklaarden. “Er is geen dialoog met diegenen die het land naar oorlog hebben geleid. Ze moeten zich overgeven of het land verlaten.”

Op een persconferentie in Sana'a leverde Saleh kritiek op Saoedi-Arabië en andere landen in de regio die het conflict in Jemen onder de aandacht van de Veiligheidsraad hebben gebracht. “Wij wensten de reusachtige inspanningen van onze broeders niet”, aldus Saleh. “Deze toestand zal de duur van het conflict verlengen.” Saoedi-Arabië en diverse andere Arabische landen - vandaag nog Koeweit - hebben laten doorschemeren hernieuwde Zuidjemenitische onafhankelijkheid eventueel te accepteren. Noord-Jemen, dat de Jemenitische eenheid koste wat het kost wil handhaven, kan rekenen op de steun van landen als Irak, Libië, Soedan en de Golfstaat Qatar, dat zelf in onmin met Saoedi-Arabië leeft. (Reuter, AP)